Fuck the system

Bertolt Brecht en actuele brandende kwesties

Auteur: Lara Broekman | Dreieinigkeitsmoses en Fatty der Prokurist_in Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny. Foto Activismocultural_

‘Ik voel me gekwetst omdat jij vóór Zwarte Piet bent. Snap je dat? Snap je dat ik me gediscrimineerd voel?’ Een leerling uit 3 vwo houdt een vlammend betoog. Ze speelt een geadopteerde dochter die in discussie gaat met haar adoptieouders. De klas is muisstil. Als er aan het publiek wordt gevraagd ‘vind je Zwarte Piet discriminatie?’, wordt er volmondig ja gezegd.

Elk jaar behandel ik bij drama het episch theater van Bertolt Brecht (1898-1956) in havo/vwo 3. Het is een theatervorm die zeer geschikt is om actuele kwesties te behandelen. Niet door erover te praten, maar door erover te spelen. Het leerdoel van de lessenreeks dat de leerlingen weten wat het episch theater van Bertolt Brecht is en een aantal vervreemdingseffecten kunnen toepassen in een scène over een actuele brandende kwestie.

Zak snoep
De lessenreeks begint met een simpele opdracht die in twee groepen wordt uitgevoerd. De eerste groep spelers moet doen alsof ze hun sleutels kwijt zijn. Druk gebarend worden broekzakken binnenste buiten gehaald, wordt de grond afgespeurd en handen grijpen dramatisch naar het hoofd. Vervolgens gaat de tweede groep de vloer op. Die moet ook iets zoeken. Een (echte) zak snoep die door de leerlingen uit de eerste groep in het lokaal is verstopt. Het zoeken wordt dit keer heel anders uitgevoerd, de ruimte wordt minutieus onderzocht. Als de zak snoep gevonden is (en wordt opgegeten!), geef ik een korte toelichting op de opdracht. Ik vertel over de inlevende speelstijl van Konstantin Stanislavski (1863-1938) waarbij de acteurs niet moeten illustreren dat ze iets aan het zoeken zijn (het zoeken van groep één), maar het echt moeten doen (het zoeken van groep twee). Oftewel, het verschil tussen doen alsof en echt zijn.

V-effecten
Die zak snoep is een leuke binnenkomer en dient tegelijkertijd een didactisch doel. Leerlingen ervaren al spelend wat Stanislavski voor ogen had; zich inlevende acteurs die zo realistisch mogelijk spelen. Brecht had een andere opvatting. Hij wilde het publiek wakker schudden en aan het denken zetten over de misstanden in de maatschappij. Dat waren er nogal wat in die tijd; de Eerste Wereldoorlog, de economische crisis en het opkomend nationaalsocialisme. Brecht wilde de wereld veranderen. Het systeem moest op de schop, te beginnen bij het theater. Geen naturalistische inleving, maar vertellend episch theater. Met verfremdungseffekten (v-effecten) die ervoor zorgden dat het publiek niet zou meevoelen maar nadenken over wat er niet goed ging in de wereld, en vooral hoe dat ook anders kon. Volgens Barthes (1977) brengt dit een ‘schok’ teweeg bij het publiek. Niet in de emotionele betekenis van het woord, maar in de zin dat je conceptuele denkkader wordt bevraagd.

Na de uitleg over het episch theater behandel ik een aantal v-effecten. Uit je rol stappen en commentaar geven op de situatie of de personages, de vierde wand doorbreken (de vierde wand is een denkbeeldige wand tussen het publiek en het podium, red.) en de toevoeging van een verteller.

Uit je rol stappen
Mijn ervaring is dat leerlingen in eerste instantie de v-effecten al spelend ook als vervreemdend ervaren. Logisch, want ze hebben in de jaren ervoor geleerd dat ze ‘ingeleefd’ moeten spelen. Nu moeten ze uit hun rol stappen en het publiek rechtstreeks aanspreken, dat voelt onnatuurlijk. Daarom ligt de eerste focus in de speloefeningen op techniek. In tweetallen trainen ze die aan de hand van een simpele à la Stanislavski scène: a belt aan bij b om hem een cadeau voor zijn verjaardag te geven. Halverwege de scène krijgt a de opdracht om op een klapsignaal van mij uit zijn rol te stappen – letterlijk ook een stap opzij te zetten – en hardop tegen mij te zeggen wat hij van b vindt. Het leukste is als er iets wordt gezegd als: ‘ik heb besloten om geen vrienden meer te zijn, maar dat weet hij nog niet. Dat ga ik straks als hij het cadeau heeft uitgepakt zeggen.’ Zo krijgt de scène een extra betekenislaag.

Daarna komt speler b aan de beurt. Hij krijgt de opdracht om, als hij uit zijn rol stapt, tegen mij te zeggen wat hij echt van het cadeau vindt. Ik fungeer als publiek, zodat de leerlingen leren hun tekst tot de toeschouwer te richten. Het klapsignaal is ook het signaal dat de scène voor de andere speler bevriest. Dat maakt het schakelen voor de spelers tussen inleving en afstand concreet en helder.
In de volgende stap wordt er een verteller toegevoegd. Deze krijgt de opdracht om de scène te introduceren, in het middenstuk te onderbreken en aan het einde af te sluiten. De informatie die de verteller geeft moet wel iets toevoegen aan de scène. Alleen zeggen ‘welkom, laten we beginnen’, is niet genoeg.

Niet onschuldig
Aan het einde van de lessenreeks krijgen de leerlingen de eindopdracht: maak een scène over een actuele, brandende kwestie waarbij alle spelers 1x uit hun rol stappen en commentaar geven, de verteller de scène introduceert, onderbreekt en een vraag stelt aan het publiek, en afsluit. De onderwerpen die de leerlingen kiezen lopen erg uiteen. Van lange wachtlijsten bij de GGZ, verslavingsproblematiek in gezinssituaties tot Zwarte Piet en discriminatie. En wat Brecht voor ogen had en wat Barthes beschrijft, gebeurt bij het publiek. De leerlingen worden aan het denken gezet bij de scène waarin een meisje zelfmoord pleegt omdat ze niet op tijd geholpen kan worden. ‘Is dat echt zo, die wachtlijsten?’, vragen ze. En Zwarte Piet? Die is niet meer zo onschuldig als ze dachten…

52. Muziek die de moeite waard is 28. De Canon van Rop 08. Kunst ervaren en doorgronden 36. Kunstenaars en wetenschappers leren van elkaar

Cover #6

Leerlingwerk VAVO Rijnmond College (Rotterdam)