Muziek die de moeite waard is (3)

Auteurs: Suzan Overmeer & Thomas Geudens | Foto: Hilke Bauweraerts

Waarover hebben we het, als we spreken over nieuwe inkijkjes in muziek of muziek die in veel muziekmethodes niet te vinden is? In de serie Muziek die de moeite waard is, brengt Kunstzone muziek en musici voor het voetlicht die ten onrechte onbekend zijn in het muziekonderwijs.

In dit derde artikel kijken we naar wereldmuziek en volksmuziek. Er is zoveel te kiezen, waar begin je?

De term wereldmuziek is een problematische, vindt Gijs Anders van Straalen, cultureel musicoloog, percussionist en componist. Iedereen voelt aan wat er mee bedoeld wordt, andere muziek dan muziek uit de klassieke westerse muziektraditie.
‘In feite is alle muziek die we nu maken of luisteren beïnvloed door andere culturen en muziekstijlen’, zegt Van Straalen. Hij noemt de Afrikaanse diaspora; de verspreiding van West-Afrikaanse mensen over de hele wereld als gevolg van slavenhandel. ‘Ruwweg kun je zeggen dat de westerse wereld op economisch, sociaal en politiek gebied West-Afrika heeft gekoloniseerd, maar dat op cultureel en muzikaal gebied de westerse wereld is beïnvloed door West-Afrika. Die invloeden hoor je nog steeds terug in onze hedendaagse muziek.’

Rijke muziekculturen
Ook een term als Afrikaanse muziek is problematisch, de hoeveelheid muziek die dat omvat is krankzinnig groot.
Van Straalen: ‘Ik laat wel eens muziek aan leerlingen horen en zij raden dan waar het vandaan komt. Ze zeggen dan ‘Afrika’, maar Afrika kent een enorme rijke muziekcultuur, elk land, elk gebied en elk dorp kent eigen ritmes en opvattingen.’ Voor een docent is het onmogelijk om van al die muziek iets te weten. ‘Dat moet je ook helemaal niet willen’, zegt hij beslist. Je kunt beter spreken over ‘muziek uit een bepaalde cultuur’ dan over wereldmuziek, vindt hij. ‘In feite valt alle muziek hieronder, ook Nederlandse. Het is heel interessant om met leerlingen in gesprek te gaan over waar ze zelf naar luisteren, of wat ze van huis uit meekrijgen. Vraag leerlingen om muziek van thuis mee te nemen naar school. Dit kan traditionele Turkse muziek zijn, maar ook André Hazes. Het maakt niet uit,’ zegt Van Straalen. ‘Het gaat om het gesprek erover. Wat betekent het voor je? En waarom?’

Hij geeft drie suggesties om een begin te maken met het gesprek over muziek uit een bepaalde cultuur, uit drie totaal verschillende tradities. Olodum Salvador Bahia (Brazilië), Agbekor (slagwerkgroep uit Ghana) en ‘Carnatic music’ TM Krishna (India). ‘Laat leerlingen luisteren naar verschillen en overeenkomsten. Waar doet het ze aan denken? Laat ze verbindingen maken met hun ‘eigen’ muziek en ervaren dat ze allemaal producten zijn van eenzelfde global culture.’

Folk
Waar kan de ontdekkingstocht naar folkmuziek het best beginnen? ‘Sowieso bij moderne folk, laat dat duidelijk zijn,’ vindt Hilke Bauweraerts. Ze is als diatonisch accordeoniste (diatonisch: o.a. met een beperkt aantal melodienoten, geen ‘zwarte toetsen’, de toonhoogte verschilt tussen trekken en duwen, red.) actief bij verschillende folkgroepen, maar ook al jarenlang in het onderwijs.
‘Moderne folk sluit beter aan bij de leefwereld van veel meer mensen. Niettemin is het een genre waarvan weinig mensen beseffen dat het ook folk is, omdat ze dat woord vaak associëren met traditionele muziek. Ik moet het zelf vaak herhalen voor publiek: I’m a folk musician, but I play really modern music. Ze herhaalt dit meestal in het Engels, want de folkwereld is zeer internationaal en de Vlaamse folkmuziek bijvoorbeeld heeft daarin een stevige reputatie. Sinds de tweede Vlaamse folkrevival, zo’n 30 jaar geleden, kent Vlaanderen een bijzonder levendige folk scene. Veel folkmuzikanten uit de lage landen springen eclectisch om met volksmuziek uit heel Europa en schuwen de cross-over met pop en rock niet. Traditionele tunes maken meestal plaats voor nieuw gecomponeerde melodieën en groepen ontwikkelen een eigen sound, vaak door volksmuziekinstrumenten met elektronische instrumenten te combineren.

Wat folkmuziek met je doet
‘Sommige mensen zijn moeilijk te overtuigen om naar folk te leren luisteren vanwege hun vooroordelen: een beetje met je benen huppelen en handje klap,’ treurt Bauweraerts. ‘Maar de hedendaagse folk is echt een ander genre en heeft heel wat didactisch potentieel. Het kan interessant zijn om vanuit de volksdansen te vertrekken, want kinderen dansen graag.’ Het genre biedt voorts potentieel voor het verdiepen van de luisterervaring. ‘Voor veel leerlingen is het even wennen dat de meeste folk instrumentaal is, dat de kracht uit de muziek zelf komt. Het is een goede oefening om naar andere lijnen dan de zang in muziek te luisteren.’ Voor meer gevorderde leerlingen zijn ook het naspelen op gehoor en het on-the-spot arrangeren interessant.

Bauweraerts geeft enkele concrete luistertips voor een kennismaking met folkmuziek. De Franse groep Zef combineert volks- en elektronische instrumenten in transparante arrangementen met veel improvisatie. Hot Griselda uit Vlaanderen speelt krachtige, melodische folk met Ierse invloeden. Novar ten slotte kruist folk, rock en electro tot een sound die erg herkenbaar is voor leerlingen.
Haar boodschap voor docenten is krachtig: ‘Ik denk dat je er eerst en vooral van moet uitgaan van wat folkmuziek met iemand kan doen. Folk is voor mij altijd gelinkt aan jezelf zijn, vrij zijn. Als ik les geef, vind ik het belangrijk om die elementen centraal te plaatsen. Je moet de sfeer van het genre kunnen uitademen in je les.’

Met dank aan Gijs Anders van Straalen (www.gijsanders.com) en Hilke Bauweraerts.

 

 

Toekomstige veranderingen in vmbo 54. Column | Van Gerwen denkt door 55. Professionele identiteitsdilemma’s 33. Influencers en jongeren

Cover #6

Leerlingwerk VAVO Rijnmond College (Rotterdam)