Muziek die de moeite waard is (2)
Nederlandse jazzmuziek

Auteur: Suzan Overmeer | Foto: Benjamin Herman playing sax

Waarover hebben we het, als we spreken over nieuwe inkijkjes in muziek of muziek die in veel muziekmethodes niet te vinden is? In de serie Muziek die de moeite waard is, brengt Kunstzone muziek en musici voor het voetlicht die ten onrechte onbekend zijn in het muziekonderwijs.

Jazzmuzikanten Vera Vingerhoeds (saxofoon/zang), Eric Ineke (drums), Sebastiaan van Bavel (piano), Hermine Deurloo (mondharmonica/saxofoon), Tony Overwater (contrabas), Izaline Calister (zang) en Randal Corsen (piano) gaven al inspirerende voorbeelden van Nederlandse jazzmuziek die de moeite waard zijn om in het onderwijs te gebruiken (Kunstzone 5-2021, pag. 52-53).

Ze dachten ook mee over de vraag waarom Nederlandse jazzmuziek een waardevolle aanvulling zou kunnen zijn op het muziekonderwijs in het voortgezet onderwijs.

Dutch Approach(es)
Vera Vingerhoeds trapt af: ‘Over de Nederlandse jazzscene is al veel geschreven. Onze ‘Dutch Approach’ heeft over de hele wereld naam gemaakt. In de jaren ’50 van de vorige eeuw kopieerden Nederlandse jazzmusici vooral de Amerikaanse bebop. Vanaf de jaren zestig kwam daar een reactie op, geïnspireerd door de free jazz van bijvoorbeeld Ornette Coleman. In Nederlands zetten musici als Willem Breuker, Misha Mengelberg en Han Bennink de toon, later gevolgd door Wilbert de Joode, Ab Baars en vele anderen. Bij hen ging het over vrijheid en werkelijke creativiteit in de muziek. Dat het in het onderwijs vaak gaat over de muziek van Miles Davis, John Coltrane en Charlie Parker als het over jazz gaat is heel suf, want zo kom je dus niet makkelijk in aanraking met goede, spannende en nieuwe dingen.’

Hermine Deurloo noemt ook het eigen geluid van Nederlandse jazzmusici sinds de jaren zestig ontstond. Ze geeft ook een andere reden waarom Nederlandse jazz interessant zou zijn voor het onderwijs: ‘De Nederlandse muzikanten zijn eenvoudig live te beluisteren en je kunt ze uitnodigen op scholen.’ Izaline Calister vindt dat ook een belangrijk element: ‘Vroeger, toen het jazztijdschrift Jazz Nu nog over Nederlandse artiesten ging, kocht ik dat blad om op de hoogte te blijven en om mijn collega’s te volgen. Het was inspirerend, het was muziek van dichtbij. Je kon die mensen live zien optreden, ze waren bereikbaar en aanraakbaar. Later, toen het blad steeds meer over Amerikaanse sterren ging ben ik afgehaakt. Dat is zo’n ver-van-mijn-bed-show. Nederlandse jazz gaat over mensen, plekken en podia die we gewoon kennen en waar we naar toe kunnen.’ Volgens Eric Ineke verdient Nederlandse jazz een plaats in het onderwijs vanwege het hoge internationale niveau: ‘In dit kleine landje zit enorm veel talent. Veel beroemde Amerikaanse solisten werkten graag met Nederlandse musici als zij in ons land of in Europa op tournee waren.’

Samensmeltende stijlen en culturen
‘Ik denk dat jazz uitblinkt in het creëren van lokale varianten. Er bestaat wel degelijk zoiets als de Nederlandse school’, schrijft Tony Overwater. ‘Maar zo is er ook een Scandinavische, Braziliaanse en Zuid-Afrikaanse school, om er maar een paar te noemen. Geen stijl staat geheel op zichzelf. Van oorsprong is jazz een muziekvorm die bestaat uit een samensmelting van stijlen en culturen.’
Die samensmelting heeft de laatste jaren een vlucht genomen, signaleert Sebastiaan van Bavel: ‘Jazz komt uit de VS en veel belangrijke ontwikkelingen in jazz vonden plaats vanwege Amerikaanse muzikanten, maar de laatste twintig jaar zien we dat alles zich extreem vermengt. De jazzpianisten van de toekomst, Tigran Hamasyan en Shai Maestro bijvoorbeeld, zijn geen Amerikanen, maar wonen daar wel tijdelijk. Ze keren wel (of niet) terug naar hun geboorteland om daar vervolgens een hybride vorm van jazz te ontwikkelen. Deze ontwikkeling verdient aandacht in het onderwijs. Een Europese aanvulling op lessen over jazz, met aandacht voor Nederlandse musici zoals Ben van Gelder en Reinier Baas, zou mooi zijn. Deze muzikanten leveren op dit moment een belangrijke internationale bijdrage aan de ontwikkeling van jazzmuziek.’

De samenleving is divers’, schrijft Randal Corsen. ‘en dat zie je terug in de klas, maar ook in de Nederlandse jazzmuziek.’ Corsen beschouwt Curaçaose en Surinaamse jazz als vanzelfsprekende onderdelen van de Nederlandse jazzmuziek. ‘Veel musici uit die genres zijn opgeleid op conservatoria in Nederland. Nederland heeft belangrijke condities geboden waarin deze muziek tot ontwikkeling kon komen. Ze zijn het bewijs van de enorme diversiteit binnen de Nederlandse jazz.’

Vervolgopleiding
Corsen noemt nog een reden om aandacht aan (Nederlandse) jazz te besteden: ‘We moeten ook in beschouwing nemen dat er jongeren zijn die na hun middelbare school kiezen voor een muziekopleiding aan het conservatorium. Ze kunnen daarbij kiezen voor een opleiding in klassieke muziek, popmuziek, wereldmuziek en jazzmuziek. Het zou dan ook vanzelfsprekend moeten zijn dat er in het onderwijs aandacht wordt besteed aan al deze genres en aan lokale helden binnen al deze genres.’

Met dank aan Sebastiaan van Bavel, Randal Corsen, Hermine Deurloo, Eric Ineke, Tony Overwater, Izaline Calister en Vera Vingerhoeds.

48. Fuck the system 28. De Canon van Rop 08. Kunst ervaren en doorgronden 36. Kunstenaars en wetenschappers leren van elkaar

Cover #6

Leerlingwerk VAVO Rijnmond College (Rotterdam)