Column | Van Gerwen denkt door

Componist maakt een meesterwerk, maar het is geen muziek 

Auteur: Rob van Gerwen | Illustratie: Lennie Steenbeek

De compositie van John Cage, uit 1952, met de ogenschijnlijk nietszeggende naam 4’33’’ beslaat vier minuten en 33 seconden. Musici komen het podium op, plaatsen hun partituren, doen die open en doen verder niets, de armen over elkaar misschien. Wanneer er vier minuten en 33 seconden voorbij zijn staan ze op, buigen naar het publiek en gaan af.

Filosofen smullen hiervan. Dit volgt immers precies de definitie van muziek? Er is een concertzaal met muziekpubliek, musici, een podium en een partituur. Het stuk heeft een afgemeten duur en bevat stilte, zoals alle muziekopvoeringen.

Stilte is in muziek echter altijd een effect van geluid. Ze markeert ritme, tempo, timing en doet ons anticiperen op het vervolg. De stilte ‘van’ 4’33’’ staat evenwel niet in relatie tot de tonen in de muziek — die zijn er niet. De geluiden zijn alledaags: mensen mopperen en stommelen, iemand smijt met een deur. Dingen die we überhaupt niet als tonen kunnen horen.

Een luisteraar die gevoelig is voor ontwikkelingen in de hedendaagse kunst, zal gaandeweg begrijpen dat Cage het publiek als de uitvoerders ziet. Hoewel hij als componist de lengte van het stuk en de aard van de uitvoering bedacht, heeft hij iedere controle over het eindresultaat uit handen gegeven. Typisch Cage.

Kun je dit werk wel op CD zetten? Ofwel je plaatst dan een leeg stuk van 4’33’’ en dat is geen opname van enige uitvoering (wie wil of kan daar naar luisteren?), ofwel je neemt de geluiden van een specifieke opvoering op, maar dan hoort de luisteraar niet de geluiden die hij zelf maakt.

En je kunt weliswaar zeggen dat de musici de geluiden teweegbrengen (door niets te doen), maar niet dat zij die maken. Nee, zegt deze filosoof, 4’33’’ is geen muziek.

Maar 4’33’’ is wel een meesterwerk; het maakt uit zichzelf duidelijk hoe het het meest vruchtbaar ervaren kan worden. Als je bij een uitvoering aanwezig bent, leer je te luisteren naar de geluiden die mensen maken, en de expressiviteit en betekenis daarvan.

We herkennen hierin de artistieke logica van de moderne beeldende kunst, waarin de meest banale materialen (vazen, snoepjes, vet, paarden, troep, dingen) op zaal gepresenteerd worden en de kijker zich moet concentreren om te begrijpen wat hij meemaakt. Kunstenaars leren ons de werkelijkheid ervaren. En dat is wat Cage in 4’33’’ doet.

Kúnnen we die geluiden wel als muziek horen?

30. Humorvol kunstbeschouwen 33. Sorry, je hoofd past niet meer 43. Lachen om het kwetsbare lichaam 16. Aansprekende examens ontwikkelen

Cover #4

Healing Power (Tropenmuseum Amsterdam) Foto: Hamid Sardar