Het beoordelen van kunstvakken is in het basisonderwijs nog altijd een heikel punt. Als vakleerkracht muziek moet ik vaak een onvoldoende, voldoende of goed geven, maar waarop baseer ik dit? Vanuit deze praktijkvraag ben ik op zoek gegaan naar beoordelingsinstrumenten die gericht zijn op het uitvoeren van muziek.

Beoordelingscriteria

In het muziekonderwijs verstaan we onder het uitvoeren van muziek het presenteren en laten horen van muziek door te zingen en/of te spelen. Leerlingen spelen of zingen in groepsverband een muziekstuk(je) en presenteren dat aan de klas. Criteria om de uitvoering te beoordelen zijn: expressie/interpretatie, technische beheersing, ritmische beheersing, attitude en samenspel.
In de review van Groenendijk en anderen uit 2016 heb ik acht verschillende beoordelingsinstrumenten, specifiek gericht op het uitvoeren van muziek, gevonden en met elkaar vergeleken. De instrumenten betroffen vier rubrics, twee beoordelingsschalen, één Learning Story en één scoringsformulier. Vervolgens heb ik gekeken naar de validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid van deze beoordelingsinstrumenten.
Onder validiteit wordt verstaan of er daadwerkelijk getoetst wordt wat je wilt toetsen. Een meetinstrument is betrouwbaar wanneer de uitkomst gelijk blijft onder gelijkblijvende omstandigheden. Wanneer het haalbaar is voor de docent om te toetsen en te beoordelen in de beschikbare tijd, is een instrument bruikbaar.

Beeld: Roland Conté
Beeld: Roland Conté

Bevindingen

Niet alle instrumenten lijken even hanteerbaar in het huidige Nederlandse onderwijs. Het instrument dat mijzelf het meest hanteerbaar lijkt, is de Kansas Music Educators Association Rubric (KMEA). Net als bij andere rubrics zijn er per criterium beschrijvingen gegeven op verschillende prestatieniveaus. Het voordeel van een rubric is dat deze vaak valide, betrouwbaar en bruikbaar in de klas blijkt te zijn. De KMEA geeft de leerling duidelijk zicht op zijn of haar leerprestaties. De rubric is in te vullen door de vakleerkracht en toetst summatief. Nadeel van de KMEA is dat deze zich vooral focust op koorzang. Mijn aanbeveling is om in dit instrument meer criteria op te nemen die zijn gericht op het spelen, zodat deze toepasbaar is op de alledaagse muziekles, waarin niet alleen gezongen wordt. Mijn tweede aanbeveling is om de criteria te vereenvoudigen, zodat het instrument breder ingezet kan worden in alle klassen van de basisschool.

Nieuwsgierig geworden?

Voor het genoemde beoordelingsinstrument, verdere aanbevelingen en meer details verwijs ik u graag naar mijn onderzoek.

Auteur

Carlijn de Lange is zelfstandig muziekdocent en veelal werkzaam in het PO. Dit artikel is een korte samenvatting van haar literatuuronderzoek ‘beoordeling staat genooteerd – het beoordelen van het vak muziek in het basisonderwijs’ voor de master kunsteducatie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Carlijn de Lange – Literatuuronderzoek beoordelen muziek PO – definitief augustus

Meer Informatie