Weliswaar niet ingewijd, toch betrokken. Kunstenaar/ondernemer, politicus/wetenschapper/ ouder: ze kunnen zinvolle vergelijkingen of inspirerende gezichtspunten bieden. Kunstzone haalt ze erbij.

‘Verbeeldingskracht behoeft realiteitszin’, zo luidt de krachtige reactie van Gert Biesta op het begrip verbeelding. Als onderwijspedagoog en hoogleraar pedagogiek aan verschillende internationale universiteiten is hij een vurig pleitbezorger van kunstonderwijs. In het huidige Nederlandse discours over kunst- en cultuureducatie wordt verbeelding vaak opgevoerd als culturele basisvaardigheid, ‘een belangrijk begrip, maar het vormt niet het hart van kunst en kunstonderwijs.’

‘De essentie van onderwijs is dat je je leert verhouden tot de wereld zoals die is. ‘Het gaat om de rommelige ontmoeting met de werkelijkheid.’ Kunst maakt een heel eigen, specifieke ontmoeting mogelijk die in eerste instantie zintuiglijk van aard is: kijken, luisteren, ervaren. Kunst stelt ons de vraag hoe de wereld is en drukt ons met onze neus op de realiteit ervan, omdat kunst zelf óok materieel is.’

‘In kunstonderwijs maak je iets dat vorm krijgt doordat je het vorm geeft. Dat gebeurt niet in je hoofd, maar in contact met materie: met je handen, een instrument, je lichaam bewerk je een stuk hout, maak je een klank of beweging. En dat gaat niet altijd zoals je van tevoren bedacht had, het is een open proces waarvan de uitkomst niet tevoren vast staat. Zeker, je kunt iets maken vanuit een idee en daar je verbeeldingskracht bij inzetten, maar als we de ideeën concreet willen maken komen we de realiteit tegen. Daar ligt de kern van kunstonderwijs.’

‘De oriëntatie van het begrip verbeelding is me te cognitief. Verbeelding ontstaat in het hoofd en vertrekt vanuit het individu. Een leerling moet zich echter leren verhouden tot de realiteit, ook als die realiteit hem niet aanstaat en de ontmoeting ongemakkelijk is. Dus niet: ‘wat kan ik bedenken, hoe zou ik willen dat de wereld is’, maar ‘hoe ís de wereld en hoe geef ik daar zelf vorm aan’. Door te doen, in plaats van door te denken.’

Biesta constateert dat verbeeldingskracht vaak op voorhand positief geduid wordt, iets dat zonder meer gestimuleerd moet worden. Maar, waarschuwt hij: ‘Het is geen waarde op zich. Om de gaskamers te kunnen ontwerpen was ook verbeeldingskracht nodig. De echte vraag is dus niet of verbeeldingskracht in het kunstonderwijs thuis hoort, maar wélke. Van wezenlijk belang is hoe je je verhoudt tot datgene wat je kunt verbeelden.’

Geëngageerde kunst kan daarbij helpen: kunst rammelt soms aan sociale en politieke structuren. Ze kan maatschappelijke discussies aanzwengelen en problemen blootleggen – maar wél vanuit haar eigen rol, met haar specifieke artistieke taal en materiële middelen. Niet als politiek programma. ‘Geëngageerde kunst is waardevol voor kunstonderwijs, niet als middel om van leerlingen ‘agents of change’ te maken, maar omdat ze het ongemak van de wereld thematiseert – en zo de leerling in alle openheid uitnodigt zijn positie in de realiteit te bepalen.’

 

Gert Biesta is hoogleraar Public Education aan de Maynooth University in Ierland en bijzonder hoogleraar Pedagogiek aan de Universiteit voor Humanistiek. Hij schreef onder andere Door kunst onderwezen willen worden (2017), De terugkeer van het lesgeven (2017) en Het prachtige risico van onderwijs (2015).