‘The Hermes Years’. Concept Martin Margiela, Graphics Jelle Jespers. Foto: Stany Dederen, Pressroom MoMu Antwerpen

‘Nederlanders zijn op een hysterische manier nuchter.’ In een lyrischflamboyant betoog hekelde Tom Lanoye, de Vlaming die Nederland grondig kent, bemint en bewondert, begin augustus in NRC het Nederlandse coronabeleid. ‘Indien de doorsnee-Nederlander al bestaat, dan is hij het bij voorbaat en uit principe oneens met ieder van zijn 17  miljoen landgenoten. Over alles en over iedereen. (…) Ik vind dat zonder ironie charmant en bewonderenswaardig, maar ‘nuchter’ zou ik het andermaal niet noemen. Luidruchtig en vermoeiend des te meer.’ En dat terwijl de avondklok en de verplichte mondkapjes de Vlamingen deed verstommen.

Lanoye legt bloot wat ons bindt en scheidt. Want wat weten Nederlanders eigenlijk van Vlamingen, en andersom? Wat hebben we gemeen en wat kunnen we van elkaar leren? We spreken dezelfde taal, we baseren ons, ook in de kunsteducatie, op vergelijkbare uitgangspunten, maar er zijn ook interessante verschillen.

In dit themadeel belichten we Vlaamse ontwikkelingen en praktijken die voorbeeldig, informatief en prikkelend kunnen zijn voor ons, hysterische nuchterlingen. Maar beter nog dan dat is samen optrekken, samenwerken, volgens Lanoye. Omdat we binnen hetzelfde taalgebied tenminste twee culturen kennen die we te weinig onderkennen en uitbuiten: boven de rivieren die van het stringente, exegetische calvinisme, eronder die van het theatrale, barokke katholicisme.

Auteur: Esther Schaareman

Resisting and Resonating Ovoids - Lost, Immersed and Continuous, Teamlab, 2018, Interactive Installation, Endless, Sound: Hideaki Takashi

Wat zijn de overeenkomsten tussen een leeg zwembad, een winderig en koud open veld waar je met kaplaarzen aan doorheen baggert en een omvangrijk project met koor, orkest, conservatorium en voortgezet onderwijs? Die zijn er natuurlijk niet letterlijk, maar het zijn de voorbeelden van learning communities die in dit themadeel schitteren. Het laat zien hoe divers die ingevuld kunnen worden.

Bij de voorbereiding van dit thema waren we nieuwsgierig naar hoe de processen verlopen die nodig zijn om een (nieuwe) leergemeenschap te ontwikkelen en welke randvoorwaarden daarbij belangrijk zijn. We vroegen ons af hoe ‘community of learners’ er zoal uitzien en welke samenstellingen succesvol blijken. Zijn er nieuwe, digitale leergemeenschappen ontstaan door corona en zo ja, hoe werken deze online initiatieven? De danscommunity sloeg bijvoorbeeld de handen ineen met het idee dat dans in tijden van crisis verlichting kan bieden en de dansgemeenschap onderling sterker kan maken.

Leden van een community of learners zijn met elkaar verbonden (of kunnen dat worden) door een leervraag over eenzelfde onderwerp.

Samen onderzoeken ze die vervolgens. Door het onderzoeksproces te delen, ontstaan er ideeën. Dat kan naar aanleiding zijn van een big idea, waarmee direct een dieper inzicht gedeeld wordt en dat verbindingsmogelijkheden schept. Een community kan ook letterlijk zichtbaar worden op de bodem van een leeg zwembad, waarin met vellen papier en tape iets gedeeld en verbonden wordt.

Hoe groot de verschillen tussen de communities of learners ook lijken, één ding hebben ze in ieder geval met elkaar gemeen: de bereidheid om met elkaar te leren en zo samen verder te komen.

 

Auteur: Mariska van der Vaart

Zijn docenten op de basisschool voldoende toegerust om kwalitatief cultuuronderwijs te geven? Het rapport Peil. Kunstzinnige oriëntatie 2015-2016 van de Onderwijsinspectie was op zijn minst niet enthousiast over de kwaliteit van de leeropbrengsten van basisschool leerlingen in de kunstvakken. In verschillende, opeenvolgende monitorstudies geven leerkrachten te kennen dat ze zich niet voldoende in staat achten om muziek, dans, drama en beeldende vorming te geven. En in een overkoepelend beeld van de deskundigheid van de groepsleerkrachten  wordt ruim de helft van de scholen ingedeeld in niveau A, dat verwijst naar dat scholen hun groepsleerkrachten vakinhoudelijk niet deskundig genoeg achten om cultuureducatie goed te verzorgen (Monitor Cultuureducatie primair onderwijs 2018-2019, pag.52).

Tijd voor actie. Naast het programma Cultuureducatie met kwaliteit werd het project Méér Muziek in de Klas gelanceerd en het Ministerie van OCW is gaan investeren in de lerarenopleidingen. Inmiddels heeft curriculum.nu een visie en bouwstenen voor de kunstvakken in het primair onderwijs geformuleerd. Er wordt nog meer vakinhoudelijke verdieping van docenten gevraagd. Het wordt er dus niet makkelijker op voor de groepsleerkrachten.

In dit thema wordt de blik gericht op de pabo. We zoomen in op de post-hbo opleiding Cultuurbegeleider. We bespreken de leerlijn muziek muzikaal zelfvertrouwen. We gaan in gesprek met derdejaars studenten over hun ervaringen met kunstonderwijs op de opleiding en tijdens stages. En we zoomen ook uit. Door te inventariseren wat de stand van het kunstonderwijs op verschillende pabo’s in het land is. Hoe pakt dan het antwoord op de hamvraag: zijn docenten echt bekwaam in het geven van kunstlessen, dan uit?

 

 

 

Tot 2017 maakte literatuur deel uit van CKV. Toch wordt literatuur nauwelijks geïntegreerd in kunstonderwijs en vice versa. Dat is opmerkelijk, alleen al omdat teksten zo vaak deel uitmaken van beeldend werk, van muziek, choreografieën en – vanzelfsprekend – in theaterstukken. Bovendien: laten kunstenaars en schrijvers zich niet al te vaak door elkaar inspireren?

Wat kunnen literatuur en de kunstvakken in het onderwijs aan elkaar hebben? En hoe breng je literatuur naar de huidige, digitale, generatie? Kunnen daarbij de kunstvakken ingezet worden als middel?

In deze Kunstzone laten we zien hoe bepaalde modellen gebruikt kunnen worden bij het interpreteren van niet alleen literaire teksten, maar ook andere kunstvormen. Hoe literatuur, ondanks de dreigende ontlezing van jongeren toch voor hen interessant gemaakt kan worden, en hoe zij zelf kunnen komen tot een kunstcreatie. Hoe literatuur, door scenario’s te creëren, aan het denken zet en hierdoor nog steeds een functie heeft in de publieke ruimte. En hoe het werk van Vondel jongeren kan aanzetten tot het maken van een #MeToo installatie.

We laten zien hoe gedichten besproken kunnen worden en hoe literatuurhistorische kennis ingezet kan worden om literaire taaluitingen uit heden en verleden te interpreteren. Hoe de magische droomwereld van het ballet Giselle kinderen meeneemt in een verhaal en hoe docenten taalvernieuwing kunnen introduceren aan de hand van de huidige rapcultuur. En op onze Kunstzone-website: hoe een dertiger van kunstvakdocent met behulp van crowdfunding haar eigen boekencafé begon en daarmee een literaire trendsetter genoemd kan worden.

Literatuur en kunst is cool.

 

We begeleiden onze leerlingen op allerlei manieren bij hun kunsteducatieve werkprocessen. Om hen daarbij aan te moedigen goed te kijken, te luisteren, te bewegen, te onderzoeken, te imiteren en te experimenteren gebruiken we bronnen uit alle kunstdisciplines, geven we ze authentieke kunstervaringen, wijzen we ze op fenomenen uit de populaire cultuur en laten we ze snuffelen in de erfgoedwereld. Bovendien onderzoeken we de interactie met levensechte contexten, om leerlingen kansen te geven duurzame verbindingen te leggen tussen wat ze op school ontdekken en wat ze buiten de school leren.

Welke beste, betere, of misschien wel ideale omgeving biedt onze leerlingen wegen die hen van hun gewone leven naar een leven in uiteenlopende (kunst)werelden kan leiden? Moet die anti- of extrastructureel zijn, traditioneel of digitaal? Een grensgebied, hybride of een tussenruimte?

In dit thema staat de omgeving waarin kunstonderwijs plaatsvindt of zou kunnen plaatsvinden, centraal. We onderzoeken wat de ervaringen zijn van docenten, scholen en kunstvakopleidingen die pogingen hebben ondernomen hun onderwijsomgeving heel anders dan gebruikelijk, of in ieder geval flexibeler in te richten. We verkennen de mogelijkheid van het museum als alternatief klaslokaal en bevragen ontwerpers hoe het onderwijs van de toekomst er volgens hen uit zou kunnen zien. De digitale didactiek komt – in de vorm van uitlegvideo’s – voorzichtig aan de orde.

En niet te vergeten: we laten jongeren aan het woord: waar leer jij graag, als je thuis bent?

Voor Hendrik van Gelder, directeur van het Haags Gemeentemuseum van 1912 tot 1941, waren rondleidingen hulpmiddel bij uitstek om kunst te leren waarderen. Ze vormden de start van de latere educatieve diensten in musea. Van Gelders voorbeeld was overigens kunsthistoricus en pedagoog Alfred Lichtwark (1852-1914), die de kloof tussen zijn Hamburgs museum en de ‘gewone’ burger ook zo wilde overbruggen.
Jan Ligthart hervormde – eind 19e eeuw – zijn school in de Haagse Schilderswijk. Het moest een gemeenschap worden, met docenten die niet beter waren dan hun leerlingen, maar louter meer ervaring hadden. En die kennis niet in aparte vakken, maar concentrisch onderwezen.

Maar… hoe geef je kunstgeschiedenis?

Na de invoering van de examens kunstbeschouwing/kunstgeschiedenis was het de vraag wat kunstbeschouwing nu eigenlijk behelsde en: hoe moest je het geven? De angel zat, kort gezegd, in de idee dat een teveel aan historische kennis een belemmering zou vormen voor het pure kijken, het zou maar ballast zijn. Herbert van Rheeden stelde – eind jaren zeventig – voor in het vwo met een thema te werken. Geen feiten, gebeurtenissen en stijlen, maar vanuit methodische vragen met beeldbeschrijving als noodzakelijke eerste stap.

Heden begrijpelijker als je het verleden (her)kent

Welke inhouden bieden we, welke leerlingen, met welk doel aan? Het blijft ons bezighouden. Het helpt om, zoekend naar een richtinggevende weg, tussen het werk van voorgangers een verwante geest te vinden.
Het heden is begrijpelijker als je het verleden (her)kent. Dat loopt bij elke nieuwe stap die wordt gezet, als een schaduw mee. En daar gaat dit themanummer over.

 

Ik was amper twintig toen ik mijn eerste baan in rolde. Een homo op een christelijke school, daar had ik, alleen al door de roerige tijd van zelfacceptatie, nog niet over nagedacht.

En ik vond weliswaar houvast aan mijn werk, maar datzelfde werk zorgde ervoor dat ik vijftien jaar lang steeds verder de kast in kroop, in plaats van eruit. De verschillende incidenten die plaatsvonden en het stilzwijgen van homoseksualiteit, versterkten bij mij het idee dat het vormen van repressie waren. Homo, (te) makkelijk gebruikt als stopwoord, maar kennelijk te moeilijk om als ‘zijn’ te accepteren, laat staan erover te spreken.

Op mijn school werd ik me ervan bewust dat het heel moeilijk is om een taboe te doorbreken. Het kan zelfs zeer gewaagd zijn, zo bleek uit de reacties op de recente reclamecampagne van Suitsupply. Zoenende mannen die in feite de schijnacceptatie van homoseksualiteit blootlegden. Maar haat en agressie zijn slechte wapens. Het beste wapen had Suitsupply met haar boodschap van liefde, vastgelegd met krachtige foto’s. Ik vind die foto’s kunst.

En kunst, dat is wat wij in handen hebben om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken, om te laten zien dat iets er kan – en mag – zijn.