Op het Citadel College in Lent geven we van het eerste tot en met derde leerjaar het vak Onderzoek en Ontwerp. Belangrijke elementen in het vak zijn creatieve en probleemoplossend vermogen.

Vera en Rosa. Gebruikerstest doe je zo!

We introduceren daarbij thema’s die te maken hebben met bestaande problemen, die de leerlingen moeten oplossen. Ze werken samen met potentiële gebruikers en ontwikkelen al onderzoekend en experimenterend oplossingen voor het probleem.
We werven voor deze levensechte kwesties of problemen instanties zoals het Radboud ziekenhuis of de Nijmeegse bibliotheek. Zij dragen de ontwerpproblemen aan, zodat leerlingen ook werkelijk iets maken dat gebruikt gaat worden. Het Radboud ziekenhuis vraagt leerlingen bijvoorbeeld een behang te ontwerpen voor een specifieke afdeling en patiënten met artsen treden als jury op, om het beste ontwerp te kiezen. Dat ontwerp moet aansluiten bij de eisen die de afdeling stelt en de leerling zal zich dus moeten verplaatsen in de gebruikers van de ruimtes waar het ontwerp voor wordt gebruikt.

Stap voor stap ontwerpen
Een ontwerpproces opzetten en volgen is nieuw, en bepaald niet eenvoudig voor onze leerlingen. Daarom zette ik met leerlinge Vera Van den Oord uit 4vwo en kunstvakcollega Tonja Moonen, voorzien van de adviezen van Jaap Daalhuizen (Delft Design Guide) een YouTube-serie op. Met een subsidie van LOF, het LerarenOntwikkelFonds, kon ik de serie te ontwikkelen.

In de serie Ontwerpen doe je zo! legt Vera stap voor stap uit hoe zij een ontwerpprobleem heeft aangepakt en op die manier laat ze zien hoe andere leerlingen dit kunnen doen.
Het mooie is bovendien dat de serie bij elk vak inzetbaar is.

Bekijk de serie via: https://www.youtube.com/channel/UCXzhqiLeTSmiqqrmjwrF9-w

Bart Boonen is zowel docent kunstgeschiedenis als docent Onderzoek en Ontwerp op het Citadel College in Lent.

 

 

Als docent dans én Grieks & Latijn stond Carmen van Deuren tien jaar lang vol enthousiasme voor de klas. Nu richt ze haar enthousiasme volledig op haar andere passie: boeken. Afgelopen januari opende van Deuren Arnhems Boeken Café (ABC) Libertas, een literair café vol met de meest uiteenlopende boeken.

Carmen van Deuren: ‘Meteen na mijn dansdocentenopleiding ben ik weer terug de schoolbanken in gegaan. Ik miste het leren zo erg dat ik, tegen ieders advies in, halsoverkop een nieuwe studie koos. Grieks en Latijn, dat leek me wel een studie waarbij ik mijn hoofd kon gebruiken. Daarna combineerde ik mijn werk als dansdocent in het amateurveld met een vaste baan in het voortgezet onderwijs. Die combinatie paste heel goed bij mij.’

‘Tijdens een bezoek aan Groningen kwam ik terecht in een café vol met tweedehandsboeken. Het idee van een plek waar je boeken kunt lezen onder het genot van een kopje koffie of een biertje vond ik simpelweg fantastisch. Ik deed een oproep voor tweedehandsboeken en kreeg ontzettend veel respons. Vanaf daar ging het balletje snel rollen. Ik heb een ondernemingsplan geschreven en ben op zoek gegaan naar een pand. Na een jaar hard sparen heb ik mijn docentschap achter me gelaten en me fulltime op het café gestort.’

Een nieuw avontuur

‘Door middel van crowdfunding zijn we van start gaan. Dit was een zwaar proces, ik moest me ineens verdiepen in bijvoorbeeld marketing. Door mijn ervaring in lesgeven heb ik geleerd te differentiëren. Ik merkte dat deze kwaliteit van pas kwam tijdens het proces, doordat je constant probeert verschillende mensen te bereiken en te activeren. Gelukkig had ik een fantastisch team om me heen, waaronder het veelzijdige Collectief Soepel. Zij hebben het interieur ontworpen en de plek een sfeer gegeven waar ik voorheen alleen maar van kon dromen.’

‘Boeken selecteren vond ik het leukste werk. Ik voelde me als een curator van een museum. Op dit moment zijn er 5000 boeken in Libertas en dat is maar tien procent van alle boeken die ik heb verzameld. Dit proces ging vooral op gevoel. De verrassende, grappige, choquerende, bijzondere boeken en de klassiekers staan nu bij ons op de plank. Ik geniet van het ontdekken van pareltjes en deel die graag met anderen.’

Anders dan een boekenwinkel

‘Onze doelgroep is heel breed. Er zijn mensen die graag naar het café komen voor een goed biertje en daarbij af en toe een boek pakken, en je hebt de boekenfanaten die het fijn vinden dat dit tevens een sociale plek is. Wij organiseren poëzieavonden in samenwerking met de schrijversopleiding van de kunstacademie, voorleesmiddagen voor kinderen, boekpresentaties, bordspelavonden en ook theater- en dansvoorstellingen. Door mijn achtergrond trek ik het breed en zie ik het als een culturele aangelegenheid. Maar het uitgangspunt blijft literatuur en taal.’

‘Ik wilde mezelf omringen met literatuur en geschiedenis. Echte boeken geven een fijne sfeer van rust en veiligheid. Onze gasten komen lezen, studeren, werken of voor de gezelligheid. Iedereen is welkom en dat gevoel wil ik met ABC Libertas uitstralen.’

Meer Informatie

INTRO

De deelnemende VO en mbo docenten volgen de post- HBO cursus Oog voor beeldend talent allemaal voor hun leerlingen: om een beter docent te worden of om hun lessen te verrijken. Maar stiekem hoop ik dat ze het voor zichzelf doen. Want ik geloof dat ze door zelf beeldend werk te maken gelukkiger docenten worden.

EEN FRISSE START

Na de zomervakantie loop ik door Zwolle en ontdek ik opnieuw de weg naar de academie. De conciërges komen vrolijk lachend op me af, geven me een hand en zeggen “gelukkig nieuwjaar!”. Wat een fijne traditie, een frisse start in augustus. Elk jaar een nieuw begin met goede voornemens, en in januari de kans om het nog eens dunnetjes over te doen.

Als ik op de eerste cursusavond de atelierruimtebinnenloop, wens ik de deelnemers van de cursus ook een gelukkig nieuwjaar. Deze bevlogen docenten uit het VO of mbo kiezen ervoor om deze cursus naast hun baan te volgen. Ze staan aan het begin van een herontdekking van alles wat ze al kunnen.

OOG BASIS

We beginnen met het leren kennen van de mede-cursisten en elkaars werk. Er zijn ontmoetingen met diverse docenten en studenten van alle studierichtingen en we bespreken de rol van de beeldend docent. Tijdens de volgende bijeenkomsten gaan we aan de slag met het eigen werk, diverse technieken en opdrachten waarbij we inspelen op de actualiteit. Dit doen we onder begeleiding van diverse academiedocenten. De opgedane kennis is zowel toepasbaar binnen het eigen werk als in de klas, bovendien is er gelegenheid om onderling ervaringen uit te wisselen.

OOG VERVOLG

De mensen van de vervolggroep zitten vol goede voornemens vanuit de cursus Oog basis: het werk verder ontwikkelen, een tentoonstelling maken, theorie en maken meer combineren. Plannen waar ze door het volgen van de cursus weer tijd voor vrij maken.

ERVARINGEN VAN EEN DEELNEMER

Marjon, Oog deelnemer van het eerste uur, doet dit jaar niet mee. Ze gaat meer tijd besteden aan haar eigen beroepspraktijk als illustrator. Ze schreef hierover op haar LinkedIn: ‘Weer een heel mooi cursusjaar afgesloten bij ArtEZ in Zwolle! Oog voor beeldend talent: hier ontwikkel je je als docent beeldend én als kunstenaar (…) én maak je kennis met nieuwe ontwikkelingen in het werkveld. (…) Omdat je steeds bevraagd wordt naar wat je wil, waar je heen wil met je werk, ben ik weer heel scherp en kritisch naar mijn eigen werkproces gaan kijken. Door de enthousiaste en vakkundige docenten kijk ik anders en werk ik nu veel vrijer.Dat levert ander werk op met een helderheid die je alleen niet altijd voor elkaar krijgt. Mooier kan haast niet.’
Via de groepsapp van de cursus wens ik ook haar een heel gelukkig nieuwjaar toe!

 

 

NIEUWSGIERIG GEWORDEN?

Hier vind je meer informatie over de Oog cursussen basis en vervolg. Wil je meer weten of instromen in september 2019? Ik help je graag. Stuur een mail naar m.dejong@artez.nl

Marieke de Jong is docent bij ArtEZ en coördinator van de Post-hbo cursus Oog voor beeldend talent basis en vervolg.

 

Er was eens een prinsesje
Ze heette prinses Liselore
En woonde in een prachtig kasteel
Met lakeien en een kok
En de koning en koningin waren haar papa en mama
Later als ze groot zou zijn, werd ze een koningin
Want dat hoorde
Dus leerde ze lopen, stap voor stap
Leerde ze praten, met twee woorden
En lippenstiften
En eten met 4 messen en 4 vorken

 

Als alle leerdingen klaar waren ging ze het liefst naar de kok
Ze vroeg om haar mooiste schort
En mocht hem helpen
Met eieren en melk en meel
En boter in de pan
En bakken
En gooien
Ze bakte en ze bakte
Wel 110 pannenkoeken,
Pannenkoek met truffels, of met abrikoos, met leverworst en broccoli, met vissoep en met barbecue
tot ze er één had die perfect was: De naturel-au-liseloor

 

En die at ze dan op
Maar de koning en de koningin zagen hun meisje
Viezer en viezer en zeiden: Prinses Liselore, dit is niet jouwplek,
Jij moet lessen volgen, over spaans en schrijven en hoepeljurken dragen
Maar waarom? vroeg Liselore
‘Dat staat hier geschreven, kijk maar zwart op wit!
‘Maar waarom?’ vroeg Liselore
‘Omdat het hier staat, zelfs in een schema’
Liselore probeerde een jurk maar kwam helemaal in de knoop
Boos trok ze hem van zich af en riep
Ik heet geen prinses Liselore, ik heet Liselore Pannenkoek

 

De koning en koningin vertrokken zonder een woord te zeggen,
Liselore wist het zeker:
Nooit wil ik hoepeljurken, nooit wil ik met 4 vorken en nooit wil ik Koningin!
Maar… zei de kok… hoe moet het dan met het kasteel…
Nooit wil ik koningin voor een kasteel
En Liselore droomde van een prachtig zelf gebakken huis
Weet je het zeker? Ja…. Zeker
En de hele nacht smeedden de kok en Liselore een plan

 

De volgende morgen zaten de koning en koningin geïrriteerd aan het ontbijt
Waarom kwam de kok nu niet met brood?
Ze aten de meest verrukkuluke pannenkoeken van hun leven
Zo heerlijk dat er iets gebeurde met hun buik, ja zelfs hun hoofd
De koning gooide zijn kroon op de tafel
De koningin wapperde haar vlecht los
De koning keek haar aan
En de kriebels kwamen boven
In een heerlijke zoen riep de koning: Wat waren dit voor pannenkoeken?
Hun dochter kwam binnen
Pas toen wist de koning dat er niets anders op zat
Hij pakte zijn staf
En kroonde zijn dochter tot Liselore Pannenkoek,
De eerste prinses die geen prinses wilde zijn
Liselore lachte en rende naar de keuken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Auteur: Floor Roos

Wow wat is dat zwaar! Mijn lijf buigt onder het gewicht van de twee plastic ‘vleugels’ gevuld met water die om mijn armen heen zitten. Ik sta in de Grote Kerk in Zwolle en bezoek de Finals van de Docentopleiding Beeldende Kunst en Vormgeving van ArtEZ. Ik spreek vier kersverse afgestudeerden van ArtEZ Docentenopleiding Beeldende Kunst en Vormgeving over hun beeldende werk, docentschap en toekomstdromen.

 

Kunstprothese

Kim Venus, eindexamenstudent, is maker van het draagbare object en noemt het een kunstprothese. ‘In plaats van je leven makkelijker maken, maken mijn prothesen je leven moeilijker. Venus ontwikkelde verschillende kunstprotheses bedoeld om stress onder studenten bespreekbaar te maken: ‘Ik wil het taboe dat er heerst over het onderwerp stress opheffen en een aanzet hiertoe geven.’ Tijdens verschillende bijeenkomsten trokken studenten haar kunstprotheses aan. De draagbare objecten die zwaarte en ongemak veroorzaken bij de drager, nodigen uit tot een open gesprek. Venus: ‘De sfeer werd direct serieus als iemand het object droeg. Je voelt de ongemakkelijkheid al zonder dat je het zelf draagt.’

 

Een meditatief eetritueel

Een ander opvallend kunstwerk is het werk van Koen van Zwol. Tijdens een performance bereidt van Zwol met eerbied een oosterse salade en deelt dit voedsel met toeschouwers aan een lage ronde tafel. Een eetervaring waarbij hij voedsel gelijk probeert te stellen aan diegene die het tot zich neemt. Van Zwol: ‘Het voedsel staat niet in dienst van jou. Jij en het voedsel zijn gelijk.’ Dit gevoel accentueert hij door de kleine houten lepeltjes en de volumineuze ‘kommen’ van keramiek. Die hebben allen een andere, vaak onhandige, vorm. ‘Het bord dient als een altaar voor het voedsel, het is geen vorm die puur voor de functie ontworpen is.’ Het werk is ook hier sociaal geëngageerd: Doel van het werk is om de toeschouwer te laten denken over de invloed van voedsel op milieu en gezondheid, zonder dit op te dringen.

 

Maakbaarheid van het gebroken lijf

Wiesje Gunnink wil ook de toeschouwer aan het denken zetten. Als dochter van een huisarts kwam Gunnink al jong in contact met gebroken lichamen. Gebrokenheid is daarom een thema waar zij zich in haar werk mee bezig houdt. Geamputeerde lichaamsdelen, moeite met zwanger worden, suikerziekte. Veel tekortkomingen worden door de medische wereld ‘geheeld’. Maar in hoeverre hebben wij echt invloed op het menselijk lichaam? Hoe maakbaar is het gebroken lijf eigenlijk? Met de installatie Dagen gaan voorbij Hopend op een goede tijd Blijft alles zich herhalen, 2019 confronteert zij de toeschouwer met de stomp van een geamputeerd been waarover geaaid wordt. Heeft het been pijn? Wordt het getroost? In het werk Zoals het kan gaan, 2019 laat zij opnieuw een deze stomp zien, ditmaal ondersteund door een kussentje en een ijzeren staaf. Gunnink: ‘Met kunst mag je geconfronteerd worden met dingen waarmee je eigenlijk niet geconfronteerd wilt worden.’

 

Artistieke maakproces versterkt het docentschap

In het werk van Carina van der Ham wordt direct de wisselwerking tussen kunsteducator en maker helder. Van der Ham wilde met het thema schuld aan de slag en vond in Nibud een opdrachtgever. Zij boden haar aan lessen te geven aan het mbo Deltion als docent Burgerschap en Maatschappij. Van der Ham greep dit met beide armen aan en startte met het ontwerpen van lessen in haar atelier. ‘Ik onderzocht hoe ik het begrip schuld voelbaar en tastbaar kon maken voor de jongeren.’ Een voorbeeld hiervan zijn haar hedendaagse kerfstokken. In de oude traditie wordt een stok door tweeën gedeeld. De schuldeiser en schuldenaar krijgen beiden een deel. Zo gaan zij een verbintenis met elkaar aan. ‘Ik gebruikte het concept van ‘iets geven’ ook in mijn lessen. Ik gaf de eerste les elke jongere uit de klas een schetsboekje cadeau. Door het cadeau te accepteren gingen zij een verbintenis met mij aan. We konden vervolgens het gesprek over schuld met elkaar aangaan.’

 

Maker/Educator

Van der Ham laat zien dat het eigen artistieke maakproces voeding kan zijn voor het ontwerpen van lessen. Ze geeft zelfs aan dit niet los van elkaar te kunnen beoefenen. De ander sluiten zich hierbij aan. Koen van Zwol: ‘Ik denk dat de kwaliteiten van autonoom kunstenaar die ik bij de opleiding ontwikkeld heb, kan inzetten tijdens het doceren. En de vaardigheden die ik geleerd heb over docentschap pas ik weer toe in mijn beeldende werk.’ Kim Venus beaamt dit: ‘Als kunstdocent train je leerlingen oplossingsgericht ontwerpen. Je leert ze vervolgens een idee om te zetten in beeldtaal. Door dit zelf in een artistiek werkproces te hebben ervaren begrijp ik dit beter en zie ik het belang ervan in.’ Tot slot werkt het eigen beeldende onderzoek stimulerend. Wiesje Gunnink: ‘Als ik vanuit mijn eigen passie lessen bedenk, blijf ik zelf gemotiveerd en kan ik dit overbrengen op mijn leerlingen.’

In de Grote Kerk in Zwolle presenteren alle studenten Docent Beeldende Kunst en Vormgeving van ArtEZ academie voor Art & Design nog tot en met 14 juli hun eindexamenwerk. Meer informatie: https://finals.artez.nl

Volg DBKV ArtEZ Zwolle op instagram: https://www.instagram.com/artezdbkv/

Ze had graag aan de andere kant van het veld de tent opgezet maar manlief ontbijt liever in de zon. Het schuim in haar cappuccino is alweer verworden tot een lichtbruin laagje, geheel opgenomen in de koffie. Haar gezin wil op zoek naar glinsterende stenen in de beek.
In gedachten stopt ze haar vier boeken ongelezen terug in de boekenkast. Ze slikt nog een slok lauwe koffiedrab door haar keel.  

Manlief pakt, onnodig, kompas en zakmes en gaat al voorop terwijl zij de ontbijtresten onderverdeelt in de koeltas dan wel vuilniszak. De camembert kan ook weer weg. Volgend jaar misschien toch elektriciteit en een koelkastje. Een huisje is ook fijn.  

 Ze weet zeker dat manlief niet aan de regenpakken heeft gedacht. Zal zij ze ook gewoon vergeten? Ze verlangt naar een bui die die van haar overspoelt. Zoon en dochter halen wild enthousiast de verzamelde stenen van gister uit de emmers en rennen met de lege emmers naar manlief.  

Ze denkt aan de strijd die gaat komen, de dag voor vertrek: “Iedereen mag maximaal 6 stenen mee naar huis.” Gehuil, manlief die haar vragend aankijkt. Ze weet nu al dat ze dat verliest en denkt aan hun keurig aangelegde tuintje, vier bij acht. In haar hoofd vormt zich het beeld van het onooglijke hoekje, rechts achterin, met de meuk van vorig jaar. De inmiddels kapotte schelpjes en geen glinstering te zien meer, in die stenen. 

Stel je voor dat je een examen maakt en daarvoor van docenten, medeleerlingen en ouders een staande ovatie en een bos bloemen krijgt die je met een glimlach van oor tot oor in ontvangst neemt. Je kijkt opzij en ziet je medeleerlingen net zo genieten als jij.

Sterre, Denise, Esmee en Yaman overkwam bovenstaande in hun examenjaar en vierden samen met schoolgenoten hun ontwikkeling van dans. In deze masterproef kwam terug waar ze hard voor hebben gewerkt: techniek, performerschap, choreograferen, samen dansen en theorie.

Iedereen krijgt les in dans

Dans speelt voor de leerlingen (van vmbo tot en met het vwo) van het Stedelijk Dalton College in Alkmaar al vanaf de brugklas een belangrijke rol. In de praktijklessen krijgen de diverse niveaus samen les. In het examenjaar krijgen ze de regie helemaal in eigen handen en creëren ze een dansvoorstelling. Vanuit een gezamenlijk thema denken de leerlingen na over het verhaal dat zij willen vertellen. Sterre, Denise, Esmee en Yaman zijn er vol voor gegaan: ‘Alle gaatjes die we in het rooster konden vinden, hebben we benut. Zelfs in de vakantie en na schooltijd kwamen we samen om te oefenen.’

Theorie verbinden aan de praktijk

Vanuit de eindtermen krijgen de leerlingen cijfers voor het proces dat ze doormaken, de technische kwaliteiten die ze laten zien en de inhoud van hun choreografie. De leerlingen weten precies waar ze op beoordeeld zijn en de uitgebreide feedback geeft hen duidelijk inzicht in hun eigen kwaliteiten en mogelijkheden.
Na het schriftelijk examen Dans spreek ik een tevreden Yaman. Ondanks dat het zijn allereerste examen was en hij een beetje spanning voelde,  viel het hem erg mee. Op de vraag hoe dat kwam, zegt hij: ‘Ik was er gewoon klaar voor, nog voor ik moest leren.’
In dit examen behandelen de leerlingen diverse vragen naar aanleiding van vele filmpjes. Yaman: ‘Ik moest de theorie verbinden aan de praktijk. Maar dat ging heel erg goed, want ik wist bijvoorbeeld nog dat de benen in een dans gebogen moeten zijn, omdat ik dat zelf had gedaan in de dansles!’

Zekerder in je schoenen

De leerlingen zijn blij met hun keuze voor dans als examenvak. En hoewel slechts twee leerlingen kiezen voor een vervolgopleiding dans, geven ze allen aan dat het vak heel waardevol is geweest. Naast dat ze plezier hebben gehad, geven ze aan dat ze zekerder in hun schoenen staan, ze beter in staat zijn om activiteiten te organiseren en bij tegenslagen beter door kunnen zetten. Al die kwaliteiten hebben ze ingezet tijdens hun examens en dat voelt nu al heel geslaagd!

Het beoordelen van kunstvakken is in het basisonderwijs nog altijd een heikel punt. Als vakleerkracht muziek moet ik vaak een onvoldoende, voldoende of goed geven, maar waarop baseer ik dit? Vanuit deze praktijkvraag ben ik op zoek gegaan naar beoordelingsinstrumenten die gericht zijn op het uitvoeren van muziek.

Beoordelingscriteria

In het muziekonderwijs verstaan we onder het uitvoeren van muziek het presenteren en laten horen van muziek door te zingen en/of te spelen. Leerlingen spelen of zingen in groepsverband een muziekstuk(je) en presenteren dat aan de klas. Criteria om de uitvoering te beoordelen zijn: expressie/interpretatie, technische beheersing, ritmische beheersing, attitude en samenspel.
In de review van Groenendijk en anderen uit 2016 heb ik acht verschillende beoordelingsinstrumenten, specifiek gericht op het uitvoeren van muziek, gevonden en met elkaar vergeleken. De instrumenten betroffen vier rubrics, twee beoordelingsschalen, één Learning Story en één scoringsformulier. Vervolgens heb ik gekeken naar de validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid van deze beoordelingsinstrumenten.
Onder validiteit wordt verstaan of er daadwerkelijk getoetst wordt wat je wilt toetsen. Een meetinstrument is betrouwbaar wanneer de uitkomst gelijk blijft onder gelijkblijvende omstandigheden. Wanneer het haalbaar is voor de docent om te toetsen en te beoordelen in de beschikbare tijd, is een instrument bruikbaar.

Beeld: Roland Conté
Beeld: Roland Conté

Bevindingen

Niet alle instrumenten lijken even hanteerbaar in het huidige Nederlandse onderwijs. Het instrument dat mijzelf het meest hanteerbaar lijkt, is de Kansas Music Educators Association Rubric (KMEA). Net als bij andere rubrics zijn er per criterium beschrijvingen gegeven op verschillende prestatieniveaus. Het voordeel van een rubric is dat deze vaak valide, betrouwbaar en bruikbaar in de klas blijkt te zijn. De KMEA geeft de leerling duidelijk zicht op zijn of haar leerprestaties. De rubric is in te vullen door de vakleerkracht en toetst summatief. Nadeel van de KMEA is dat deze zich vooral focust op koorzang. Mijn aanbeveling is om in dit instrument meer criteria op te nemen die zijn gericht op het spelen, zodat deze toepasbaar is op de alledaagse muziekles, waarin niet alleen gezongen wordt. Mijn tweede aanbeveling is om de criteria te vereenvoudigen, zodat het instrument breder ingezet kan worden in alle klassen van de basisschool.

Nieuwsgierig geworden?

Voor het genoemde beoordelingsinstrument, verdere aanbevelingen en meer details verwijs ik u graag naar mijn onderzoek.

Auteur

Carlijn de Lange is zelfstandig muziekdocent en veelal werkzaam in het PO. Dit artikel is een korte samenvatting van haar literatuuronderzoek ‘beoordeling staat genooteerd – het beoordelen van het vak muziek in het basisonderwijs’ voor de master kunsteducatie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Carlijn de Lange – Literatuuronderzoek beoordelen muziek PO – definitief augustus

Meer Informatie