Tijdens een les kunstfilosofie gaf een student aan moeite te hebben met het bestuderen van denkers waarvan we weten dat zij er opvattingen op nahielden die wij tegenwoordig verwerpelijk vinden. Hoe laten we onze interpretatie van een tekst beïnvloeden door onze kennis over de persoonlijke of politieke opvattingen van de auteur?

Daar had ze een goed punt. We lazen die week de Poëtica van Aristoteles – een tekst waar in de westerse wereld graag naar wordt verwezen als startpunt van de theater- en literatuurwetenschap. Tegelijkertijd weten we dat Aristoteles’ standpunten over bijvoorbeeld slavernij en vrouwenrechten bepaald niet stroken met onze hedendaagse opvattingen. Hoe valt dat te rijmen?

Kritisch lezen
Enerzijds, enig moreel relativisme is nodig als we willen voorkomen dat de gehele canon door onze vingers glipt: vrijwel geen enkele auteur uit het verleden houdt stand langs een eenentwintigste-eeuwse meetlat. Anderzijds, als we geloven dat de door ons geselecteerde teksten nog altijd tot ons spreken, inzichten bevatten die nog steeds de moeite van het bestuderen waard zijn, dan hebben we een selectiecriterium nodig op basis waarvan we kunnen bepalen waarom bepaalde opvattingen wel relevant zijn om over te dragen en andere ons minder welgevallige niet. En die grens is niet gemakkelijk te trekken.

Toen ik filosofie studeerde heb ik nooit geleerd dat Aristoteles ook een theorie had over de inferioriteit van de vrouw of dat Kant en Hegel er uitgesproken racistische denkbeelden op nahielden. Heideggers antisemitisme werd afgedaan als irrelevant voor zijn filosofische theorieën. Dat zie ik zelf inmiddels anders. We moeten niet blind zijn voor de schaduwkanten van hun denken. Als docent dienen we deze te benoemen, in de les dienen we ze kritisch te onderzoeken en erover in gesprek gaan.

Vertalen
Daarom was ik dankbaar dat mijn student haar ongemak uitte. In de klas ontstond een levendige discussie over de waarde van intellectueel erfgoed. Iemand gaf aan het waardevol te vinden in gesprek te gaan met mensen die van ons verschillen, ook als hun stem klinkt uit een tekst uit het verleden. Iemand anders wees erop hoe belangrijk het is om standpunten nooit kritiekloos tot ons te nemen; het is relevant te weten op welke punten invloedrijke theorieën tekortschieten, zodat we niet dezelfde denkfouten blijven maken.

Vanwege zulke gesprekken doceer ik graag filosofie aan kunsteducatoren. Iets begrijpen is namelijk niet de denktrant van de schrijver of docent overnemen, maar de stof eigen maken en naar onze eigen woorden vertalen. Mijn studenten zien voortdurend toepassingen van concepten waar ik nog niet aan gedacht had, of wijzen op tekortkomingen van een theorie vanuit hun praktijkervaring. Als het goed is, leren we zo iedere les van elkaar.

Rembrandt van Rijn, Aristoteles bij de buste van Homerus, 1653