Eens in de zoveel tijd komt er weer een nieuwe trend voorbij in kunsteducatieland. Burgerschap lijkt het nieuwe codewoord. Alles is burgerschap. Wil je komen spreken op een conferentie? Het is wel belangrijk dat je ‘burgerschap’ adresseert. We komen graag naar de tentoonstelling kijken. Kun je aangeven hoe die bijdraagt aan burgerschap?

Wanneer deze vragen voorbij komen, merk ik een dubbele reactie bij mezelf. De manier waarop kunstenaars maatschappelijke thema’s en trends behandelen kunnen enorm bijdragen aan de manier waarop leerlingen naar de wereld kijken en hoe ze zich daartoe verhouden. De kritische en vaak persoonlijke blik van de kunstenaar leert je systemen en drijfveren te bevragen. Een vaardigheid die je als – hopelijk kritisch – burger goed kan gebruiken. Tegelijkertijd voelt het feit dat deze wettelijke opdracht deels bij CKV en Nederlands wordt ‘belegd’ enigszins wrang. Waarom zou je bij CKV meer over burgerschap, democratische systemen en diversiteit kunnen leren dan bij wiskunde, geschiedenis of lichamelijke opvoeding?

Ik stoor me ook aan het containerbegrip burgerschap. Het gaat over verdraagzaamheid en respect voor elkaar mening, maar is toch vooral een wettelijke opdracht om meer te leren over het democratisch bestel*. Het voelt toch een beetje alsof het interim-management van de vereniging voor concertzalen de opleiding tot dirigent de opdracht meegeeft om het vak ’artistiek aansturen van een formatie van muzikanten in een live-setting’ op te nemen in het curriculum. Of Staatsbosbeheer dat de verplichte module ’Bevorderen van de biodiversiteit’ opneemt in de opleiding tot boswachter. Het is niet dat ik er het niet mee eens ben dat het gebeurt, maar het zo benoemen en tot speerpunt maken voelt als een beleidspleister op een grote open wond.

Moet niet al het onderwijs bijdragen aan burgerschap? Precies zoals een dirigent sowieso wordt opgeleid om een orkest te leiden? Dat daar – wellicht door een doorgeschoten cultuur van meten en monitoren – aan voorbij is gegaan, betekent niet dat je dat recht kan trekken door er een speerpunt van te maken. En natuurlijk moet een boswachter een scherp oog hebben voor de biodiversiteit, maar er zijn andere krachten die zijn werk bemoeilijken. Een extra les gaat geen verschil maken wanneer de opwarming van de aarde de biosfeer bedreigt.

Daarover gesproken, Lynn Berger schetst in haar boek Zorg een interessante vergelijking tussen de klimaatcrisis en het aankomende zorginfarct. Beide crisissen komen voort uit ons onvermogen om te zien dat de bronnen – grondstoffen én menselijke vermogens – eindig zijn en uitgeput kunnen raken.** We zijn de menselijke maat verloren en lijken er tegen beter weten in op te gokken dat verdere automatisering tot een efficiencyslag zal leiden die ons van zorgcatastrofe kan afhouden.

Misschien moeten we in het onderwijs, net als in de zorg, die menselijke maat weer toelaten. Laten we beginnen door te erkennen dat we allemaal weleens de weg kwijt zijn in dit post-truth tijdperk waarin perfectie de norm en vrijheid de regel is. Vanuit daar kunnen we zoeken naar een nieuwe manier om ons tot elkaar en de wereld te verhouden. Niet door beleidspleisters te plakken en bestaande concepten als democratische waarden en normen op een andere manier aan de man proberen te brengen. Maar door een nieuw vak in het leven te roepen: ’being with the world’. En ja, het is Engels. Dat zal ongetwijfeld tegen het zere been zijn van neerlandici. Anderzijds is het natuurlijk wel zo inclusief naar Nederlanders die niet met de Nederlandse taal zijn opgegroeid.

En net als inclusie passen alle andere beoogde thema’s van burgerschap perfect binnen dit nieuwe vak: vrijheid en gelijkheid, macht en inspraak, democratische cultuur, identiteit, etc. Alleen worden deze thema’s niet aangevlogen vanuit een ouderwets frame met een hele specifieke (politieke) connotatie. Nee, ‘being with the world’ verleidt je om je op een nieuwe manier tot elkaar en de wereld te verhouden. Je adresseert de complexe wereld met verschillende machtsstructuren niet alleen vanuit een politiek kader zoals bij burgerschap, maar biedt ruimte om je persoonlijk (being) te verhouden tot andere onmiskenbare krachten in de wereld van morgen. Denk naast politiek en natuur bijvoorbeeld aan globale handel en tech-giganten.

En mocht men zich afvragen hoe dan? Ways of Being van James Bridle*** is het eerste boek op de leeslijst.

 

Bronnen, lees- en luistertips
*     De aangescherpte burgerschapsopdracht komt eraan: Wat scholen alvast ter verkenning kunnen doen.
**   Lynn Berger, Zorg (2022), P. 162-164. Luister de podcast ter introductie
*** James Bridle, Ways of Being – Beyond Human Intelligence (2022)

Cover #6

 

Eva Blaak De Systeemkasten-collectie / Hokjes (2022) Karton, kraftape, latex en papier