‘Als een droom onvermijdelijk is, laat hem dan zuiver zijn, blootsvoets zijn, blauw van kleur zijn, uit zichzelf geboren zijn. Alsof het zo was, maar het was alleen het tegenovergestelde beeld in zijn realiteit.’

 

De zoektocht naar ‘erbij horen’ die Mahmoud Darwish, een Palestijnse dichter, nauwkeurig probeerde te beschrijven met bovenstaande woorden was letterlijk mijn obsessie in de afgelopen zeven jaar.

Het begon allemaal in de smalle stenen steegjes van Damascus. Waar de geur van jasmijn door de muren en hoeken dringt; waar je lopend de geur van natte aarde opsnuift; waar roestige lantaarns, omwikkeld met elektrische draden, boven deuren en ramen uitsteken; waar je simultaan gesprekken van vrouwen en liederen van Fairuz opvangt.

En toen, met mijn enorme culturele en artistieke bagage, verliet ik angstig, maar nieuwsgierig deze stad om op de evenaar te wonen. Op een plek waar de combinatie van banaan en bonen onder de gouden zon zo lekker is en de hoeveelheden groene kleuren alle verwachtingen overtreffen. Uiteindelijk ben ik drieënhalf jaar geleden geland in Nederland, het land van interdisciplinariteit, spontane douches omdat het regent tijdens het fietsen en feedbackmomenten.

Door mijn ogen
Natuurlijk, Nederland is meer dan dat. Maar ik zou graag willen dat je mijn ogen neemt en erdoorheen kijkt (een Arabische uitdrukking) om te zien hoe jij omgaat met kunsteducatie en met mijn obsessie om erbij te horen.

Vanaf de eerste dag van mijn studie aan de AHK realiseerde ik me het belang van mijn constante innerlijke dialoog die ik in mijn moedertaal voer om mijn evenwicht in de groep te bewaren. Zoals de antropoloog Máiréad Nic Craith in haar boek Narratives of Place, Belonging and Language beschreef: interne gesprekken helpen ons in het omgaan met de omgeving waarin we leven en geven op een of op andere manier het concept van ons IK in deze omgeving vorm.

Acceptatie van het nieuwe
Tijdens mijn master Kunsteducatie maak ik steeds de afweging tussen wat oorspronkelijk, geworteld en geërfd is, en tussen wat geleerd, verworven en gewenst is. Ik denk dat dit de moeilijkste stap is naar het ‘erbij horen’: de confrontatie aangaan met en de acceptatie van het nieuwe.

Hoewel mijn oorspronkelijke artistieke achtergrond gebaseerd is op de Europese kunstacademies en -filosofie, erken ik dat de tijd in Syrië heeft stilgestaan en dat de deur niet openstond voor een interdisciplinair artistiek onderzoek. Onderzoek waarbij je verbonden en verweven wordt met andere artistieke disciplines.

In het eerste jaar van mijn masterstudie werd onze groep gevormd in een verrijkend interdisciplinaire mozaïek. Allereerst vroeg ik me af: Pas ik hier? Ben ik echt verbonden? Voel ik me thuis? Vervolgens werd de eerste stap naar het ‘erbij horen’ voortgebracht door de acceptatie van het nieuwe: door mijn eigen connectie te verkennen via anderen. Ook al kwamen er momenten van fanatisme of nostalgie bij me op.

 

De eerst stap naar een nieuwe wereld is tegelijkertijd de moeilijkste. We zijn continue op zoek naar het gevoel ‘erbij te horen’. Inmiddels durf ik te zeggen dat we een stukje van onszelf kunnen vinden in iets dat we nog nooit eerder hebben gekend.