Vanochtend was het dan eindelijk zover. Ik hervond de moed om buiten te gaan zwemmen. In appgroep ‘De kleine heer’ werd al druk gespeculeerd of ik nog in leven was. Ik had het al een aantal weken laten afweten. Een halve dag duurt het toch zeker wel voor het lichaam weer op temperatuur is, en dat is niet altijd te combineren met een toch al intensieve levensstijl. Maar nu het vakantie is heb ik geen excuus meer. We liepen coronaproof in drietallen het water in. Vier graden, dat betekent maximaal vier minuten zwemmen om onderkoeling te voorkomen. Tijdens de eerste stappen tot kniehoogte vertelde ik dat ik er eigenlijk was om een hypothese te toetsen. Zijn we nog in staat tot reflectie wanneer we in het koude water stappen? Mijn vraag zette blijkbaar iets in gang bij de andere twee, want ik hoorde ze nog net iets zeggen over Zweedse onderwijssystemen. Nu doorzetten tot nekhoogte. Mijn gedachten dwaalden af naar het hier en nu. Kramp in handen en voeten ging gepaard met een gloed rond de vitale delen.

We zitten in een lockdown, in een pandemie. Het voelt al een beetje vertrouwd. We tellen de golven en deinen mee. Van der Laan en Woe legden in ‘Even tot hier mooi bloot hoe het kabinet metaforen aaneenrijgt om begrip voor de maatregelen te blijven voeden. In crisistijd maken we dankbaar gebruik van deze stijlfiguur om het nieuwe, vreemde en onheilspellende te kunnen vatten. Ann Demeester, directeur van het Frans Hals Museum, legde afgelopen zomer, terugblikkend op de eerste golf, uit waarom reflectie op de crisis lastig is. Zolang je er nog middenin zit, valt er eigenlijk niet te reflecteren. ‘In het oog van de storm’, ‘varend op een woeste zee’, heb je niet de kans om uit te zoomen en te begrijpen wat we aan het doen zijn en wat voor rol kunst daarin zou kunnen spelen, legde ze uit.

Gek genoeg begint de kou pas echt wanneer de kleren aangaan en de realiteit weer daar is. Kunst laat ons spelen met de afstand tot ervaring. We kunnen erin opgaan, maar ook in de ervaring of na afloop tot reflectie komen. De kunstervaring is doorgaans veel immersiever en directer dan de onderzoekservaring. De eigen beleving tot instrument van onderzoek maken is precies wat de onderzoeker van tijd tot tijd zou moeten doen. Je ergens in verdiepen door onderdompeling, er deel van uitmaken en het ervaren, is een fantastische bron van inzicht. Als hierin het oordeel uitgesteld kan worden en afstand afwisselend beoefend wordt, komen we zowel verder als dichterbij. De reflectie wordt gewoon beter als je er echt in hebt gezeten. Als we ons dat realiseren, kunnen we meedeinen met de golven van het virus en hoeven we niet halsoverkop naar maffe metaforen te grijpen. Kunst helpt ons de duidingsdrang op te schorten.