De noodzakelijke, maar uitblijvende stap!

Sinds begin vorige eeuw is kunsteducatie (onder meerdere benamingen en gedaantes) zich een weg aan het banen zowel in onderwijs, de museale sector, de vrijetijd sector en de welzijns- en sociale sector?
De eerste workshops voor leerkrachten in de jaren 50 van de vorige eeuw, de jeugdateliers eind jaren 60, … Een speech voor de museumsector, van August. J. Bal uit 1969 beveelt aan om onderwijs en kunst nauwer met elkaar in contact te brengen. Een manifest uit 1984 van het kunstparlement, in leven geroepen door onderwijsminister Willy Calewaert, pleit voor een nauwer contact tussen cultuur en onderwijs. Met eenzelfde doel wordt in 2002 een soort van engagementsverklaring ondertekend tussen de toenmalige minister van Onderwijs en Vorming, Marleen Vanderpoorten, en die van Cultuur en Jeugd, Bert Anciaux.

In de jaren die volgen en zelfs tot aan vandaag blijft men pleiten voor een groter en sterker kunsteducatief veld, zowel in onderwijs als vrije tijd. Maar zijn we er werkelijk op vooruit gegaan? Lode Vermeersch, een toonaangevende onderzoeker op dit gebied, stelt zelf vast: ‘Veel wetenschappelijk onderzoek naar kunst en cultuureducatie wordt er in Vlaanderen niet gedaan. Onderzoek naar kunst en cultuur in het algemeen prijkt doorgaans niet bovenaan de agenda van hogescholen en universiteiten en onderzoeksbureaus’. Hoe en vanuit welk materiaal er beleid wordt gemaakt blijft dan ook een vrij duistere zaak. Nochtans uit veldtekeningen van zowel het kunstenpunt als de laatste HIVA-studie ‘cultuureducatie in de vrije tijd’ van Lode Vermeersch en Nele Havermans, als uit de vele subsidieaanvragen kan men opmaken dat kunsteducatie zowel in vrije tijd als in de schooltijd een levendig veld is. Maar wie monitort dat? Hoe stuurt men ergens naartoe en naar waar dan wel?

Soms spreekt men over ‘muzische vorming’, dan weer over ‘cultuureducatie’ of over ‘kunsteducatie’ en zelfs over ‘participatie’. Allemaal begrippen die men terugvindt in decreten, regels en oproepen die doelen op kunsteducatie, met als poging kunsten, het jonge gebroed en ouderen met elkaar in aanraking te brengen zowel in onderwijs als in de vrije tijd. Blijkbaar is er geen enkele behoefte van overheden daar enige duidelijke beleidslijn rond te maken. Meer nog, een deel wordt gestuurd door het kunstenbeleid en een ander deel door onderwijs en nog een ander deel door het jeugdbeleid.
Het blijft voor organisaties die zich profileren in het veld van de kunsteducatie toch een roepen in de woestijn en zich behelpen door eigen profilering. Mocht het kunstenbeleid een duidelijke strategie hebben voor kusteducatie in zowel zijn formele als non-formele acties, zouden we minstens al een stap in de goede richting zetten. Een noodzakelijke stap!

Cover #6

Leerlingwerk VAVO Rijnmond College (Rotterdam)