Over handen schudden en rijkdom

‘Hello darkness my old friend’, wordt er grappend geneuried terwijl ik met een groep studenten in de rij sta voor de douane in Zula (Bosnië en Herzegovina). Waar de ene helft blij is met de eerste stempel in het paspoort, scant de rest twijfelend de omgeving. De vooroordelen worden bevestigd: zware grijze lucht, roestend metaal en chagrijnige gezichten. Dit wordt een taaie week, dachten we hardop of binnenskamers. Maar 7 dagen later en 5 kilo zwaarder gingen we met twee stempels en gekleurd door indrukken weer terug. Zo ‘dark’ was deze ‘friend’ toch ook weer niet.

Dat de sporen van armoede en oorlog je meteen in het gezicht meppen is niet gelogen. Een realiteit die nieuw is voor mij en die gehuld in een rokend winterlandschap niet makkelijk een zonnige kant laat zien. Al lopend door de steden of werkend in de basisscholen dachten we vaak herwaarderend terug aan Nederland en aan hoe ‘rijk’ we daar eigenlijk zijn. Maar zijn we écht zo rijk? Economisch misschien, maar op het gebied van menselijkheid vind ik het in tegenstelling tot wat ik in Bosnië meemaakte, wat aan de ijzige kant. Ik loop in Nederland regelmatig mensen tegen het lijf die de kunstmatig gecreëerde afstand tijdens de pandemie nog liever even in standhouden. Dat gekus en handgeschud is immers een overbodige luxe die ze liever kwijt dan rijk zijn. Is dat niet ook een vorm van armoede? Soms heb ik het gevoel dat onze rijkdom in combinatie met een steeds complexere en onoverzichtelijke wereld ervoor zorgt dat we ons steeds meer terugtrekken op een eigen vloer verwarmd eilandje. Eerst ‘wijzelf’ en dan de ‘rest’. Maar zo werkt het toch niet in een maatschappij?

Natuurlijk denk ik ook: is dit niet een beetje overtrokken sentimenteel geneuzel? Te kort door de bocht? Zit die rijkdom echt in een handdruk? Maar volgens mij begint het juist met zulke kleine gebaren. In een land gestript van rijkdom voert menselijkheid de boventoon, maar een land ontdaan van menselijkheid? Wat levert dat op? Armoede?

Cover #1

 

Esther Bruggink Viola in Quarantaine (2020), o.a. polyesterfilm, borduurzijde, messingdraad, 45 cm x 20 cm x 20 cm, Foto: Simon Van Boxtel