Over kauwen in plaats van verzamelen

Ik origami mijn lijf geruisloos op een mini-stoel naast een bak met kikkervissen; stagebezoek. De tekeningen aan de wand tonen alvast het toekomstperspectief van deze bruine glibbers; grote groene vlekken met bierdop-ogen. Terwijl ik mijn best doe om niet op te vallen, word ik nauwlettend in de gaten gehouden. ‘Hoe heet jij?’, vraagt het jongetje naast mij. Zonder het antwoord af te wachten, voegt hij eraan toe: ‘Gisteren was ik jarig. Ik kreeg een hamster van mijn ouders en dít van de juf.’ Hij opent het laadje onder zijn tafel en toont mij de winst. Onder allerlei rommeltjes ligt een potloodtekening. ‘Is dát je hamster?’, vraag ik. Ik wijs naar een enorm knaagdier met buitenproportionele wangen. ‘Hm-hm! Hij verzamelt van alles in zijn hoofd, zónder erop te kauwen!’. Dat doe ik ook wel eens, bedenk ik me. Alles opslaan, maar niet direct verwerken.

Er zijn regelmatig momenten gedurende een schooljaar – al dan niet opgevouwen op een kinderstoel – waarin ik probeer te kauwen op de vraag waarom ik doe wat ik doe als docent in de kunsten. Nu we bijna een pandemie hebben doorgeslikt, is deze overpeinzing nog urgenter geworden. Door het langdurig sluiten van musea en andere culturele instellingen, werd de rol van kunst in onze samenleving langzaam maar pijnlijk voelbaar. Hiermee is de vraag rondom haar belang binnen onderwijs óók weer op scherp gezet; ze zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Maar in de wirwar van visies raak ik af en toe het spoor bijster. Op dat soort momenten richt ik me op wat er gebeurt aan de wand van een klaslokaal, op de museumvloer of in gesprek met studenten. Onderwijs is geen eenrichtingsverkeer. Het is de onbevangenheid van kinderen die mij bewust maakt van hoe beperkend het volwassen-denken kan zijn. Het zijn de basisschoolklassen in het museum die kunst moeiteloos buiten haar lijst trekken. En het zijn de jongeren waardoor ik besef hoe belangrijk het is om vorm te kunnen geven aan complexiteit. Samen tonen zij hoe nodig het is om te blijven kauwen op de vraag: waarom (kunst)onderwijs? ‘School’ als een plek waar wordt gedacht, geluisterd, verbeeld, gelachen, gespeeld en gesproken; om te zoeken, te struikelen, te vallen, te vinden en vorm te geven aan dat wat ons allemaal bindt. Het leven dus.

Dagmar Baars