Over herhaling en de reservebank

Ik sta op een andere plek, maar in dezelfde context. Ik hoor nieuwe geluiden, maar de zinnen zijn  hetzelfde. Boven de streep gebeurt er van alles, maar onder de streep ben ik weer terug bij af. Na een reeks van komma’s en doorhalingen, volgt er geen punt, maar wederom een vraagteken. Het voelt als een soort droste-effect. Misschien ken je dit verschijnsel van de naar zichzelf verwijzende afbeelding op het cacaoblik. Zo niet, dan heb je het vast al eens meegemaakt in een pashokje met twee spiegels waarin je ontelbare keren wordt geconfronteerd met je lijf in een te klein kledingstuk. Ikzelf ken dit gevoel van recursie voornamelijk van mijn eigen ontwikkeling als docent aan de pabo.

Terwijl ik alle jaargangen van mezelf als docent (jaar 1 t/m 9) doorloop, vraag ik me af waarom ik nog steeds én weer aan het zoeken ben naar hoe we het vak beeldende vorming het beste kunnen vormgeven. Er is/moet zoveel, het gaat zo snel en er is zo weinig. Als je beperkt de tijd hebt, waar zet je dan op in? Als je generalisten opleidt, wat mag je dan verwachten? Als de kwaliteiten van de kunsten zo uiteenlopend zijn, welke kies je dan?
Zo nu en dan denk ik het te weten. Dan lijk ik even de balans te hebben gevonden tussen alle spelers. Een olympisch team bestaande uit studenten, de tijd, het vak en ikzelf. Tóch raken we dan na enkele trainingen weer geblesseerd en belanden we op de reservebank.  

Soms wil ik gewoon te graag winnen. Ieder teamlid tevreden houden. Het maximale eruit halen. Maar misschien gebeurt het juist op de bank langs de lijn. Ieder met zijn eigen blessures, onderuitgezakt een beetje de wedstrijd bekritiseren en bevragen. Vreemd genoeg is dit gevoel van imperfectie ook wat ik nodig lijk te hebben. Het besef van losse eindjes en de steeds wederkerende vraagtekens om opnieuw te blijven gaan, en gaan, en gaan, en gaan, en gaan, en gaan, en gaan, en gaan, en gaan, en gaan.

Cover #3

Foto: Danilo Batista, 2021