Een maand geleden organiseerde M Leuven samen met enkele partners, de jaarlijkse internationale ICOM CECA-conferentie. Het was een fijne, drukke week en bracht heel wat mensen bij elkaar, zowel digitaal als in België. Het thema dat educatieve (museum)medewerkers samenbracht was ‘Co-creatie binnen en buiten de museummuren’.

Educatieve activiteiten zijn wereldwijd al lang geen bijzaak meer van de museumwerking. Meer zelf, ze staan vaak centraal en dat werd in deze conferentie weer eens goed duidelijk. Bovendien wordt de inbreng van het publiek, het samenwerken, steeds belangrijker en als zeer waardevol ervaren.

De vele voorbeelden die gedeeld werden maakten duidelijk dat deze co-creatieve projecten of werkingen grenzen wil en doet vervagen tussen de museummuren en de maatschappij. Het gaat over samenwerkingen met het brede publiek, maar evengoed met onderwijs, jongeren, nieuwkomers, gedetineerden, personen met dementie, . . .  zowel in het museum als op locaties. Drijvende kracht hierin zijn de deelnemers en de medewerkers van de musea, die geloven in een boeiende samenwerking en een interessant project. Het proces is daarbij even belangrijk, of zelf belangrijker dan het eindproduct. Deze intensieve projecten zijn echter vaak moeilijk te meten in harde cijfers en daarom tegelijk ook kwetsbaar. Vandaar dat het belangrijk is om de intrinsieke en menselijke waarden van de projecten te delen, te ondersteunen en te onderzoeken. Het gaat niet altijd om het grote bereik, de blockbusters, maar om een waardevolle beleving voor deelnemers en bezoekers van het museum.

Als museum moet je vertrouwen in een evenwichtige samenwerking tussen het museum en de community’s en de controle los durven te laten. Dat is ook wat Nina Simon, auteur van het boek ‘The Participatory Museum’ en keynote spreker op de conferentie, benadrukte. Verder stelde ze ons gerust: ‘Durf experimenteren, begin klein en leer uit je vorige projecten. Je hoeft je museum niet in één keer binnenstebuiten te draaien. Het zijn de kleine zaadjes die tijd nodig hebben om te groeien.’ Ook Pat Villeneuve, keynote spreker op dag twee, beklemtoonde dit. Zij ontwikkelde een model voor edu-curation, waarmee musea de interne dialoog tussen museummedewerkers kunnen verbeteren. Want die controle los laten in het museum, dat is zeker geen evidentie.
Om echt duurzaam en co-creatief te werken is het belangrijk om je visie in heel je werking in te bedden. Daarin moet je ook keuzes durven maken, welke projecten passen bij de identiteit van jouw museum, waar ga je voor en waarvoor niet?

Veel van de co-creatieve projecten in musea vinden nog plaats in de zijlijn van het museum. Ik ben er echter van overtuigd, zeker na deze conferentie, dat ze in de toekomst een centralere plek zullen innemen. De veranderende samenleving in de 21ste eeuw vraagt erom. Of zoals onze directeur Peter Bary het zo mooi verwoordde op de conferentie: ‘Het lijkt me ook een kwestie van ethiek. We zijn geen eigenaars van onze collecties en onze gebouwen. Als museum zorgen we alleen, zo goed als we kunnen, voor een maatschappij waarvan wij de behoeften moeten begrijpen en helpen vervullen.’

Cover #5

Sablika (medestrijder en vriendin van Tula, die in 1795 in opstand kwam tegen de slavernij op Curaçao). Zeefdruk met papierinkt David Paulus (2021)