Het symposium over het landelijk cultuuronderwijsbeleid – het beleid voor kunst en cultuur in basis- en voortgezet onderwijs – is al even voorbij. Met dit online symposium wilden LKCA, de Boekmanstichting en Erasmus Universiteit (ESHCC) de beleidsdiscussie over cultuuronderwijs stimuleren. Ruim zeventig deelnemers reageerden op de uitnodiging voor deze bijeenkomst en brachten inzichten in vanuit kunstvakverenigingen, onderwijs- en cultuurbeleid, wetenschappelijk onderzoek, cultuuronderwijspraktijk, culturele instellingen, (kunstvak)docentenopleidingen, brancheorganisaties, expertisecentra en fondsen.

Tijdens het symposium werd in sessies gediscussieerd over kernpunten van cultuuronderwijsbeleid zoals ‘beleidssturing en draagvlak’, ‘leeropbrengsten en cultuurinstellingen’ en ‘doelstellingen en draagvlak’. Experts – onder wie ikzelf – leidden een sessie in, waarna deelnemers aan de hand van stellingen in gesprek gingen, √©n aanbevelingen formuleerden voor toekomstig beleid. Aan het eind van het symposium bespraken we samen de sessie-uitkomsten. Deze zijn na te lezen in het verslag van het symposium. Enkele uitkomsten zijn door LKCA en de Boekmanstichting opgenomen in de Handreiking Regeerakkoord 2021 (maart 2021), die ze met andere landelijke organisaties opstelden om cultuureducatie en -participatie op de agenda te zetten van het nieuw te vormen kabinet.

Na het symposium en de handreiking ben ik heel nieuwsgierig naar jouw advies aan het nieuwe kabinet. Wat zou jij, als kunstvakdocent of medewerker van een culturele instelling adviseren? Welk perspectief zou jij vanuit jouw ervaring willen toevoegen? Een voorzet hiervoor lees je in de onderstaande, wat aangepaste adviezen uit het symposiumverslag.

– Ga als overheid in je beleid uit van de wezenlijke, intrinsieke karakteristieken van het leergebied kunst & cultuur. Stel hiervan uitgaand aanbodsdoelen en inspanningsdoelen vast. Aanbodsdoelen benoemen het recht van elk kind op een aanbod van kunst & cultuur; inspanningsdoelen beschrijven de plicht van elk kind om serieus met dit aanbod om te gaan. Naast deze twee doelen worden vakmatige en vakinhoudelijke beheersings- en opbrengstdoelen geformuleerd (artistiek en pedagogisch).

– Onderwijs- en cultuurambtenaren moeten bij de voorbereiding van het cultuuronderwijsbeleid meer samenwerken. Ze moeten samen oog hebben voor wat scholen vanuit dat beleid nodig hebben om leerlijnen te ontwikkelen, die te implementeren en uit te voeren. Adviezen van onderwijsbetrokkenen zoals kunstvakverenigingen, lerarenopleidingen en culturele organisaties zijn daarbij noodzakelijk.

– Cultuuronderwijs mag op de basisschool en in het voortgezet onderwijs alleen gegeven worden door vakbekwame leraren. Pabo’s en kunstvakdocentenopleidingen hebben aandacht voor de onderwijsniveaus en de mogelijke rollen van leraren: van cultuurco√∂rdinator en vakspecialist tot vakdocent en coach in basisschool en voortgezet onderwijs.

Wat denk je? Reageer via hagenaars@eshcc.eur.nl en kom maar op met die adviezen!