Ja, ik ben zo’n vader die alle tekeningen van zijn kinderen bewaart. Al jaren. Het is een enorm archief geworden. Met zo’n collectie zou je best een leuk onderzoekje kunnen doen naar hoe de vrije expressie zich ontwikkelt en verandert door de jaren heen. Uit de literatuur en door gesprekken met leerkrachten en collega-onderzoekers wist ik dat ons iets te wachten stond. Op een bepaalde leeftijd verliezen kinderen hun plezier en komen er misschien wel enkele jaren geen tekeningen meer binnen.

Een paar maanden geleden, we waren op Terschelling, gebeurde het. Ze had iets in gedachten: zonlicht glinsterend op de stenen, een duin op de achtergrond. Maar wat ze voor ogen had, kwam niet op papier. Ze gooide de potloden aan de kant en leek er voorgoed klaar mee. Ik besloot mijn oud-collega Welmoed te mailen over wat mijn rol zou kunnen zijn. ’In de literatuur wordt gesproken over de ‘U-shaped curve’. Er is een terugval in creativiteit te zien rond het tiende levensjaar. Tekeningen moeten steeds meer ‘echt’ gaan lijken, of beter lijken op het beeld dat ze hebben van wat echt is of ‘hoort’’, antwoordde ze. ‘Misschien zou je haar kunnen ondersteunen in die zoektocht.’

Een aantal weken geleden las ik de oproep van Maarten Bremer, om juist in deze tijd van terugkeer naar school, de kunstvakken te benutten. Juist die vakken zijn voor kinderen en jongeren geschikt ’om betekenis te geven aan ervaringen die diepe indruk achterlieten, en ook om emoties een plaats te geven en te delen.’ Van jongeren in de vroege (10-14 jaar) en midden (14-16 jaar) adolescentie weten we dat ze zich kunnen terugtrekken in hun eigen schulp of liefst in de vriendengroep. Dit betekent echter niet dat ze de ander niet nodig hebben. Integendeel.

Gisteren sprak ik een kunstdocent van een middelbare school, waarvan het management stelt: ’We gaan ons nu eerst richten op het wegwerken van de leerachterstanden. De kunstvakken hebben daarin nu even niet de prioriteit.’ Dat kunsteducatie direct te maken heeft met het grotere geheel, dat je juist daar uiting kunt geven aan wat er in je leven en in de wereld plaatsvindt, dat besef is nog niet overal doorgedrongen.
Vygotsky vertelde het al: of en hoe adolescenten weer uit die U-curve komen, weer zin krijgen om zich creatief te uiten, hangt ook echt af van de waarde die de omgeving daaraan toekent.

Onlangs gaf ik een gastcollege bij een universitaire kunstopleiding. Deze jongeren zijn ouder en uit de U-curve gekropen, zou je denken. Maar geen van de studenten is bereid de camera of microfoon aan te zetten tijdens online colleges. Als docent moet je het doen met een zwart scherm en zo nu en dan een berichtje via de chat. Je ziet geen enkele gezichtsuitdrukking. Alsof je geblinddoekt en met oordoppen een groep mensen mag toespreken die misschien luisteren. Het zou te gemakkelijk zijn om de student hier de schuld van te geven. Daarom stel ik me liever voor dat ze op de muren van hun kamers tekeningen maken van futuristische landschappen en dat ze er bijna klaar voor zijn om die te tonen.