Cultuureducatie met Kwaliteit III

Een kijkje in de plannen van twee regio’s

Auteur: Aafje Gerritse | Foto: William van der Voort, Young Art Night, Van Abbemuseum

In 2021 start voor de derde keer een nieuwe subsidieperiode Cultuureducatie met Kwaliteit (CmK). Uitgangspunten voor deze periode zijn integrale cultuureducatie en kansengelijkheid. Kunstzone sprak met projectleiders Petter van Raalte van Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR) en Luana Berghmans van Kunstloc Brabant. Wat zijn hun plannen voor de komende vier jaar?

Tot nu toe nam meer dan de helft van alle basisscholen deel aan CmK. Veel van deze scholen werken inmiddels acht jaar aan het versterken van cultuureducatie op school. Bijvoorbeeld door een visie op cultuureducatie te ontwikkelen, de interne cultuurcoördinator en leerkrachten deel te laten nemen aan deskundigheidsbevordering en samen te werken met de culturele omgeving.

Gelijke kansen
In het kader van gelijke kansen is een van de doelen van de nieuwe regeling het bereiken van scholen die niet eerder deelnamen. Dit zijn vooral scholen met leerlingen met onderwijsachterstanden en scholen die leerlingen minder culturele mogelijkheden kunnen bieden, bijvoorbeeld vanwege een schrale culturele omgeving (Gelijkschap, 2020).

Regionale regie
In Noord-Brabant nemen al veel scholen met leerlingen met onderwijsachterstanden actief deel aan CmKEchter blijven ontwikkelingen op scholen in veel landelijke gebieden achter. Luana Berghmans: ‘We zien een grote versnippering in de culturele infrastructuur. In kleinere gemeenten is de toegang tot cultuurbeleving vaak beperkt en zijn goede vakdocenten schaars. Aan de andere kant hebben kleinere gemeenten expertise die voor grote steden relevant is, zoals op het gebied van erfgoed.’ Daarom zet Noord-Brabant in op een brede samenwerking tussen de vijf grote steden en kleine gemeenten. Werden er voorheen zes verschillende aanvragen gedaan met eigen (financiële) middelen, nu wordt de gehele regio opgenomen in één aanvraag voor CmK. Op die manier worden de grenzen tussen de ruim vijftig (kleinere) gemeenten en vijf grote steden weggehaald, kunnen alle scholen gebruikmaken van dezelfde programma’s en wordt ook de professionalisering van scholen en aanbieders centraal georganiseerd. ‘Uiteindelijk moet het niet uitmaken of een kind in Zundert of Den Bosch opgroeit, de toegang tot cultuur moet even gemakkelijk zijn.’

Oog voor brede ontwikkeling
In Rotterdam nemen steeds meer scholen met relatief veel leerlingen met onderwijsachterstanden deel. Petter van Raalte: ‘Acht jaar geleden kwamen we deze scholen amper binnen omdat zij zich volledig richtten op het inhalen van de taal- en rekenachterstanden van hun leerlingen. Inmiddels zijn de achterstanden bijgetrokken, zijn de scores van de eindtoetsen gestegen en is er meer oog voor de brede ontwikkeling van kinderen. Ook is er meer inzicht en vertrouwen in de bijdrage van cultuureducatie aan vakken als taal en rekenen. Waar scholen eerst af en toe een les afnamen van een culturele instelling, zien we dat nu een doordacht programma voor cultuureducatie wordt uitgevoerd door de school samen met culturele instellingen. Deze aansprekende voorbeelden zorgden voor meer draagvlak bij de schoolbesturen.’

Kwaliteitsverbetering op peil houden
Hoewel de nadruk in de nieuwe regeling ligt op het bereiken van nieuwe scholen, worden relaties met reeds bereikte scholen onderhouden. Dit om er voor te zorgen dat de behaalde kwaliteitsverbetering in voorgaande periodes op peil blijft. Berghmans: ‘De komende tijd worden bestaande programma’s als De Cultuur Loper en De Culturele Ladenkast doorontwikkeld op borging. We onderzoeken hoe scholen hier zonder begeleiding mee verder kunnen. Zo maken we tijd en middelen vrij voor het begeleiden van nieuwe scholen. Nu hebben de gemeentelijke intermediaire instellingen niet altijd de uren om nieuwe scholen te bereiken.’

Interdisciplinaire cultuureducatie
Tijdens deze derde periode staat in beide gebieden de vraag van scholen centraal en wordt op grond daarvan naar passende partners gezocht. Berghmans: ’Die vraag gaat meestal niet over een bepaalde kunstdiscipline, maar over de plek van cultuureducatie in de brede context van het onderwijs, bijvoorbeeld in verbinding met andere vakgebieden. We zien dat culturele instellingen en vakdocenten hier nog niet altijd goed op kunnen inspelen en zullen hen daarin begeleiden.’

In Rotterdam worden culturele instellingen uitgedaagd om met hun eigen discipline aan te sluiten bij drie (bredere) thema’s die leven in het onderwijs: burgerschap, plezier in taal en vakmanschap. Van Raalte: ‘Gesprekken tussen scholen en culturele instellingen zullen – met de thema’s als instrument – beter verlopen omdat scholen over een voor hen bekend thema in gesprek gaan. Scholen kunnen doorgaans makkelijker praten over taal dan bijvoorbeeld muziek.’ Het gesprek gaat vervolgens over de bijdrage die muziek kan leveren aan de doelen van taalonderwijs en hoe kunst en cultuur invulling kunnen geven aan taal. Door met een thema het gesprek te starten zal dit eerder aanzetten tot interdisciplinaire cultuureducatie is de verwachting.

Zorgen en uitdagingen
Hoewel de projectleiders op dit moment vooral druk zijn om de deadline voor het indienen van de aanvraag te halen, zijn er tegelijkertijd wel zorgen over de uitvoering. Berghmans: ‘We vragen de komende jaren een investering van twee sectoren die veel onzekerheid kennen. We willen het aanbod verbreden maar zien het ene faillissement na het andere in de culturele sector. Hoeveel aanbieders zullen er over zijn als CmK III start? Daarnaast is het de vraag of kleinere gemeenten wel willen investeren in CmK nu de financiële tekorten door corona oplopen. Het onderwijs staat de invoering van een nieuw curriculum te wachten en de regeling vraagt ons hierop in te spelen. Dat terwijl er nog veel onduidelijkheid is over het nieuwe curriculum.’ Er staan de projectleiders heel wat uitdagingen te wachten!

Mystische Abgrund Veelzijdigheid van videoclips Toegang tot de verbeeldingswereld Beweging in beeld