Kun je als kunstdocent je kunstenaarschap en docentschap samenbrengen, en wel zo dat je zowel kunstenaar als docent kunt zijn – en blijven? In dit artikel nemen we je mee in een onderzoek naar de methodiek Didactisch Experiment die beoogt artisticiteit in te zetten bij het lesgeven.

Veel pas afgestudeerde kunstdocenten hebben kunstpraktijken, doen mee aan tentoonstellingen en hebben ambities met hun kunstenaarschap. Gelukkig, want de beste kunstdocenten zijn kunstenaars wordt vaak gezegd. Onderzoek laat zien dat als leerlingen les krijgen van kunstenaars, ze gemiddeld een grotere betrokkenheid tonen, meer doorzettingsvermogen laten zien, een grotere bereidheid hebben om uitdagingen aan te gaan, en: ze trotser zijn op hun werk (Imms & Ruanglertbutr, 2012; Hatfield, Montana, & Deffenbaugh, 2006 en Hall, 2010).

 

Kunstenaar in de marges

We weten ook dat – helaas – veel kunstenaar-docenten worstelen met hun professionele identiteit. Ze voelen zich sóms docent en sóms kunstenaar. Bovendien wordt hun kunstenaarsidentiteit gaandeweg het lesgeven onzichtbaarder, omdat het docentschap veel van ze vraagt. Kunstenaar zijn ze – dus – in de avond of tijdens de vakantie, in de marges van hun docentschap. Die scheiding tussen kunstenaarschap en docentschap leidt bij veel van hen tot verwarring, frustratie en zelfs een ‘gespleten identiteit’. Het kan leiden tot creatieve, intellectuele, persoonlijke en professionele stagnatie en uiteindelijk tot het wegvallen van de kunstenaarsrol. Dat vormt een probleem, want kunstenaar-docenten geven te kennen dat voor hen het ‘je kunstenaar blijven voelen’ van groot belang is.

Het is belangrijk studenten van de docentenopleidingen beeldende kunst en vormgeving hierin te ondersteunen. Uit zowel de literatuur als de praktijk weten we dat er verschillende oplossingen bestaan om het ‘identiteitsprobleem’ van kunstenaar-docenten te verhelpen. Een ervan is is de twee rollen te integreren in artistic teaching (Hoekstra, 2015): lesgeven op een artistieke wijze. Als er zo les wordt gegeven overlappen de docent- en kunstenaarsrol elkaar.

 

Tweaken, leren en spelen

De principes van artistic teaching zijn te herkennen in de methodiek Didactisch Experiment, ontwikkeld door kunstenaar-docent Pavél van Houten. Van Houten is beeldend kunstenaar en docent beeldend aan de Willem de Kooning Academie. Zijn methodiek, die zich richt op het proces van lesontwerpen, ontwikkelde hij voor studenten aan de opleiding Docent beeldende kunst en vormgeving.

Van Houten vindt dat educatie een artistiek medium kan zijn. Hij concretiseert dit door te stellen dat educatie uit lesaspecten bestaat zoals een schilderij uit beeldaspecten bestaat. Waar een schilderij is op te delen in beeldaspecten licht, lijn, compositie, etcetera, bestaat educatie onder andere uit de aspecten tijd, locatie, instructie, geluid, vorm, onderwerp, toetsing, doelgroep, hiërarchie, spanningsboog of toetsingsvorm.

Van Houten daagt met zijn Didactisch Experiment studenten uit om deze aspecten te bekijken, te bevragen, artistiek te interpreteren en opnieuw uit te vinden. Door te tweaken, te spelen en te experimenteren zoals een kunstenaar dat doet in zijn kunstpraktijk. Het mag volop mislukken en leerdoelen mogen losgelaten worden. Zo worden studenten ontwerper van een ‘didactisch experiment’ en leren ze op een artistieke wijze lessen te ontwerpen.

 

“Ik heb geleerd dat beeldend werken en lesgeven dus niet los van elkaar hoeven staan, maar elkaar kunnen versterken. Dat is een waanzinnige ontdekking”

 

Onderzoeksmethode

In ons onderzoek Van Identiteitscrisis tot artistic teaching? namen we de methodiek Didactisch Experiment onder de loep. De hoofdvraag was in hoeverre die methodiek bijdraagt aan het vergroten van artisticiteit bij studenten tijdens het proces van lesontwerpen.

Eenentwintig (21) derdejaars studenten van de docentenopleiding beeldende kunst en vormgeving aan de HKU deden aan het onderzoek mee. In twee bijeenkomsten werkten ze onder leiding van Van Houten aan het Didactisch Experiment en als onderzoekers waren we daarbij aanwezig.

Als eerste keken we uit welke activiteiten Didactisch Experiment precies bestond en hoe studenten daarop reageerden. Met andere woorden: we onderzochten de betrokkenheid van studenten, wat ze ervan vonden en wat ze ervan leerden. Ook lieten we hen het ‘proces van lesontwerpen’ vóór en tijdens de methodiekbijeenkomsten beschrijven. Ze konden dan voor bepaalde rolbeschrijvingen kiezen: die van de docent, de docent-kunstenaar, de kunstenaar-docent of de kunstenaar. Als laatste informeerden we of de methodiek hun kijk op hun toekomstige beroep veranderde.

 

Twee didactische experimenten

Van Houten liet de studenten twee didactische experimenten, in de vorm van workshops voor elkaar, ontwerpen. Het eerste experiment had als onderwerp de spijsvertering (een expres niet-kunst gerelateerd onderwerp), dat hen ruimte en vrijheid gaf zich te richten op de vorm en het experiment, in plaats van op een wat moeilijkere kunst-inhoud.

Tijdens het tweede experiment kozen studenten een eigen onderwerp. Ze kregen bij beide workshops de vrijheid om zelf een lesaspect te kiezen, zoals ruimte, hiërarchie of geluid. De uitkomst en de educatieve opbrengst waren ondergeschikt aan het experiment en het tweaken, benadrukte van Houten.

Eén groepje studenten ontwierp een didaktisch experiment waarin het lesaspect instructie werd onderzocht. Ze verextremiseerden dit lesaspect, en dat leidde tot een live simulatie van de spijsvertering met behulp van een banaan, een blender, plastic zakken en andere hulpstukken, compleet met lichaamssappen (gesimuleerd met citroen, Maggi en water). De studenten demonstreerden op smeuïge én smerige wijze wat er gebeurt met een banaan in je lichaam.

In een ander didactisch experiment – uit de tweede ronde – experimenteerde een groepje met het aspect spel. De studenten introduceerden een kunstgeschiedenisspel en vroegen de deelnemers in een grote kring te gaan staan. Tijdens het spel werden scènes gecreëerd waarin verschillende kunstenaars, kunstwerken en periodes uit de kunstgeschiedenis samen werden gebracht door ze in één scene uit te beelden. Zo ontmoetten Jeff Koons, de Guernica en het Surrealisme elkaar. Studenten speelden hoe zij mogelijk op elkaar zouden reageren.

 

Je meer kunstenaar voelen

De betrokkenheid van de studenten was zeer groot en na afloop waren velen van hen erg enthousiast. Na de didactische experimenten werd er klassikaal geëvalueerd. Van Houten stelde hierbij vragen als: ‘Vond je de ontworpen workshop artistiek?’ ‘Zou het nog extremer en artistieker kunnen?’ ‘Bij wie was het artistieke belangrijker dan de inhoud?’

De meeste studenten gaven te kennen veel geleerd te hebben over nieuwe benaderingen van lesontwerpen, waarbij ruimte voor eigen kunstenaarschap, experiment en interesses een rol mogen spelen en de leeropbrengst soms losgelaten mag worden.

Een student: ‘Ik heb geleerd dat het niet altijd noodzakelijk is om een heel ‘didactisch-correcte’ les te maken. Ook door middel van een ervaring is het mogelijk dat je doelgroep een bepaalde boodschap mee kan krijgen.’

Persoonlijke voordelen werden herkend, zoals dat het leuker is om op deze wijze te ontwerpen; dat het een creatiever proces is; dat de kunstenaar in hen hierin een rol speelt; en dat het leidt tot verrassender en interessantere opbrengsten. Bovendien merkten veel van hen op dat ze hebben ervaren dat als kunstenaar lesgeven niet betekent dat dat ten koste hoeft te gaan van leeropbrengsten.

Alle geïnterviewde studenten ervaren in de opleiding een scheiding tussen de rollen kunstenaar en docent. Er wordt hen regelmatig gevraagd hoe zij het kunstenaarschap en het docentschap verbinden, maar er zijn weinig voorbeelden van hóe ze dat zouden kunnen doen. Studenten zeggen behoefte te hebben aan manieren die hen helpen het kunstenaar- en docentschap te integreren, en vinden de methodiek Didactisch Experiment in dat opzicht relevant voor hun opleiding. Didactisch Experiment werkt voor hen omdat de kunstenaars- en docentrol daarin samenkomen en omdat het aansluit bij het eigen makerschap.

De methodiek heeft bij studenten geleid tot het zich meer ‘kunstenaar’ voelen tijdens het lesontwerpen. Bijna iedere student kiest ná Didactisch Experiment een andere rolbeschrijving voor zichzelf tijdens het lesontwerpen, met een duidelijke verschuiving van ‘alleen docent’ naar meer ‘kunstenaar’. Voor een aantal studenten heeft het didactisch experiment hun kijk op hun toekomstige beroep veranderd. Zij willen in de toekomst dan ook de methodiek gebruiken. Concluderend kan gezegd worden dat volgens derdejaars studenten DBKV aan de HKU de methodiek Didactisch Experiment van Van Houten bijdraagt aan het vergroten van de artisticiteit tijdens het proces van het lesontwerpen

 

Tot slot

Ons onderzoek kan, denken we, bijdragen aan een bredere discussie over professionalisering in alle kunstvakdocentenopleidingen, maar zeker ook in het werkveld. Daarom is vervolgonderzoek naar de effecten van Didactisch Experiment op de langere termijn wel wenselijk, evenals onderzoek naar andere vormen van artistic teaching en de effecten daarvan. Met zo af en toe een didactisch experiment ben je er natuurlijk niet. Het is belangrijk om te kijken welke rol artistic teaching kan krijgen binnen kunstvakdocentenopleidingen. Opleidingen moeten studenten niet alleen vragen hoe ze hun docent-en kunstenaarsrol samenbrengen, maar ook oplossingen, methodes of een aanpak aanreiken.

We sluiten daarom af met een pleidooi om artistic teaching structureel te integreren in docentenopleidingen kunst en wel door een leerlijn daarvoor te ontwikkelen. Daarom is de voortzetting van dit onderzoek belangrijk, zodat voor alle studenten op kunstvakdocentenopleidingen de integratie van hun kunstenaar- en docentschap vanzelfsprekend wordt.

Opdat dilemma’s over keuzes, frustratie, onzekerheden en professionele stagnatie plaatsmaken voor sterke kunstenaar-docenten die verrassend en goed kunstonderwijs geven.

 

Zie Kunstzone tijdschrift voor diagrammen.

 

Ellen Oosterwijk is zowel Bachelor Course Leader als docent didactiek aan Willem de Kooning Academie in Rotterdam.Ze studeerde af aan de master Kunsteducatie van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.

Tamar Clasquin is als docent vakdidactiek verbonden aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze studeerde cum laude af aan de master Kunsteducatie van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.


Verder Lezen

Op www.ahk.nl/masterkunsteducatie is het onderzoek Van identiteitscrisis naar artistic teaching? in te zien.

Hall, J. (2010). Making art, teaching art, learning art: Exploring the concept of the artist teacher. International Journal of Art & Design Education, 29(2), 103-109.

Hatfield, C., Montana, V., & Deffenbaugh, C. (2006). Artist/art educator: Making sense of identity issues. Art Education59(3), 42-47.

Hoekstra, M. (2015). The Problematic Nature of the Artist Teacher Concept and Implications for Pedagogical Practice. International Journal of Art & Design Education, 34(3), 349-357. doi.org/10.1111/jade.12090

Imms, W., & Ruanglertbutr, P. (2012). Can early career teachers be artists as well? Canadian Review of Art Education, 39(1), 7-23.