Als je gevraagd wordt om een ‘how to’-verhaal te schrijven over het aanvragen van een subsidie Versterking cultuureducatie vmbo, vso en praktijkonderwijs van het Fonds voor Cultuurparticipatie, vind ik dat bijna net zo lastig als het schrijven van de aanvraag zelf. Er is namelijk geen goed recept voor. Hoogstens een aantal ‘how did I do it’ ingrediënten. We schuwen echter de uitdaging niet. Dat valt tegelijkertijd goed samen met de eerste tip: blijf  optimistisch en geef niet op.

Criteria voor beoordeling van een aanvraag:

  1. Inhoudelijke kwaliteit van het project in relatie tot het doel van de regeling;
  2. Samenwerking met de culturele instelling;
  3. Verankering van cultuureducatie in de school en in het curriculum;
  4. Organisatorische kwaliteit.

Tip 1: Wees concreet en duidelijk

Maak bovenstaande punten concreet in je plan. Alleen als al deze punten helder in je plan zijn terug te vinden, heb je recht op subsidie. Houd je aan de gevraagde feitjes en doe dit vooral ’s.m.a.r.t.’ omdat niemand zit te wachten op algemene ‘blablaatjes’. Dat wil niet zeggen dat je superorigineel moet zijn, belangrijker is om de noodzaak van groei en verandering in jouw specifieke situatie te beschrijven.
 

Tip 2: Schrijf met de voorwaarden in je achterhoofd

Hoe begin je met de opbouw van je subsidieaanvraag? Eigenlijk heel simpel – net als in een eerste ontmoeting- door jezelf voor te stellen. Het is als het vertrouwde ‘Wie’ (zijn we)?, ‘Wat’ (ben je van plan)?, ‘Waarom’ (doel)? en ‘Hoe’ (ga je daar komen)? Dat laatste is in feite de beschrijving van het project: de aanpak. Maak duidelijk dat je je aan de voorwaarden houdt van de aanvraag, zoals bijvoorbeeld het punt ‘in samenwerking met een culturele instelling’. In de subsidievoorwaarden wordt zelfs gesproken over een co-creatie, wat nog veel verder gaat dan een samenwerking. Als je dat aspect niet voldoende zichtbaar maakt, kun je deze subsidie op voorhand al vergeten. Dat wil je niet, dus blijf daarin maar lekker braaf.

Tip 3: Vertrouw op je idee

Vertrouwen hebben in je goede idee is de essentie: daarna volgt het tijdrovende proces van ‘Hoe schrijf ik het op?’ Overigens heeft een idee ook tijd nodig om beter te worden. Het is het echt waard om het een poos door je hoofd te laten zwerven, voordat je het in letters omzet.Vraag je af als je een uitgerijpt doel hebt, wat je er mee wil bereiken. Of begin met een doel en laat het dan aan je verbeelding over om tot wilde ideeën te komen. Er is geen goed of fout.

Tip 4: Maak het logisch

Probeer in je plan zoveel mogelijk verbinding te leggen met bestaande instanties, situaties, happenings en curricula. Het moet logisch aanvoelen. Zoek iemand bij je in de buurt die je af en toe in toom houdt. Het is natuurlijk mooi als je plan naadloos binnen de school past en zich in de structuur gaat wortelen. Nog mooier is het als het kan uitgroeien tot iets wat leerlingen en collega’s werkelijk in beweging zet en in hun ontwikkeling verder brengt. Overigens weer een essentieel vereiste. (Zie punt 3 in criteria subsidieaanvraag).

Tip 5: Betrek leerlingen en leraren bij je plan

Mensen in beweging brengen is lastig, zeker als het gaat om pubers, of nóg meer, om leraren. Hoe meer je hen in je plan betrekt, hoe groter de kans is dat je krijgt waar je op hoopt. En betrek ze niet als consumenten van kunst en cultuur maar als deelnemers. Ik merkte dat de adviescommissie er van gecharmeerd was te lezen dat de mening van leerlingen als input in de evaluaties meegenomen waren. Logisch ook. Het is niet alleen trendy: het is feitelijk zo dat je mensen deelgenoot moet maken van hun leerproces. Overleg met leerlingen is en blijft erg belangrijk ten behoeve van hun eigen ontwikkeling.

Tip 6: Zoek feedback

Mijn eerste opzet voor de aanvraag noemde ik een sprokkeldocument. Ik had allerlei losse teksten verzameld en in een bepaalde volgorde gezet om als aanzet tot gesprek dienen. Dan lijkt het nog niet veel, maar door knippen en plakken en wat bij te schaven kom je tenslotte al gauw tot een tekst waarmee je uit de voeten kunt. En dan komt het veelvuldige corrigeren en aanpassen. Dankzij de hulp van iemand met veel verstand van (subsidie)zaken -dank je wel, Marlon- kom je echt verder. Vooral die feedback is zeer waardevol. Iemand die je belangeloos kan helpen en die de taal van het jargon veel beter verstaat dan jij.

Als je tenslotte de zogenaamde ‘beschikking honorering’ krijgt, valt er een hoop van je schouders af en kun je weer vliegen. Dan is er veel ruimte voor het echte werk. En dáár doe je het tenslotte voor.

Meer Informatie