Digitale muziektoepassingen

Het bos door de bomen zien

Auteur: Luc Nijs | Synthesizer (pixelartmaker.com)

Sinds enige tijd zien we, vooral geïnspireerd door tal van nieuwe digitale mogelijkheden, een ongekende groei van digitale muziektoepassingen die de ontwikkeling van allerlei muzikale vaardigheden willen ondersteunen. Hoe kies je uit die overvloed?

Zelfs een korte zoektocht op het wereldwijde web laat je al snel verdwalen in een overvloed aan digitale games en apps die je toelaten om  – meestal zelfstandig – je muziektheoretische kennis, muzikale gehoor, je improvisatie- of compositievaardigheden en zelfs je instrumentale techniek te ontwikkelen of te verbeteren. Om een kritische blik te kunnen werpen op deze waaier van muziektoepassingen én een gefundeerde selectie te maken voor de onderwijspraktijk, moeten we een overzicht hebben van wat er bestaat, maar ook door het bos door de bomen kunnen zien. Het eerste vraagt om een inventarisatie van bestaande toepassingen. Dat is binnen de beperkte ruimte van dit artikel onmogelijk. Het tweede om een toolbox die het toelaat de eenheid en verscheidenheid van de vele toepassingen in kaart te brengen.

In de literatuur over educatieve technologieën in het muziekonderwijs zijn er een aantal categorisatiesystemen die handige tools aanreiken om niet alleen bestaande toepassingen beter te begrijpen en te beoordelen op hun pedagogisch waarde, maar die ook stimuleren na te denken over welke nieuwe toepassingen ontwikkeld kunnen worden. Dergelijke categorisatiesystemen ondersteunen de reflectie op zowel technologie, leerinhoud als didactiek, en vooral over hoe die zich tot elkaar verhouden.

In dit artikel reik ik, ter toevoeging aan dergelijke categorisatiesystemen, een aantal principes aan die aansluiten bij recente relevante pedagogische en musicologische inzichten. Ze bieden mogelijk een perspectief om – eender welke muziektoepassing – aan een kritische blik te onderwerpen.

(Inter)activiteit
Leren is doen. Samen doen. Het is ondertussen duidelijk dat actieve vormen van leren het leerproces verdiepen. Dat wordt nog eens versterkt als leerlingen onderling, en met de leraar samenwerken. Bij de selectie van een digitale toepassing is het daarom belangrijk te vragen op welke manier de toepassing leerlingen uitnodigt actief te zijn. Achter een scherm zitten en individueel kiezen tussen twee mogelijkheden is niet meteen de meest interactieve toepassing… Bovendien zou nagegaan moeten worden of, en indien ja, op welke manier de toepassing kan ingepast worden in een groepsactiviteit, opdat deze een krachtige en innovatieve leeromgeving helpt creëren. Zo’n omgeving stimuleert niet alleen de samenwerking maar ook kennisconstructie, evaluatie en leerlingenautonomie.

Multimodaliteit
Leren gaat beter als we meerdere zintuigen betrekken bij de wijze waarop we leerinhoud verwerken. Althans, dat zegt de Cognitive Theory of Multimedia Learning. Dit is misschien bij uitstek het potentieel van digitale toepassingen, die vaak beroep doen op het visuele domein om muzikale leerinhouden aan te reiken of vaardigheden te ontwikkelen. Vormen, kleuren en dergelijke meer worden daarbij volop ingezet. Tegelijkertijd is enige voorzichtigheid geboden. Visuele informatie kan immers ook een afhankelijkheid, of een te grote cognitieve belasting introduceren voor het verwerken van informatie, of de aandacht afleiden van wat er geleerd moet worden. Het is dus nodig niet zozeer de fun factor van het visuele te laten primeren als selectiecriterium, maar de didactische waarde van de visualisaties. Helpt het visuele om de inhoud te begrijpen? Is er een zinvolle relatie tussen het visuele en de leerinhoud?

Lichamelijkheid
Leren gebeurt niet enkel in ons hoofd. Integendeel, onderzoek toont aan dat lichaam en lichaamsbeweging het fundament van het menselijk leren zijn en daarom bewust ingezet kunnen worden om het leerproces te verrijken en te verdiepen. Ondanks de mogelijkheden van nieuwe technologieën om beweging te digitaliseren en te vertalen naar het visuele of auditieve domein, wordt daar nog maar weinig gebruik van gemaakt bij de ontwikkeling van digitale toepassingen. Toch zijn er een aantal digitale tools die belichaamd leren kunnen stimuleren, zoals Makey Makey, Leap Motion en Mogee; je kunt daarmee met leerlingen aan de slag om muzikale toepassingen te creëren waarbij beweging een rol kan spelen.

Tot slot
In dit artikel belichtte ik twee elementen van digitaal leren. Als eerste lijkt het me noodzakelijk dat we als leraars beschikken over een toolbox om een verantwoorde keus te kunnen maken uit het aanbod aan muziekeducatieve digitale toepassingen. Ik poneerde ook enkele pedagogisch principes die deze kritische blik kunnen funderen. Uiteraard zijn er nog andere principes, zoals non-lineair of spelenderwijs leren.
Het toetsen van digitale toepassingen aan dergelijke principes zet een denkproces in gang dat niet alleen helpt selecteren, maar ook bijdraagt aan een succesvolle integratie van het digitale domein in het eigen lesgeven.

Vervolgens, eerder tussen de lijnen, kaartte ik aan dat het hanteren van die toolbox geworteld dient te zijn in een gedegen kennis van theorieën die het pedagogisch denken ondersteunen, zoals over multimedia leren, cognitieve belasting, belichaamde muziekcognitie. Categorisatiesystemen, pedagogische principes en theorieën helpen ons om het digitale in onze lespraktijk te integreren, maar het belangrijkste is: aan de slag met die digitale tools!

Luc Nijs is postdoctoraal onderzoeker in de muziekwetenschappen (Universiteit Gent) en PhD student in the Arts (Koninklijk Conservatorium Antwerpen). Hij onderzoekt de rol van het lichaam in het instrumentale leerproces, en hoe interactieve technologie die rol kan ondersteunen.

Rel Feest voor het oog Het vergeten examendomein Het belang van onderzoek in kunsteducatie