Dit is filmeducatie

Auteur: Tamara Klopper | Foto: Sevilla (2012). Bram Schouw (regisseur), Baldr Film (producent)

Film onderzoeken vanuit je beleving, dat is waar het bij filmeducatie om gaat. Verdiep je je in de intentie van de filmmaker, de filmische vormgeving én doe je ervaring op met het maken van film, dan krijgt een film nog meer betekenis voor je. Het draagt allemaal bij aan meer begrip van de kracht van film als verhalenverteller.

Een kleine waarschuwing voor wie De man die achter de horizon keek van regisseur Martijn Blekendaal nog niet heeft gezien. Dit artikel start namelijk met een spoiler die niet het einde van deze jeugddocumentaire weggeeft, maar het begin.

De camera glijdt over een blauwe zee, totdat we de horizon zien. Rustige muziek klinkt, dan verschijnt het woord EINDE in beeld. ‘Ja, zo zou het kunnen eindigen, zoals het altijd eindigt,’ zegt de stem van Blekendaal. ‘Maar dit is een ander verhaal. Waar eindigt het? Als de vijand is verslagen? Als de held heeft gewonnen? Als ze elkaar hebben gevonden? En ze leefden nog lang en gelukkig. Maar wanneer is een film echt afgelopen? Na het laatste beeld? Het laatste woord? Ze zeggen weleens: als de cirkelrond is. Maar dan ben je toch juist weer bij het begin? En daarom ontmoeten we de held van het verhaal.’

Mysterie en paradox
Na deze intrigerende introductie neemt de regisseur ons mee op een ontdekkingstocht naar de Nederlandse kunstenaar Bas Jan Ader, die meer dan veertig jaar geleden in een klein zeilbootje vertrok om vanuit de V.S. de Atlantische Oceaan over te steken. Maanden na zijn vertrek werd zijn bootje voor de kust van Ierland gevonden, zonder Bas Jan.
Met zijn avontuurlijke montage van beelden die springen in tijd, plaats en personages, laat Blekendaal zien dat de spoorloos verdwenen kunstenaar iets groters heeft achtergelaten dan alleen een mysterie.

In allerlei opzichten is deze jeugddocumentaire net even anders. Het hoofdpersonage is nu eens niet een kind dat met een probleem worstelt, zoals scheidende ouders of gepest worden. Nee, Blekendaal wilde iets anders. ‘In een jeugddocumentaire moet iets speels zitten, het moet prikkelend zijn, spannend,’ zegt hij. ‘Daarom dacht ik aan de filmpjes van Bas Jan Ader.’ Het zijn filmpjes waar Blekendaal uren naar kan kijken, vertelt hij. ‘Ader gaat avontuurlijke ondernemingen aan, tegelijkertijd heeft zijn werk iets zwaarmoedigs. Zo er is een filmpje waarin de tranen over zijn gezicht lopen en maakte hij een installatie waarin hij verdrietig afscheid neemt van vrienden. Er zit melancholie in, weemoed. Die paradox van frivoliteit en melancholiek vind ik heel spannend.’

Nieuwe leerlijn film
De vertelvorm in De man die achter de horizon keek zit vol verrassende wendingen en de documentaire leent zich dan ook uitstekend voor een les filmeducatie. Het proces waarin Blekendaal de kijker meeneemt, raakt in alles aan filmeducatie: hij bekijkt aandachtig de filmbeelden, brengt onder woorden wat hij ziet en wat hem daarin fascineert. Hij bekijkt ze nog eens en nog eens, onderzoekt of hij echt ziet wat hij ziet. Wat wilde Bas Jan Ader vertellen met zijn filmpjes? Wat roepen de filmpjes bij hem op, wat maakt dat hij er tegelijkertijd vrolijk en verdrietig van wordt?

Filmeducatie is bewust kijken naar film, het verwoorden van de gevoelens en gedachten die de film bij je oproept en de unieke filmische elementen onderzoeken die een filmmaker inzet om ervoor te zorgen dat je niets anders wilt dan dóórkijken. In de ideale filmles maken leerlingen zelf een film of filmfragment. Want door je in de positie van de maker te plaatsen, zelf beslissingen te nemen, begrijp je hoe je de kijker kunt meenemen in je verhaal en hoe krachtig filmtaal kan zijn.

Dit proces van betekenisvol leren vormt de basis van de nieuwe leerlijn film, Doorlopende leerlijn film 2020, voor leerlingen van 4 tot en met 18 jaar die het Netwerk Filmeducatie in september 2020 lanceerde. De vijf vaardigheden – beleven, verwoorden, onderzoeken, reflecteren en creëren- zijn gekoppeld aan de kerndoelen en eindtermen van de verschillende onderwijsniveaus. In het primair onderwijs sluit de leerlijn aan bij het leergebied kunstzinnige oriëntatie en in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs bij de exameneisen van de vakken KUA en CKV.
Het lesmateriaal voor op het digibord, aangeboden via het platform LessonUp, bevat links naar films en deze kunnen dus direct gekeken worden in de klas. De leerlingen beleven film, een magisch medium dat ze in een fantasierijk verhaal laat ‘verdwijnen’, of juist meeneemt naar het  leven op straat. Daarna praten ze – aan hand van vragen op het digibord – over wat ze hebben gezien. Ze ontdekken zo hoe film een emotionele binnenwereld zichtbaar maakt, dat een verhaal over identiteit, liefde of bevrijding universeel is en dat hun kijk op de culturele gewoonten en levenswijzen van anderen kan verschillen met die van hun medeleerlingen.

Andere perspectieven
De leerdoelen van de leerlijn zijn erop gericht om leerlingen tot zelfbewuste, relativerende en kritische burgers maken. Met een sterk gevoel voor, en inzicht in, de complexiteit van film als kunstvorm en als communicatiemiddel. Want film is niet alleen een magische ervaring die voor iedereen weer anders is, of een expressiemiddel van een maker. Net als bij andere kunstvormen gaat film over zoveel meer: film is een construct in beeld en geluid én film is cultuur en erfgoed. Het toont wat mensen bezighoudt en is daarmee een spiegel van de maatschappij waarin we leven. Ons culturele bewustzijn wordt voor een deel gevormd door film; film geeft een beeld van het verleden en vormt zowel ons individuele als ons collectieve geheugen

De jonge filmmaker Jim Taihuttu biedt met zijn  nieuwe film De Oost (2020) een ander perspectief op de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. De Oost vult daarmee de films over Indonesië aan die door Nederlandse regisseurs zijn gemaakt, zoals de verfilming van Oeroeg, het boek van Hella Haasse door Hans Hylkema (1993) of Max Havelaar of de koffieveiling der Nederlandsche Handelsmaatschappij (Fons Rademakers, 1976). Vanaf het begin van het maakproces van De Oost dachten maatschappijleerdocenten, filmprofessionals en kunst- en filmeducatiestudenten mee over het lesmateriaal. Er waren meet ups met docenten, gesprekken met studenten kunst- en filmeducatie en een impactproducer dacht mee over hoe de film bij specifiek publiek gebracht kon worden. Het resulteerde in het onderwijsprogramma De Wereld van de Oost, waarin het vertellen van de koloniale geschiedenis met een multiperspectieve benadering centraal staat.

Andere filmmakers tonen een wereld van dichtbij die toch voor velen ‘ongekend’ is. Edson da Conceicao draaide zijn fictiefilm Porfotto (2019) in Spangen en Rotterdam West. Deze film over de drie Rotterdamse vrienden Em, Moreno en Kyon die een lokale witwaspraktijk overvallen, is ‘uit de hand’ gefilmd en zonder opsmuk, waardoor je als kijker het gevoel hebt dat het echt is wat je ziet. De hoofdpersonages zijn criminelen, maar vooral mensen, die proberen te overleven in een harde maatschappij. Het is een film die ons, zegt de regisseur, een kijkje achter de voordeur geeft.  Bij Porfotto is Past Forward ontwikkeld, een lespakket om docenten te ondersteunen. Met Past Forward vertellen leerlingen, samen met de makers van Porfotto het verhaal over hun eigen wijk, in beeld en geluid.

‘Voelbaar’ maken
Een mooi voorbeeld van een film die zich goed laat onderzoeken als het gaat om filmische vormgeving is Sevilla, waarmee Bram Schouw een Gouden Kalf (2012) en verschillende internationale filmprijzen won. Het lesmateriaal bij deze korte coming-of-age-story (twaalf minuten) draait om hoe de vorm de inhoud van een film versterkt; met veel aandacht voor cameravoering, muziek en flashbacks. Sevilla begint als de perfecte roadtrip in warm zonlicht dat je bijna voelt op je huid. We maken kennis met de jeugdige bravoure van de 22-jarige Boris die zijn vriendin Kaat en jongere broer Ivar meeneemt, op weg naar Sevilla. Boris stelt voor om samen van een aquaduct te springen, de drie twintigers kijken – naast elkaar – de diepte in. Boris springt als eerste. Kaat en Ivar zien machteloos toe hoe hij verongelukt.

Sevilla sluit aan bij de belevingswereld van leerlingen en als een filmmaker die leerlingen dan ook nog meeneemt in zijn verhaal over hoe hij de film maakte, kunnen leerlingen zelf op onderzoek uit. De les bevat behalve een link naar de film en een filmpje waarin de maker vertelt, ook een opdracht waarbij leerlingen met hun mobiele telefoon in groepjes ervaring opdoen met cameravoering. Ze ontdekken dat een enkel filmshot een schat aan informatie kan bevatten en dat film ons iets vertelt in een unieke taal, die van beeld en geluid.

Met het digitale lesmateriaal ontdekken leerlingen hoe de filmmaker de pijn van Kaat en Ivar ‘voelbaar’ maakte in beeld en geluid. Ze komen ook te weten wat de intentie van de regisseur was. Te perfect is saai, volgens Bram Schouw. Zijn ‘rommelige’ shot zijn soms onscherp en hij filmde bij natuurlijk licht om ‘het echt romantische moment’ te vangen.

Film leren spreken
Filmeducatie is erop gericht om leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs de taal van film ‘vloeiend te laten spreken’. Dit is van belang, want film is van invloed op hoe we naar onszelf en de wereld kijken. Jongeren groeien op in een tijd waarin film er altijd en overal is. Met de tablet op schoot en smartphone in de hand zit film hen – letterlijk – dicht op de huid. Film is bovendien een geweldig middel voor leerlingen om een eigen verhaal te vertellen en te delen.
Op scholen – op enkele uitzonderingen na – is er weinig aandacht voor de kracht en pracht van film. Vanuit de gedachte dat onze samenleving bij creatieve makers en kritische kijkers gebaat is, wil het Netwerk Filmeducatie daar verandering in brengen.

Tamara Klopper werkt als schrijvend redacteur voor het Netwerk Filmeducatie en als onderzoeker voor musea.

Yulia & Juliet Mystische Abgrund Veelzijdigheid van videoclips Toegang tot de verbeeldingswereld

Cover #6

Leerlingwerk VAVO Rijnmond College (Rotterdam)