Het verhaal gaat dat toen de Italiaanse schilder Giotto een bewijs van zijn kunnen moest laten zien om een opdracht van de paus voor de Sint Pieter binnen te halen, hij de naar zijn atelier afgereisde gezant van de paus imponeerde door glimlachend een vel papier te pakken, een penseel in rode verf te dopen en in één keer uit de losse hand een perfecte cirkel te tekenen. Daarmee was het bewijs van zijn meesterschap geleverd en liet hij de concurrentie achter zich. De opdracht was binnen.

Heel indrukwekkend meneer Giotto, maar tegenwoordig pakt een willekeurig iemand zijn iPad Pro en produceert in een handomdraai de ene perfecte cirkel na de andere. Grote cirkels, kleine cirkels, cirkels met verschillende lijndiktes, gekleurde cirkels. Zeg het maar. Andere geometrische vormen zijn trouwens ook geen probleem. Door de computer lijken wij allemaal ‘meesters’ geworden.

Dat is misschien wat overdreven, want het handschrift en de textuur van Giotto’s geschilderde cirkel zijn onvervangbaar. Wij zijn ‘meesters’ bij de gratie van de computer, want die heeft er voor gezorgd dat wij de vaardigheid om handmatig cirkels te kunnen tekenen niet nodig hebben. We kunnen de nieuwe technologie voor ons laten werken. Dat biedt ruimte aan hedendaagse kunstenaars om nieuwe ideeën te ontwikkelen – in beeld, muziek, dans en theater – en (weer) nieuwe illusies te scheppen.

Had Giotto nu geleefd dan had hij wellicht computergegenereerde, hyperrealistische Bijbelse taferelen voor de Sint Pieter gemaakt. Om die vervolgens daar op de muren en plafonds te beamen.