Mijn dag ziet er ongeveer uit als volgt: aankleden, eten, tanden poetsen en naar een scherm kijken. Ondertussen fiets ik wel eens. Vandaag reis ik met de trein naar Leeuwarden. In mijn tas m’n telefoon en computer, zodat ik me onderweg niet ga vervelen. Op het laatste moment stop ik het pakje dat op de deurmat ligt in mijn tas. Dan pak ik de kleverige deurklink vast, o ja, vergeten schoon te maken nadat er werd aangebeld terwijl ik net de pizza met ansjovis en gesmolten kaas uit de doos haalde. De handvaten van mijn fiets voelen lekker droog en warm.

 

In de trein maak ik het pakje open. Zacht roze papier waarop een simpele collage van drie cirkels is geplakt. Het is met een geelgroen stukje tape vastgezet. Het knispert zachtjes als ik het openmaak. Ik houd het boekje We will go far, a way to leak lick leek (2016) in mijn handen. Nietszeggende foto’s van vissen, druppels, mist, een olievlek in water, wolken en vettige rode smurrie in een hand. Niet het soort dat likes genereert op je instagram account. Het is een boekje van kunstenaar Laure Prouvost, dus het moet toch ergens over gaan. Dan zie ik de eieren, kapotte eieren die, glanzend wit, op een waterige vloer drijven. Alsof de omelet is mislukt doordat alles uit haar hand viel. Een overstroming spoelde het wit en de gele dooiers mee, de kapotte schalen schommelen nu in de plas water. Zwarte spikkeltjes. Ik zie een auto. Palmen en een groep reizigers.

 

Het is een reisverslag van een reis van niets, geen zevende wereldwonder zoals Petra in Jordanië. Geen Taj Mahal te zien, geen exotische mannen met tulbanden of mooie zwierige vrouwen in kleurrijke gewaden. Nee, het ziet eruit zoals in mijn buurt. Behalve dat de mensen net andere dingen doen, zoals uit het raam van de auto hangen om de wind te voelen. Ze bijten in elkaars oor, voelen, zingen en lachen.

 

Leak lick leek: het doet me denken aan een filmpje dat ik ooit zag en waarin een tong langzaam, heel langzaam de radiator van een verwarming aflikt. En de buizen. Als je goed luistert gaan de dingen tegen je praten. De buizen maken een suizend geluid. Die inktvis heeft borsten, zie je het? De reis is een dwaalspoor die met alle zintuigen wordt gemaakt. Met het boekje in mijn hand kijk ik zachtjes zingend uit het raam, de bloemen zwaaien terug, de vogel op de paal kijkt me indringend aan.

 

We will go far.
We will swallow, miau miau, yhea.

 

Hanne Hagenaars was de initiatiefnemer van Mister Motley waarvan ze negen jaar hoofdredacteur was. Daarna publiceerde ze Geen wolk, hoe kunst mijn leven redde en werkte als freelance curator en schrijver. Sinds 1 mei 2019 werkt ze als conservator hedendaagse en moderne kunst in het Fries museum in Leeuwarden.

 

Meer Informatie