Vakoverstijgend en interdisciplinair onderwijs krijgen veel aandacht in de discussie over onderwijsvernieuwing. Bij de argumentatie voor die vernieuwing wordt vaak verwezen naar de werkpraktijk waar leerlingen later mee te maken krijgen.

De uitgeverij waar ik de afgelopen jaren werkte, was en is, zoals veel bedrijven, continu in transitie. Dat leidt tot steeds wisselende samenstelling van functies, o.a. voor de hoogst mogelijk efficiëntie bij elkaar gezet. De opties zijn talrijk, voor elke is iets te zeggen. Zet je gelijke functies bij elkaar of groepeer je ze op basis van logistieke processen, inhoudelijke samenhang of strategisch commerciële doeleinden?

Iedere collega ‘naast’ wie ik terecht kwam, bood me nieuwe inzichten en werd een nieuwe vriend. Ik werd er een betere ontwerper door en ik denk dat ik op mijn beurt, mijn collega’s ook nieuwe inzichten bood. Bijvoorbeeld in de kracht van artistieke mogelijkheden in plaats van gangbare oplossingen.

 

Geestverwantschap

Ik heb goede herinneringen aan de tijd dat we met verschillende creatieve functies samen een afdeling vormden. We werkten aan opdrachten, maar ontwierpen ook (overbodige) extra’s: affiches voor collega’s, boekjes, mini-exposities en schaduwprojecten, vaak in de sfeer van verwerking of kritiek op de gang van zaken.

 

“Met elkaar hadden we het lef om precies dat te doen wat nodig is om het afwijkende, het kritische, het overbodige, te maken”

 

Maar de herinnering aan het effect van geestverwantschap gaat verder terug. Voor het schoolexamen tekenen kregen we de opdracht om een stilleven van bierkratten te schilderen. De klus was tijdrovend en daarom mochten we een avond in het klaslokaal, om door te werken. Recalcitrant als we waren, transformeerden we de kamerhoge achterwand van het stilleven tot een ‘Jackson Pollock’. Die hingen we vervolgens op de kamer van de directeur. Met elkaar hadden we het lef om precies dat te doen wat nodig is om het afwijkende, het kritische, het overbodige, te maken.

 

Meer zicht

Monovakken bieden leerlingen de omgeving waar ze thuis raken in vakspecifieke vaardigheden. Intensief contact met medeleerlingen met dezelfde interesses stimuleert die ontwikkeling. Blijven ze teveel in het vaklokaal, dan houden we niet genoeg rekening met hun toekomstige werksituaties. Een ander punt is dat we ons door globalisering, wetenschap en milieuproblematiek bewuster worden van ons handelen en de consequenties daarvan. Samenwerking met andere disciplines verschaft de leerling meer zicht op de complexiteit van die consequenties.

Mijn onderwijsideaal: schoolvakken voor verdieping, met uitstapjes naar interdisciplinaire projecten. Ik gun iedere leerling een thuisbasis van waar hij kan uitvliegen. En… een avond doorwerken in een donker, leeg schoolgebouw met een directeurskamer die niet op slot zit.

 

Marjolein de Wild is grafisch ontwerper en gespecialiseerd in educatieve uitgaves. Ze studeert aan de master Kunsteducatie van Fontys Hogeschool voor de Kunsten.