In 2014 introduceerden Hester Dibbits en Marlous Willemsen de term emotienetwerken. Wat betekent die term? Wat kun je ermee en wat levert het op voor het vmbo of het praktijkonderwijs? Daar doen Dibbits en Willemsen momenteel onderzoek naar.

 

Hester Dibbits is bijzonder hoogleraar Historische Cultuur en Educatie aan het Centrum voor Historische Cultuur (CHC) van de Erasmus Universiteit en lector aan de Reinwardt Academie. Marlous Willemsen is als docent en onderzoeker verbonden aan de Reinwardt Academie en directeur van Imagine IC, een Amsterdamse instelling die een mix wil zijn tussen museum, archief en debatcentrum. Uit de flyer: ‘Bij ons draait alles om erfgoed. Bij erfgoed denken jongeren vaak aan oude spullen, zoals schilderijen, monumenten en erfstukken van grootouders. Bij ons ontdekken ze dat erfgoed meer is dan dat.’

Ervaringen Bindelmeer College

Tal van scholen hebben de laatste jaren ervaringen opgedaan met Imagine IC. Met het Bindelmeer College, een vmbo school vlakbij de instelling, ontstond gaandeweg intensief contact. Sinds 2012 organiseren de educatiemedewerkers van Imagine IC in nauwe samenspraak met de docenten een werkweek voor tweedeklassers. Tijdens die week wordt met leerlingen van gedachten gewisseld over de betekenis van erfgoed. Startpunt is altijd een thema en de gevoelens en associaties die dat thema bij de leerlingen oproept. Vervolgens wordt hun referentiekader uitgebreid door kennismaking met een erfgoedinstelling. Bij het thema Believe it or not van enkele jaren geleden (2014) bracht de klas een bezoek aan het Bijbels Museum. Aan de hand van objecten vonden gesprekken plaats over religie en over voorwerpen die daarbij van belang zijn. Leerlingen dachten na over welke rol geloof in hun leven speelt en namen dingen mee die voor hen in dat opzicht belangrijk waren. En zo ontstond een tentoonstelling die in Imagine IC werd gepresenteerd.
Begin 2018 is het onderzoeksproject Emotienetwerken rond Erfgoed in Educatieve Settings (EmErEd) gestart. De ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan tijdens de werkweken op het Bindelmeer College komen daarin goed van pas.

Onderzoeksopzet

In een ‘emotienetwerk’ maak je kennis met elkaars gevoelens over  erfgoeditems en leidt een open gesprek hierover – als het goed is – tot wederzijds begrip. Uitwisseling is cruciaal. In het onderzoeksproject wordt nagegaan of de gehanteerde werkwijze ook werkelijk iets oplevert. Veranderen de opvattingen van leerlingen over erfgoed en hoe zit dat met de begeleidende docenten en de educatiemedewerkers? Wat betekenen de gesprekken die gevoerd worden voor hen? Zijn zij zich ervan bewust dat erfgoed geen voldongen feit is, maar wordt gemáákt? Dat er onderhandeling plaatsvindt over wat wij als erfgoed bestempelen en dat iedereen voor zichzelf daarin een rol kan opeisen? Oftewel: is er bij hen sprake van toegenomen erfgoedwijsheid? De uiteindelijke bedoeling van EmErEd is om tot een nieuwe methode voor de omgang met erfgoed te komen.

“Emotienetwerken is een idee, een manier van denken over erfgoed maken”

In een aantal ‘labs’ volgen leerlingen een programma, ontwikkeld door de educatiemedewerkers van een erfgoedinstelling, samen met docenten van de school en deskundigen die betrokken zijn bij het onderzoeksproject. Het gedrag en de reacties van de leerlingen én van hun docenten wordt nauwlettend geobserveerd, er vinden nagesprekken plaats en vervolgens reflecteren de experts op de bevindingen. Het eerste lab, ontwikkeld door Imagine IC, vond in maart 2018 plaats. Voor het tweede (november 2018) verzorgde de afdeling educatie van Museum Gouda het programma.

Lab1

Het Amsterdamse Praktijkcollege De Dreef wilde wel ‘object van onderzoek’ worden en werkte samen aan de ontwikkeling van lab1. De leerlingen hebben, net als die van het Bindelmeer College, jaarlijks in maart een werkweek. Maar de leerlingen van het Praktijkcollege ondernemen tijdens die week meerdere activiteiten. Zij bezochten bijvoorbeeld het Rijksmuseum en maakten een rondvaart. Het project met Imagine IC was dus één van de onderdelen van de week en niet, zoals bij het Bindelmeer College, weekvullend.
Gedurende de week verzorgde Imagine IC iedere dag hetzelfde programma – van twee uur – voor steeds weer een andere groep 14 à 15 jarigen. Volgens de docenten zou het een hele toer worden om de aandacht zo lang vast te houden bij zo’n taai onderwerp, vandaar dat educatiemedewerkers Eline Minnaar en Malou Sumah voor veel afwisseling in het programma zorgden. De leerlingen moesten vaak actief zijn, achterover hangen was geen optie.

Emoticons

Het onderzoek spitst zich toe op het bespreken en bespreekbaar maken van religieus erfgoed. Toeval bestaat niet: op 29 maart 2018 vond de tv-uitzending van The Passion in de Bijlmer plaats. Dat leek een mooi aanknopingspunt, al bleek achteraf dat lang niet alle leerlingen van dit evenement op de hoogte waren.
Een kleine replica van het kruis werd startpunt van het project. De leerlingen mochten emoticons kiezen die het beste hun gevoel bij dit object uitdrukten. Hoe sterker het gevoel was, hoe dichter ze het bij het kruis moesten leggen. Veel leerlingen kozen voor een hartje, maar er waren er ook die helemaal niets met het kruis hadden en zelfs riepen dat het ‘sjit’ was. Dat kwam eigenlijk heel goed uit, want het is immers de bedoeling dat ieder zijn gevoel bij erfgoed duidelijk maakt. En dat dat ook mag. Wat voor de een van belang is, hoeft dat voor de ander helemaal niet te zijn. Maar het kan geen kwaad open te staan voor elkaars mening en gevoelens en die te respecteren.

Positieverandering

Na deze eerste exercitie werden de leerlingen geconfronteerd met een aantal opvattingen van personen buiten de groep : ‘Wat roept dit kruis bij hen op en welke associaties hebben zij erbij?’
De leerlingen konden daarop weer emoticons neerleggen. Een observant keek of er sprake was van positieverandering. Kozen leerlingen, nu zij associaties en gevoelens van anderen hadden gehoord, voor een andere emoticon of legden ze die op een andere plek? Tijdens deze ronde kozen meer leerlingen voor een hartje en daaruit zou je kunnen concluderen dat er sprake was van iets meer empathie. Het is echter nog te vroeg om daar – verantwoorde – conclusies aan te verbinden.

“Zijn leerlingen zich er nu van bewust dat erfgoed geen voldongen feit is, maar wordt gemáákt?”

Bij de volgende opdracht moesten de leerlingen een collage maken op een lange rol papier. Ze mochten beeld uit tijdschriften knippen dat uitdrukking gaf aan hun gevoelens over het kruis. De collage paste precies om de sokkel en diende als een soort emotioneel bijschrift. Ook nu vonden weer gesprekken plaats over de keuzes die leerlingen hadden gemaakt. ‘Waarom koos je nu juist voor dit beeld, dat voor een buitenstaander op het eerste gezicht niets te maken heeft met het object?’ Veel bijval kreeg een jongen toen hij uitlegde waarom hij Johan Cruijff had uitgeknipt. Cruijff is immers een legende, net als Jezus dat was en daarom paste deze afbeelding goed bij zijn gevoelens.

Emotienetwerken

De leerlingen van het Praktijkcollege vormden tijdens hun werken een emotienetwerk. Dibbits en Willemsen over de term: ‘Emotienetwerken is een idee, een manier van denken over erfgoed maken. Wij bedoelen er de grillige configuraties of veelvormige samenhangen van mensen mee die allemaal eigen gevoelens hebben over een erfgoed-item. Soms botsen die met elkaar. Emotienetwerken is niet alleen een zelfstandig naamwoord, maar ook een werkwoord: het is werken met heel uiteenlopende gevoelens over erfgoed. Een vaak genoemd voorbeeld is Zwarte Piet.’
Wat de uitkomsten van het onderzoeksproject over enige tijd ook mogen zijn, de observaties tijdens het eerste lab lijken interessant genoeg. ‘Misschien, zeggen Dibbits en Willemsen, ‘bedenken de leerlingen van nu af aan nog niet bij elke vitrine dat erfgoed gemáákt is, laat staan dat ze zich afvragen door wie. Maar ze hebben er al wel een idee over gekregen als het gaat om ‘hun’ Passiekruis.’

Meer Informatie