Het eerste deel van de serie En dan…s? liet zien dat dansdocenten in het voortgezet onderwijs veel ideeën hebben over de inhoud van hun vak en ook hoe ze die kunnen verbinden met die van andere vakgebieden. De vraag is nu: wat hopen ze ermee te bereiken?

Als onderwijsvak moet dans zich regelmatig legitimeren. Dat is waarschijnlijk de reden dat dansdocenten die ik sprak, beargumenteerd kunnen vertellen wat zij willen bereiken bij hun leerlingen. De voorlopige conclusie is dat zij dans als middel én als doel voor persoonsvorming zien.

 

Danscarrière

Voor leerlingen die dromen van een danscarrière betekenen meer dansuren letterlijk ‘meer waarde’. Ze krijgen dan immers meer tijd om theorie en praktijk met elkaar te verbinden en doen meer ervaring en kennis op. Allemaal nodig om in te kunnen stromen bij een vervolgopleiding. Docent Bonnie Depla (RSG ’t Rijks, Bergen op Zoom) vertelt dat de visie van haar school – ieders interesses en talenten ontwikkelen – eveneens talentontwikkeling op het gebied van dans behelst. Ook de Theaterhavo/vwo in Rotterdam, waar Maaike Oldeboer werkt, biedt leerlingen die geïnteresseerd zijn in dans de mogelijkheid om zich daar verder in te ontwikkelen.

 

“Dans is gewoon een vak, net als wiskunde”

Vertrouwder met je lichaam

Maar dans heeft ook een meerwaarde voor leerlingen die daar niet verder mee willen. Door te dansen raken jongeren bekender en vertrouwder met hun lichaam, ze worden zich bewuster van de mogelijkheden ervan en kunnen dit gebruiken; bijvoorbeeld tijdens een presentatie of sollicitatiegesprek. Leerlingen onderzoeken in de dans bovendien hoe je gevoel en intentie kunt overbrengen aan anderen. En waar in het onderwijs vooral via de gesproken taal wordt gecommuniceerd, is bewegingstaal niet afhankelijk van cultuur of niveau en dus makkelijker inzetbaar voor alle leerlingen. Niet kunnen terug grijpen op gesproken taal levert zelfs nieuwe inzichten en een diepere reflectie op, menen de dansdocenten.

 

Toekomst met of zonder dans

Uitwisseling tussen diverse culturen kan leiden tot zowel besef van eigenheid als trots bij de leerling en – het liefst ook – naar interesse voor de ander. Als ik de leerlingen van Latoya d’Hollander (Van Maerlantlyceum Eindhoven) vraag waarom dans op school gegeven moet worden, geven ze bijna dezelfde antwoorden als hun docenten. ‘Je kunt er je gevoelens mee uiten, je leert je openstellen voor het onbekende en samen te werken’, zeggen ze ondermeer. Het is voor hen een gewoon vak, net als wiskunde, maar wel een dat een aangename afwisseling biedt in het lesrooster: ‘Het is leuk om te doen!’ De dansdocenten zien dat hun vak plezier, verbreding, acceptatie, actief leren en een onderzoekende houding oplevert. Vaardigheden die jongeren goed kunnen gebruiken in een toekomst met, of zonder dans.