In de vorige twee delen van deze serie kwamen enthousiaste dansdocenten aan het woord over hun lespraktijk in het voortgezet onderwijs. Dansdocenten in het onderwijs zijn eerder uitzondering dan regel. In deze laatste editie proberen we na te gaan hoe dat komt.

In Nederland zijn we met zes dansdocentopleidingen ontzettend rijk. Studenten die auditeren, dromen meestal van een carrière in het amateurwerkveld. Veel van hen zijn zich bij de start van hun opleiding niet eens bewust van de mogelijkheid tot lesgeven in het onderwijs. Kwalijk kun je hen dit niet nemen; ze hadden immers ook geen dans op school.

Onderwijservaringen

De opleidingen besteden in hun curriculum steeds meer aandacht aan het onderwijs als werkterrein, maar vragen tegelijkertijd nog zoveel meer. Wanneer studenten stagelopen voelen ze zich daardoor nog niet capabel genoeg om te ‘overleven’ voor de klas. Een succeservaring is niet gegarandeerd en de nasmaak van zo’n leservaring is vaak eerder bitter, dan zoet. Een ‘watertrappelende’ student voor een klas is bovendien niet goed voor het kwetsbare imago van dans. Al met al is de kans groot dat de student dit werkveld dan verder laat liggen. En de school besluit in dat geval de uren toe te delen aan andere (kunst)vakken.

Bijscholing

Wanneer dansdocenten toch de stap naar het onderwijs wagen, een meewerkende school hebben gevonden en leerlingen die geïnteresseerd (willen) zijn, wordt hun behoefte aan bijscholing en uitwisseling manifest. Als ‘bedreigde diersoort’ is het prettig om ‘overlevingsstrategieën’, lesvoorbeelden en inspirerende werkvormen te delen met collega’s.
Bij- of nascholingscursussen voor dansdocenten zijn er nauwelijks, lesmethodes zijn nog zeldzamer. Maedy Miranda de Tol bracht daarom zelf een publicatie uit: Dans, theorie en praktijk, een methode om leerlingen voor te bereiden op het examen.

Pirouette

Het is een vicieuze cirkel, of liever gezegd, een pirouette zonder focuspunt, dans in het onderwijs. De veelzijdigheid en kracht van dans is niet bij iedereen bekend, er wordt weinig gedanst in het onderwijs, dus is de investering in lesmateriaal en speciale dansvoorzieningen niet rendabel en hebben (startende) dansstudenten niet voldoende houvast en mogelijkheden om goede lessen te geven. Directies zijn geneigd mislukte danslessen als een bevestiging van hun beeld over dans te zien en verdelen de uren op een andere manier. Namens alle dansdocenten die ik gesproken, nodig ik de lezers van Kunstzone uit: ‘Ga gewoon kijken.’ Ik hoop dan ook de komende jaren op uw school een bevlogen dansdocent aan het werk zien.

Tot dan(s)!