Vanuit mijn eigen artistieke praktijk weet ik hoe fijn het is om een flow te ervaren. Compleet opgaan in je werk en voelen dat het top gaat. Ik onderzocht hoe ik tijdens mijn kunstles leerlingen in een flow kan laten raken en ze intrinsiek te motiveren.

Een flowervaring ontstaat wanneer je tijdens een activiteit alles om je heen vergeet en opgaat in die ene activiteit. De Amerikaans/Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi onderzocht wat het gevoel van flow precies is en onder welke omstandigheden het ontstaat. Flow is volgens hem een optimale ervaring. ‘Deze ervaring is zo positief dat het de moeite waard is deze te herhalen zonder de noodzaak van een externe beloning.’ Er zijn een aantal voorwaarden om in een flow te kunnen komen, ontdekte Csikszentmihalyi. Zo vereist een flowervaring opperste concentratie. Ook heldere doelen en onmiddellijke feedback helpen om in een flow te komen. Daarnaast heb je een fikse uitdaging nodig waarbij je een behoorlijke vaardigheid moet ontwikkelen om de taak tot een goed einde te kunnen brengen.

 

Eigen onderzoek
In een reflectief actieonderzoek met een tweede klas uit het voortgezet onderwijs, onderzocht ik hoe je deze flowvoorwaarden kunt implementeren in de kunstles. Het is belangrijk om opdrachten te voorzien van verschillende uitdagings- en keuzemogelijkheden. De ene keer bepaal je welke techniek of welk materiaal of beeldaspect je gebruikt en kiest de leerling het thema. De andere keer staat juist het thema vast. Ik kwam erachter dat het bij leerlingen cruciaal is om die uitdagingsmogelijkheden terug laten komen in de beoordelingscriteria. Leerlingen lijken minder gemotiveerd een verrijkingsopdracht te maken wanneer dit geen invloed heeft op hun cijfer. Op deze manier stimuleert het hen een eigen uitdaging te kiezen. Met als extraatje dat ze zich sneller ontwikkelen én kans hebben op een hoger cijfer.

Vraagkaartjes
In de didactiek liet ik de begrippen uitdaging en vaardigheid terugkomen in vraagkaartjes. Deze kaartjes zet een leerling in om een leervraag te formuleren. Gaat mijn vraag over een uitdaging of een vaardigheid? Kan ik het antwoord ook zelf op de lesbrief vinden? De leerling zet een van de twee kaartjes op tafel en ik loop naar hem of haar toe om de vraag te beantwoorden. Omdat niemand meer zijn vinger opsteekt is het rustiger in de klas en werkt iedereen door. Ook merk ik dat ze gerichtere en betere vragen stellen. Bij mij als docent wekte dit ook meer flow op; een bijkomstig voordeel. Aan het einde van iedere les vullen de leerlingen een reflectieschema in: hoe verliep mijn proces en wanneer zat ik in een flow? En als ik niet in een flow kwam, waar lag dat dan aan?

Een maatje helpt
Nog een benodigd ingrediënt voor flow is concentratie. Om je te kunnen concentreren moet er zo min mogelijk afleiding zijn. Dus telefoons opbergen en zorgen dat de leerlingen niet te veel kletsen. Daarnaast blijkt het flowbevorderend als je naast een maatje zit. Zo ontstond het voorstel vanuit de klas om twee jongens en twee meiden aan een tafel te zetten, zodat je altijd een maatje hebt om eventueel mee te overleggen, maar niet wordt verleid om ook met je ‘overburen’ te kletsen. En veel kinderen helpt het om in een flow te raken wanneer ze tijdens de les muziek mogen luisteren. En betrek je als docent de beïnvloedbare flowelementen op jezelf dan kan er sprake zijn van een heuse flow-besmetting: ‘Gaat de bel nú al?’

Tineke Yntema is MEd Arts en docent BKV op het Marne College in Bolsward

Dit artikel is een bijdrage van een lezer. Wil je ook meeschrijven? Dat kan. Lees hier hoe.