Gaat digitalisering gepaard met efficiëntie?

Een fundamentele vraag voor de kunstvakken

Auteur: Mirjam van Tilburg | Foto: Kunstvakdocenten Dirk Hulsenboom en Irene Ulrich tijdens het experimenteel project ‘Studio’ (november 2020, Tilburg)

De meeste digitale onderwijstools beloofden handig en efficiënt te zijn. En het werkte. De kunstvakdocenten die ik spreek kunnen inmiddels  razendsnel schakelen tussen meetings, chatfunctie en presentielijsten. Hoe ons onderwijs komende jaren digitaliseert, is aan ons. En dat is vooral voor de kunstvakken een fundamentele vraag.

Die belofte ‘handig en efficiënt’ van digitalisering kan ons fundamenteel andere keuzes laten maken. Een fysieke afspraak met een student kost me snel een uur, terwijl ik online meestal in een half uur al tot de kern ben gekomen. Of zo voelt het ineens als een luxe om een museum fysiek te bezoeken met leerlingen, in plaats van online. Online is makkelijker in te plannen, je hoeft niet te leuren bij collega’s voor begeleiding, bovendien is het makkelijk om ook ouders te betrekken. Keuzes maken in de voorbereiding van lessen die minder handig of efficiënt zijn voelt  onlogisch en ook als een luxe.

Minder oefenruimte en improvisatie
Het is geen nieuwe tendens dat onderwijs meer gericht is op efficiëntie en productie (denk aan woorden als leeropbrengsten, leeruitkomsten, leerresultaten) en minder op het creëren van oefenruimte om risico’s te nemen, improvisatie en het onverwachte toelaten. Het digitale werken versterkt deze tendens wel. Als je digitaal lesgeeft is veel ‘vastgezet’ en geformaliseerd: de plek van de opdracht, vragen, presentielijst en toetsing. Het is voor zowel hybride als online lessen belangrijk dat je vooraf goed weet wat je gaat doen. De creativiteit zit ‘m in het verzinnen van de opdrachten, ter plekke improviseren is lastiger. Zo vertelde een kunstvakdocent mij dat ze het lastiger vond om de actualiteit te verweven in haar lessen.

Begrijp me niet verkeerd, het gaat me niet om digitalisering op zich. Geweldig vond ik bijvoorbeeld de #kunstenquaraintaine vondsten, de zoom-dans en de mogelijkheid om meer te zien van de persoonlijke omgeving van mentorleerlingen. Het gaat me om het gemak, de efficiëntie en het handige die we in de slipstream van digitalisering meenemen.
Als we voorbij deze crisis denken, gaan dan die efficiëntie en kunst elkaar niet bijten? Welke dynamieken die meeliften met digitalisering hebben invloed op de ontwikkeling van de kunstvakken? Alle schoolvakken hebben met lesvoorbereidingen en lesimprovisatie te maken, maar de hang naar efficiëntie raakt wel het fundament van de kunstvakken. Zijn de kunstvakken wel efficiënt en handig? Is een kunstvak de kortste weg van A naar B? En, als ‘efficiëntie en handig’ concepten zijn die goed passen bij digitalisering en minder bij de kunstvakken, wat betekent dat voor jou als kunstvakdocent? Word je dan uitvoerder, zoals kunstvakdocenten hun eigen professie omschreven deze winter? Welke ruimte en tijd heb jij nodig in tijden van digitalisering? Waarop baseer jij de keuzes die voor ons liggen? Laten we samen onderzoeken en bevragen.

In drie clips van 15 minuten geef ik alvast een voorzetje. De clips Studio SpeelruimteAdempauze en Het vatten een open gesprek samen, dat Pascal Gielen (hoogleraar cultuursociologie), Gert Biesta (hoogleraar pedagogiek) en ik voerden in april 2021. De basis van dit gesprek vormt het experimenteel project vanuit mijn doctoraatstraject bij Antwerp Research Institute for the Arts (ARIA) dat ik deze winter ontwikkelde met 16 kunstvakdocenten. Het onderwerp efficiëntie komt vooral in de clip Studio Adempauze naar voren.

Mirjam van Tilburg is onderzoeker en docent aan de Master Kunsteducatie van Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Andere partners in het project: KunstLoc Brabant, Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam en Willem de Kooning Academie.

Daar zit je dan… 54. Column | Van Gerwen denkt door 55. CKV kan beter… buiten school 14. Remix het verleden