De wereld waarin onze leerlingen opgroeien is complex en vaak onoverzichtelijk. Cultuuronderwijs kan het houvast bieden waar leerlingen behoefte aan hebben, door ze inzicht te geven in de stabiele structuren onder de chaotische culturele oppervlakte.

Toch is serieuze aandacht voor cultuur in het voortgezet onderwijs verre van vanzelfsprekend. Leerlingen kiezen massaal voor de bètaprofielen N&T en N&G en voor E&M. Deze profielen hebben een herkenbaar kernvak. Voor N&T zijn dit natuur- en scheikunde, voor N&G biologie en voor E&M economie. Het profiel C&M ontbeert niet alleen zo’n kernvak, ook maken de veelheid van vakken waarin op cultuur kan worden gereflecteerd en de verscheidenheid van onderwerpen die bestudeerd kunnen worden, dat leerlingen cultuur(vakken) als verbrokkeld en willekeurig ervaren.

We kunnen het tij keren, als we erin slagen leerlingen duidelijk te maken dat zij in de cultuurvakken (filosofie, de kunsten, maatschappijleer, levensbeschouwing, sociale geografie, geschiedenis en alle taal- en cultuurvakken) en alleen dáár, leren hoe cultuur ‘werkt’, hoe het ons leven bepaalt, hoe iedereen er deel van uitmaakt en verantwoordelijkheid draagt voor de cultuur waarin zij/hij leeft. Cultuuronderwijs is onderwijs in cultureel bewustzijn – bewustzijn van de eigen cultuur, die van anderen en van cultuur in het algemeen. Cultuurwetenschap zou daarom het kernvak van het profiel C&M moeten zijn. Dit vak, dat deels nog ontwikkeld moet worden, geeft leerlingen inzicht in de bouwstenen en de structuur van cultuur. Die bouwstenen zijn de herinnering en de ervaring van verschil, de vier strategieën waarover mensen beschikken om met het alomtegenwoordige verschil om te gaan, en de vier typen media waarin dit gebeurt. Deze bouwstenen hangen systematisch met elkaar samen – ze vullen elkaar aan en bouwen op elkaar voort. Aan de hand van literatuur- en kunstonderwijs kunnen we dit illustreren.

 

Literatuur- en kunstonderwijs

Literatuur en de andere kunsten zijn vormen van cultureel bewustzijn met een eigen, autonome functie, vanwege de nadruk die zij leggen op de verbeelding. De verbeelding stelt ons in staat om ervaringen in een concrete, tastbare vorm te vangen, in muziek en zang, dans, poëzie en verhalen, toneel, sculptuur of grafische beelden.
Dit onderscheidt de kunsten van andere vormen van cultureel bewustzijn, zoals het nieuws, geschiedschrijving, filosofie of ideologie. Met de kunsten geven we vorm en betekenis aan ons bestaan als ervaring.

Vandaar dat het leven in al zijn aspecten – van het meest banale tot het meest verhevene  – onderwerp kan zijn van literatuur en kunst. Dankzij die vorm kunnen we op de ervaring reflecteren, deze bewaren en met elkaar delen. Wanneer we kunst bewonderen is dat omdat de kunstenaar erin geslaagd is een voor ons herkenbare ervaring (dat hoeft geen bekende ervaring te zijn!) te verbeelden.

Literatuur slaat de brug tussen de verbeelding en het conceptuele denken, tussen maken en interpreteren, tussen kunst(werk) en taal. Verbeelding en conceptueel denken zijn twee van de vier cognitieve strategieën waar mensen als culturele wezens over beschikken. De andere twee zijn waarneming en analyse. Waarnemen en analyseren zijn accommoderende vaardigheden: ze stellen ons in staat onze herinneringen aan de werkelijkheid aan te passen. Deze strategieën domineren in de bèta-profielen. Verbeelding en conceptueel denken zijn eerder assimilerend: we gebruiken ze om de werkelijkheid naar onze hand te zetten. Ieder gedicht, iedere roman is zowel de verbeelding, in een werk, als de interpretatie, in taal, van een aspect van het bestaan. In niet-talige kunst, zoals muziek en dans of beeldende kunst, is de conceptuele dimensie minder aanwezig, terwijl in niet-literaire taal, zoals een krantenartikel of een politiek betoog, de verbeelding een minder prominente rol speelt.

In literatuur- en kunstonderwijs krijgen leerlingen inzicht in de samenhang – overeenkomsten en verschillen – tussen deze twee vormen van assimilerend cultureel bewustzijn.

 

Cultuuronderwijs in de praktijk

Hoe kunnen we vanuit de veelheid van indrukken die onze leerlingen opdoen zinvol cultuuronderwijs ontwikkelen? Eén vraag is wat wij als docenten onze leerlingen graag willen laten leren, maar een even belangrijke vraag is wat bij de leerlingen leeft. Welke vormen van cultuur herkennen zij en zijn voor hen interessant om nader te onderzoeken?

Uitgangspunt van cultuuronderwijs zijn het leven en de cultuur van de leerling: haar herinneringen, haar ervaringen en de strategieën waar ze over beschikt om vanuit die herinneringen er vorm en betekenis aan te geven. Dat houdt in dat we, juist in het cultuuronderwijs, onze leerlingen goed moeten leren kennen. Cultuuronderwijs begint daarom met een gesprek in, en mét de klas. De docent geeft dit gesprek richting, maar de eerste, onmisbare stap is dat er naar verbinding gezocht wordt met de cultuur van de leerlingen. Van daaruit kunnen we ons gaan verdiepen in de complexe praktijk en structuur van cultuur. We willen dit aan de hand van één voorbeeld illustreren.


Simulacra

Het begrip simulacrum is gemunt door de Franse filosoof Jean Baudrillard (1929-2007). Een simulacrum is een kopie zonder origineel. Althans, er wordt wel een authentiek origineel verondersteld, maar dit is verdwenen onder, of achter de opeenvolgende reproducties en interpretaties die ervan gemaakt zijn. Soms zijn er (zoals bij een muziekopname) meerdere originelen voor één ‘kopie’. Schoolvakken die bijzonder geschikt zijn om met elkaar te verbinden in een lessenserie over simulacra zijn filosofie (voor de filosofische kernvragen), geschiedenis (voor het historisch overzicht en bewustzijn), de kunsten (voor de kunstgeschiedenis van vervalsingen, kopieën, de ‘aura’ van kunstwerken, maar ook voor de praktijk van het samplen, mixen en citeren) en taal en literatuur (voor de reflectie op dit onderwerp in teksten, zowel zakelijk als literair).

Het onderwerp sluit aan bij een werkelijkheid waar leerlingen zelf deel van uitmaken.

We beginnen deze lessenserie over simulacra voor de bovenbouw (klas 5) met een klassengesprek. Bij wijze van inleiding laten we een serie foto’s zien die influencer Natalia Taylor op Instagram plaatste over haar vakantie op Bali. Niet veel later maakte ze bekend dat de foto’s in werkelijkheid genomen waren in een winkel van Ikea. Zij wilde haar volgers bewust maken van de weinig kritische houding waarmee mensen een ideaalbeeld bejubelen met duizenden likes en prijzende reacties.

We bespreken dit met de leerlingen. Wat doen dit soort beelden met je? Hoe serieus neem je ze? Voor wie zijn ze belangrijk, en waarom? Hebben de sociale media onze behoefte aan oprechtheid versterkt? Welke rol spelen geschreven en gesproken verhalen op sociale media?

Na dit oriënterende gesprek wordt er gestudeerd. De leerlingen lezen sleutelteksten van Baudrillard zelf, maken kennis met Plato’s ideeënwereld, lezen een essay van Walter Benjamin over het aura van een kunstwerk, kijken naar een documentaire over de restauratie van Het Lam Gods van de Van Eycks, lezen over de zogenaamde authentieke uitvoeringspraktijk’ van barokmuziek. Ze lezen het gedicht Wat echt is  van Laura Mijnders (onder dit artikel) en gedeelten uit de roman Grand Hotel Europa (2018) van Ilja Leonard Pfeiffer, over de massatoerist die een hotelkamer boekt die bij aankomst op de plaats van bestemming niet blijkt te bestaan, en die zich langs de plaatsen haast waar je volgens de Lonely Planet absoluut geweest moet zijn, omdat ze zo ‘authentiek’ zijn.

Vervolgens gaan ze zelf op zoek naar simulacra. Het ligt voor de hand dat ze op voorbeelden van deep fake stuiten, waarbij de techniek het mogelijk maakt om iemands beeltenis te ‘lenen’, of van verkiezingsuitslagen die door algoritmes werden bepaald.

De kunsten bieden eindeloos veel interessant materiaal. Je kunt denken aan vervalsingen, maar leerlingen kunnen ook uitzoeken waarom het origineel van veel kunstwerken niet meer tentoongesteld wordt. Wat doet dit met het ‘aura’ van een kunstwerk? Andere vragen die aan de orde kunnen komen, zijn: Waarom is kunst (beeld, afbeelding, voorwerp) zo gevoelig voor vervalsing, diefstal en vandalisme? En waarom speelt dit in film of literatuur nauwelijks een rol? Hoe belangrijk is de handtekening van de kunstenaar? Bestaan er nog echte genieën en originele ideeën, hebben die ooit bestaan, of is het menselijk vermogen om het leven te verbeelden vooral een kwestie van handig samplen en (re)mixen?

We zouden de lessenserie kunnen afsluiten met een wedstrijd simulacra maken, of met een debat over de stelling dat originaliteit in de kunsten helemaal niet bestaat.

 

Thema’s en theorie

Het doel van een thematische lessenserie als deze is niet in de eerste plaats het thema zelf, de simulacra. Cultuuronderwijs is meer dan alleen thematisch en/of vakoverstijgend omdat het gebaseerd is op een theorie van cultuur, op cultuurwetenschap. Waar het uiteindelijk om gaat is het ontwikkelen en vergroten van het inzicht in de manier waarop cultuur werkt. Zo gaat kunst- en literatuuronderwijs over de werking en de mogelijkheden van twee van de vier basisvaardigheden waarmee mensen in verschillende media vorm en betekenis geven aan hun leven: verbeelden en conceptualiseren. Het gaat over hoe je in taal, beeld, gebaar en klank vorm geeft aan het bestaan en over de macht die je hebt als je deze vaardigheden en media beheerst.

Zo biedt cultuuronderwijs, vanuit de samenhang tussen verschillende vakken, leerlingen houvast in een complexe en chaotische wereld. Het geeft ze inzicht in hoe cultuur werkt en daarmee uiteindelijk inzicht in zichzelf, in wat het betekent om een mens te zijn.

Meer weten? Heusden, B. van, Rass, A. & Tans, J. (2020). Cultuur2. Cultuuronderwijs in het VO. Groningen: University of Groningen Press.

Barend van Heusden is hoogleraar Cultuur en Cognitie bij de opleiding Kunsten, Cultuur en Media van de Rijksuniversiteit Groningen.. Van 2009 tot 2014 leidde hij het project Cultuur in de Spiegel: naar een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. http://www.rug.nl/staff/b.p.van.heusden/

Grietinus Mollema is docent Nederlands aan het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen. Hij studeerde Frans en Nederlands (lerarenopleiding) en Algemene Literatuurwetenschap. Hij houdt zich bezig met het ontwikkelen van cultuuronderwijs.

 

Wat echt is

Ik ben die vrouw

in lingerie

die je glazig

of misschien wel

een tikkeltje sensueel

aanstaart

vanaf levensgrote posters

in een bushok.

 

ik ben diezelfde vrouw

die eindeloos

gecorrigeerd wordt

door Photoshop

perfect in proportie gebracht

in de hoop

al haar onvolkomenheden

te vergeten.

Laura Mijnders, Nachtschade (2014)