Het kunstvaklokaal. . .

. . .van het Christelijk Lyceum Veenendaal

Auteur: Marjo van Hoorn | Foto’s: Kunstvaklokaal Christelijk Lyceum Veenendaal

 

In de serie Het kunstvaklokaal nemen we de lezer mee naar verschillende kunstvaklokalen, muziek, beeldend, theater, dans en film in scholen voor voortgezet onderwijs. Hoe zo’n lokaal eruit ziet heeft effect op de sfeer, de concentratie en manier van werken. Welke ideeën en verlangens heeft een kunstvakdocent over de inrichting van zijn lokaal? En zijn deze verwezenlijkt of niet?

‘Een expositie met dagelijks wel 2000 kijkers,’ zo omschrijven docenten beeldend Annelies de Vries en Wieke Teselink de grote etalages van hun lokaal in het hart, het A-trium, van de nieuwbouw van hun school.

Vijf grote beeldende lokalen verspreid over drie gebouwen, of één kunstdomein met kleinere lokalen? Een vraagstuk dat de sectie beeldend kreeg voorgeschoteld toen een deel van het bestaande gebouw uit 1968 zou worden ‘hergebruikt’ en geïntegreerd in een nieuw, duurzaam schoolgebouw. Na veel tekeningen maken, plattegronden napluizen, passen en meten is uiteindelijk gekozen voor de pragmatiek: liever een groot beeldend lokaal gescheiden van de andere kunstvaklokalen, dan een klein samen met de andere. Vierkante meters maken tenslotte het verschil als je leerlingen groter werk wilt laten maken, als je hen en de kunst – letterlijk – de ruimte wilt geven.

Sinds 2021 is het nieuwe gebouw in gebruik. De Vries en Teselink willen vooral zichtbaar maken hoe er gewerkt kan worden in de beeldende lessen, ze willen het werk van de leerlingen zichtbaar maken. En ze zijn dan ook heel gelukkig met de enorme ramen die uitkijken op het A-trium. Het beeldende vak presenteert zich. Iedereen die de grote centrale trap oploopt, ziet in een oogopslag wat er gedaan en gemaakt wordt. Dat nodigt niet alleen uit tot een nadere blik, het inspireert.

Het nieuwe, tamelijk smalle en langgerekte lokaal is door de sectie bewust en stapsgewijs ingericht. Het vergde namelijk wat hoofdbrekens hoe het zo goed, efficiënt, slim en tegelijkertijd aantrekkelijk in te richten.
De linkerkant van het lokaal toont gevulde vitrines met leerlingenwerk, boeken en andere inspiratiebronnen. De andere lange wand is benut voor opbergplaatsen van materiaal, gereedschap en machines. Die indeling sluit ook aan bij hun voorkeur voor thematisch werken. Ze willen dat leerlingen leren zelf keuzes te maken nadat ze een thema eenmaal hebben geïntroduceerd. Hoe kunnen ze hun idee het beste vormgeven? Het dan aanscherpen, bijsturen of verwerpen? Leerlingen kunnen rondneuzen en rommelen in de verschillende materiaal- en gereedschapsbakken en dat maakt, zeggen De Vries en Teselink, ‘dat er tijdens het creatieve proces opeens een lichtje aangaat.’

Nu oogt het vaklokaal nog tamelijk nieuw en ongerept, maar de docenten zien tot hun plezier dat de werktafels allengs ‘gebruikter’ ogen. Het ‘ateliergevoel’ mag nog meer komen, de komende tijd. Ze merken dat de opstelling die ze kozen een zekere rust en concentratie geeft. Elke tafel is als het ware een klein ‘stationnetje’ met een groepje werkende leerlingen. Beiden sluiten overigens niet uit dat er in de loop van de tijd dingen zullen veranderen; de ervaring zal het leren. De zoektocht naar meer zichtbaarheid blijft. Muurschilderingen, kleurige stellages, sokkels. Het lokaal in het nieuwe gebouw biedt tal van mogelijkheden; alles stroomt.

Cover #3

Foto: Danilo Batista, 2021