Van sommige kunstwerken vind je meteen iets. Je kunt ze ongepast, of zelfs ronduit afschuwelijk vinden. Als we ons oordeel hierover leren uitstellen, afstand nemen en met anderen erover in gesprek gaan, kunnen we veel genuanceerder leren oordelen. Een mooie vorm om zoiets te oefenen is het socratische gesprek.

Het socratisch gesprek is een onderzoeksgesprek waarin je vanuit oprechte nieuwsgierigheid en verwondering een dialoog met anderen aangaat. Het is daarbij de kunst je eigen denkpatronen in twijfel te trekken, je oordeel uit te stellen en vanuit verschillende perspectieven te willen kijken.

 

Van gesprek tot gespreksmethodiek

Socrates noemde zijn manier van vragenstellen maieutiek: verloskunde. De wijsheid bij de ander geboren laten worden. Voor hem was het een vorm van wetenschap en ethiek: niet vasthouden aan je eigen kennis en opvattingen maar steeds opnieuw vragen stellen, reflecteren op je ervaringen en je open stellen voor de denkkaders van anderen. Leonard Nelson (Duits filosoof en pedagoog) vormde begin twintigste eeuw het socratische gesprek om tot een gespreksmethodiek, met een structuur en gespreksregels. Zo kon het als leidraad voor groepsgesprekken worden gebruikt. Eind twintigste eeuw, de start van het individualistische en narcistische tijdperk, schoeiden Kessels en Boers de methode op Nederlandse leest.

De socratische gespreksmethodiek zoals wij die nu toepassen lijkt niet op hoe Socrates zijn gesprekken voerde. Maar heeft wel hetzelfde vertrekpunt en hetzelfde doel: dat mensen elkaar leren begrijpen en gezamenlijk op zoek gaan naar wat hun doen en laten drijft.

 

Dialoog en verbinding

Door een kunstwerk aan de hand van een socratisch gesprek te analyseren kan een diepere persoonlijke betekenis ontstaan, die verder reikt dan de eerste ervaring. Met de groep leerlingen wordt een onderzoeksvraag geformuleerd. Bijvoorbeeld: Wanneer vind ik een kunstwerk te ver gaan? Iedere leerling denkt aan een concrete, waargebeurde situatie bij die vraag. Die kan alle kanten opgaan. Bijvoorbeeld het moment waarbij ze bij het zien van een schilderij of documentaire boos werden, of er zich zelfs diep door gekwetst voelden.

“Met elkaar wordt er gezocht naar het cruciale moment in die situatie, het moment dat de kern van de onderzoeksvraag raakt”

Een aantal van deze ervaringen wordt gedeeld, vervolgens wordt er een gekozen om verder uit te diepen. Met elkaar wordt er gezocht naar het cruciale moment in die situatie, het moment dat de kern van de onderzoeksvraag raakt. Elke leerling omschrijft dan wat hij in die situatie zou voelen, denken en doen, om daarna argumenten daarvoor te formuleren en tenslotte een antwoord te geven op de onderzoeksvraag. Door deze ‘denkflow’ ontstaat als vertraging in het oordelen, ruimte voor onderzoek en reflectie. Maar bovenal kan er – meer – dialoog en verbinding ontstaan tussen het kunstwerk dat aanvankelijk strijd en dilemma’s opwierp, en jezelf.

Boeken

Socratisch gesprek voor Beginners, Marlou van Paridon, ISVW Uitgevers, Leusden, 2017.

Vrije ruimte, Jos Kessels, Erik Boers, Pieter Mostert, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2007