Er is grote variatie in het aantal uren dat pabo’s aan de kunstvakken besteden en in de wijze waarop ze er invulling aan geven. In dit dossier beschrijven we de resultaten van een inventarisatie, reflecteren we op de betekenis ervan en laten we enkele voorbeelden van de samenwerking tussen pabo’s en kunstvakopleidingen zien.

Hoeveel tijd besteden pabo’s eigenlijk aan kunstonderwijs?

Te weinig, wordt vaak gezegd. Zo schrijft de Raad voor Cultuur: ‘Goed cultuuronderwijs vraagt om deskundige leerkrachten, wat begint met het bevorderen van hun deskundigheid op de Pabo. Hiervoor is het belangrijk om de positie van het cultuuronderwijs in het curriculum van de Pabo te versterken door te investeren in meer contacturen en verbindingen met andere vakgebieden te leggen (Advies Cultuurstelsel 2021-2024, pag.47).’ Om een preciezer beeld te krijgen van de hoeveelheid tijd die er in pabo’s aan de kunstvakken wordt besteed doken we in de studieprogramma’s van twintig pabo-vestigingen en maakten een inventarisatie.

 

Harde cijfers lastig

We analyseerden de studieprogramma’s die vaak in de onderwijs- en examenregeling (OER) staan. Van een aantal pabo’s was de OER openbaar toegankelijk, van de andere is de OER of het studieprogramma opgevraagd. Er zijn in Nederland 24 hogescholen met een pabo, waarvan sommige meerdere vestigingen hebben (https://www.paboweb.nl/pabos) met eigen studieprogramma’s. Uiteindelijk verkregen we de gegevens van 20 pabo-vestigingen en konden we de studieprogramma’s analyseren. We telden het aantal ECTS (het aantal studiepunten dat een student moet behalen, 1 ECTS staat voor 28 studiebelastingsuren) dat de vestigingen besteden aan de kunstvakken in de voltijdsopleiding. De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in studiepunten, die  van een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs bedraagt 240 studiepunten. We maakten een onderscheid tussen het kerncurriculum – het verplichte deel kunstonderwijs dat alle pabostudenten krijgen – en keuzevakken. Veel pabo’s bieden namelijk minoren of keuzedelen aan op het gebied van kunsteducatie.

 

Het is echter lastig om harde cijfers te laten zien. De pabo’s hebben de kunstvakken op uiteenlopende manieren in hun studieprogramma opgenomen, en het aantal studiebelastingsuren zegt daarbij niets over het aantal contacturen (de tijd waarin studenten en docenten op school bij elkaar komen). De cijfers geven dan ook vooral een beeld van het minimumaantal uren dat een pabostudent verplicht aan kunst zou moeten besteden, en van de variatie ervan tussen de instellingen.

Gemiddeld genomen zijn de kunstvakken voor 13 ECTS (362 studiebelastinguren) in het kerncurriculum opgenomen, verdeeld over vier studiejaren. Maar de spreiding is zo groot dat dit gemiddelde niet zoveel zegt. Zes pabo’s besteden bijvoorbeeld minder dan 10 ECTS aan de kunstvakken in het verplichte deel, met een minimum van 3 ECTS. Drie pabo’s hebben de kunstvakken voor meer dan 20 ECTS in hun vaste curriculum opgenomen, met een maximum van 29 ECTS.

De meerderheid van de pabo’s  biedt de verplichte kunstvakken alleen in de eerste twee studiejaren van de opleiding aan.

 

Accent op ‘algemeen’ kunstvak

Zes pabo’s hebben kunstonderwijs uitsluitend ondergebracht in een ‘algemeen’ kunstvak, zoals een kunstproject, een vak didactiek kunstzinnige oriëntatie of actieve cultuurparticipatie. Zeven pabo’s bieden een dergelijk vak aan naast specifieke kunstvakken, zoals muziek en drama. Een algemeen kunstvak krijgt in verhouding de meeste studiebelastingsuren (gemiddeld bijna 5 ECTS), gevolgd door muziek (gemiddeld 2.7 ECTS). De relatief grote aandacht voor muziek is historisch gegroeid, maar waarschijnlijk ook versterkt door de regeling Professionalisering Muziekonderwijs pabo’s.

Muziek wordt gevolgd door de beeldende vorming (2.6 ECTS) en drama (1.6 ECTS). Dans (vaak in combinatie met drama) en film/media krijgen de minste aandacht, maar mogelijk wordt film/media ook als onderdeel van beeldende vorming aangeboden. Dan is er een klein aantal pabo’s die geïntegreerd werken en kunstzinnige oriëntatie aan andere leergebieden verbinden, bijvoorbeeld met een themaopdracht over de leefomgeving van de leerlingen. Maar de meeste pabo’s bieden de kunstvakken als losse vakken aan, volgens de traditionele disciplinelijnen.

Naast de grote verschillen in de mate waarin en de wijze waarop pabo’s de kunstvakken aanbieden, lopen ook de keuzemogelijkheden voor verdieping in de vakken uiteen. Zo biedt een aantal pabo’s de cursus interne cultuurcoördinator aan, vaak als onderdeel van een minor cultuur(educatie). Sommige bieden minoren aan waarin de student wordt opgeleid tot vakspecialist muziek of drama. Ook zijn er pabo’s die (vaak in samenwerking met partners) nascholingen aanbieden, zoals de post-hbo cultuurbegeleider.

 

Gezamenlijke basis

Genoeg ruimte voor specialisatie, lijkt het, maar de basis die pabostudenten meekrijgen varieert sterk. De hamvraag is dan ook: wat moet íédere student weten en kunnen met betrekking tot kunstzinnige oriëntatie, als hij of zij van de pabo komt? Een aantal jaren geleden zijn er voor de kunstvakken kennisbases ontwikkeld waarin die minimale bagage was vastgelegd. Maar kan een pabo die over vier studiejaren in het verplichte deel minder dan 10 ECTS aan de kunstvakken besteedt, die kennisbases in voldoende mate realiseren? Dat zou onderzocht moeten worden.

Een minstens zo prangende vraag is of de kennisbases nog wel voldoen. De Raad voor Cultuur stuurt aan op verbindingen met andere vakken. Dit is ook een streven van curriculum.nu, het traject waarin voorstellen zijn ontwikkeld voor curriculumherziening in het basis- en voortgezet onderwijs. Pabo’s zijn bij dit traject betrokken en sommige zijn al druk bezig het kunstonderwijs te vernieuwen. Want wat betekent een hervorming van het leergebied kunst en cultuur voor het kunstonderwijs op de pabo’s?

De inventarisatie die we verrichtten is een eerste – weliswaar beperkte – stap. We pleiten voor een uitgebreid onderzoek naar de stand van zaken, waarvan de resultaten als basis dienen voor een goed geïnformeerde discussie over de mate waarin en wijze waarop kunst een plek zou moeten hebben in het curriculum van de pabo’s.

Er zijn nu al kansen voor een intensivering van samenwerking en afstemming. Wanneer de pabo’s bijvoorbeeld samen aan een verdere uitwerking van het herzieningsadvies voor kunst en cultuur van curriculum.nu zouden werken, zou er een gezamenlijke basis kunnen ontstaan die zowel aan huidige als toekomstige kerndoelen van het primair onderwijs tegemoet zou komen.

Want variatie past tot op zekere hoogte bij de kunsten en de vrijheid van onderwijs, maar willen we dat de kwaliteit van kunstonderwijs op de basisscholen verbetert, dan is zo’n stevige, gezamenlijke basis op de pabo’s onmisbaar.

Marian van Miert en Zoë Zernitz zijn respectievelijk werkveldspecialist cultuureducatie en specialist onderzoek bij LKCA.

 

Samenwerking kunstvakopleiding

Dans in de school

Dagmar Hoorn is studieleider aan de Academie voor Danseducatie(DNSE) in Tilburg. Studenten kunnen zich profileren zich als docent dans, of dansmaker of performer (allebei in relatie tot het docentschap). Voor Dagmar geldt dat het dansdocentschap een vak apart is, net als het vak van groepsleerkracht. Beide kunnen elkaar positief beïnvloeden, daarom werkt de Academie nauw samen met de pabo. In het eerste en tweede studiejaar van de Academie is er veel aandacht voor dans in het primair onderwijs, met wekelijkse lessen primair onderwijs, stages en de Dans-in-School-week. De eerstejaars dansstudenten maken bovendien een jeugddansvoorstelling met bijpassende workshops. Ze werken daarbij samen met een choreograaf en met derdejaars pabostudenten die de minor cultuureducatie volgen. Met die voorstelling en workshops reizen ze drie weken langs scholen in Brabant.

Dagmar: ‘De pabostudenten krijgen eerst een aantal dansworkshops en leren over de waarde van dans, onze dansstudenten leren van de pabostudenten over didactiek en pedagogiek. We werken nu met minorstudenten samen, maar het zou eigenlijk breder moeten want wat je interesse niet heeft, kies je niet en dat is natuurlijk jammer.’

Film- en beeldeducatie

Als het aan het Netwerk Filmeducatie Nederland ligt, weet over tien jaar iedere leerkracht wat film- en beeldeducatie is, heeft elke school vakoverstijgend beeldonderwijs en zijn er genoeg goedopgeleide filmdocenten. Margreet Cornelius van Eye Filmmuseum coördineert het Netwerk Filmeducatie. ‘We zagen dat pabo’s en lerarenopleidingen weinig met film- en beeldeducatie doen, terwijl in het onderwijs docenten film elke dag inzetten. Wat filmeducatie in de enge zin is, of wat beeldeducatie in de brede zin is, is nog niet uitgekristalliseerd. Een goed netwerk en een gezamenlijke visie op het vak moet daar verandering in aan brengen.’ Een opleiding tot filmdocent bestaat nog niet maar daar wordt hard aan gewerkt. Ook op de pabo’s beweegt er wat; de kunstklas in Leiden heeft het vak ingevoerd, Iselinge Hogeschool start in september 2020 samen met FilmHUB Gelderland met een academische werkplaats filmdidactiek.

Kunstvakken geïntegreerd

Bij de HAN worden de kunstvakken voor het grootste gedeelte geïntegreerd aangeboden. Volgens Niekje van de Lavoir, docent beeldend, is dat een constructiefout in het curriculum. ‘Er wordt al geïntegreerd terwijl de studenten nog te weinig van de kunstvakken afweten. Om een goede kunstles te geven zijn vakkennis, vaktechnische en vakdidactische vaardigheden nodig.’

‘Veel scholen werken met een geïntegreerd curriculum. Dat kan veel tijd besparen en heel betekenisvol zijn wanneer je als leerkracht weet met welke leer- en ontwikkelingsdoelen doelen je bezig bent. Nu wordt in de propedeuse kunst ingezet om andere doelen te bereiken. Het gevaar is dat je dan blijft hangen op activiteitenniveau.’

Ze is positief gestemd over de praktijkstages. Studenten slaan de kunstlessen die ze geven op in een digitaal portfolio en reflecteren erop. De stagebegeleider van de school beoordeelt uiteindelijk of iemand vakinhoudelijk en vakdidactisch bekwaam is. Daarbij helpt de HAN hen met kijkwijzers, zodat uiteindelijk ook de stagebegeleider een beter beeld krijgt van wat een goede kunstles nu precies is. ‘Dan snijdt het mes aan twee kanten.’