Hoe leid je kunstdocenten op die interessant onderwijs kunnen geven in makerspaces? De docentenopleiding Beeldende Kunst en Vormgeving van ArtEZ (Arnhem) biedt sinds september 2018 in het tweede en derde jaar de specialisatie Kunst, Wetenschap en Technologie aan. Wat waren de overwegingen om dat te doen? Hoe ziet het programma eruit en wat zijn tot dusver de ervaringen?

Een aangetaste mixer, die schokkende rondjes op z’n zij draait, ligt – als een aangeschoten dier – op de vloer van een praktijklokaal. Het is een prototype van Bregje Rikken, tweedejaars student van de docentenopleiding van ArtEZ Arnhem. Ze onderzoekt hoe ze huishoudelijke apparatuur ander gedrag dan louter hun functionele kan laten vertonen. Ze volgde destijds het propedeuseproject Kunst en Technologie en kreeg een starterspakket met een arduino, ledlampjes en sensoren. ‘Ik was heel enthousiast over dat project, maar het beperkte zich tot één blok. Ik wilde me langer verdiepen in deze cross-over. Nu volg ik een jaar lang een dag in de week de specialisatie Kunst, Wetenschap en Technologie.’

Focus

‘We waren toe aan een ingrijpende curriculumherziening met meer focus en minder versnippering’, vertelt Allard Koers, hoofd van de opleiding. Hij trok product-designer en kunstenaar Frank Kolkman aan. Kolkman maakt interactieve installaties en objecten die de implicaties van hedendaagse technologie bevragen. Zo ontwierp hij Open Surgery, een doe-het-zelf operatierobot en Designs for Flies, een kit waarmee patiënten zelf medicijnen voor zeldzame ziektes kunnen ontwikkelen.

Kolkman ontwikkelt het KWT-programma samen met Otto Nijs, die de meer natuurkundige en analoog-technische onderdelen voor zijn rekening neemt. Het idee is dat studenten zich gedurende het jaar in actuele wetenschappelijke ontwikkelingen en technologie-georiënteerde kunst verdiepen en met die kennis interdisciplinair, vakoverstijgend beeldend werk ontwikkelen met behulp van (digitale) productietechnieken als lasersnijden, programmeren en biohacking. De educatieve opdrachten zijn – uiteraard – verweven met de inhoud van de specialisatie.

Voor Koers was de stap tot de specialisatie vanzelfsprekend: ‘We zagen dat studenten in hun afstudeerwerk steeds vaker digitale technologie verwerkten, de samenwerking met fablabs in de stad werd structureler en er is veel aandacht voor design en technologie bij ArtEZ in Arnhem.’

Gestuurd en autonoom

‘Het programma bevindt zich in de pilotfase maar kent al wel een heldere indeling’, vertelt Nijs. Het eerste half jaar krijgen de studenten instructie in digitaal-technologische basics. Ze passen die vervolgens toe in opdrachten die zowel natuurkundige principes en technische snufjes als sensoren combineren: breng een knikker van de grond naar je hand zonder spierkracht of elektronica of: ontwerp een ‘wearable superpower’. Isabel Hendrix, tweedejaars student, vindt het inspirerend, maar ook ingewikkeld. ‘Je moet met heel veel zaken tegelijk rekening houden; je ontwerp moet het doen én het moet esthetisch interessant zijn.’

In de tweede helft van het jaar doen studenten autonoom artistiek onderzoek. Isabel raakte geïnteresseerd in bioplastics van zeewier nadat ze daar een lessenserie over had gegeven. Nu diept ze de mogelijke variaties en toepassingen daarvan uit. Nicole van Hamond, derdejaars deeltijdstudent, ‘vertaalt’ de taal van egodocumenten (dagboeken, blogs) naar visuele patronen die ze programmeert met Excel. ‘Daar heb je geen duur lab voor nodig, maar wel technische en artistiek-inhoudelijke kennis. Dat ontbreekt op veel scholen, overal staan 3D-printers maar docenten weten niet écht wat je ermee kan.’

“We zagen dat studenten in hun afstudeerwerk steeds vaker digitale technologie verwerkten”

 

Kunstvakken worden te vaak ingezet om techniekonderwijs inhoud te geven, stelt Kolkman. ‘Interessanter is het wanneer je technologie en wetenschap kritisch bevraagt. Dan moet je eerst snappen hoe iets in elkaar zit. Als je een machine gebruikt voor één bepaald kunstje maar niet haar andere mogelijkheden onderzoekt, is dat een gemiste kans. Wetenschappelijke kennis en technologische principes doorgrond je pas echt als je er zelf iets nieuws mee maakt.

Eigentijdse relatie

De docenten en studenten van KWT vinden dat het conventionele kunstcurriculum op de schop moet. Kunst gaat allang niet meer over ‘expressie met verf en klei’ – een opvatting die volgens hen nog veel gehuldigd wordt op scholen voor primair – en voortgezet onderwijs. En is het niet door docenten, dan wel door ouders en leerlingen. Analytisch/wetenschappelijk en intuïtief/gevoelsmatig worden dikwijls gezien als tegengestelde oriëntaties, waarvan het eerste begrippenpaar nauwelijks in het onderwijs aan bod lijkt te komen en het laatste dominant is.

Kolkman: ‘Van oudsher vormen kunst, techniek en wetenschap één domein, maar gaandeweg zijn ze gescheiden geraakt. In deze specialisatie herstellen we die relatie op eigentijdse wijze. Ik denk dat de KWT-studenten kunstonderwijs zullen geven dat ook de meer analytisch-wetenschappelijk georiënteerde leerlingen aanspreekt.’

Koers constateert dat met de komst van makerspaces de speelruimte van de kunstdocent is vergroot en daarmee ook zijn invloed op school. ‘Het is verrijkend voor het onderwijs wanneer kunstdocenten en bèta-docenten duurzaam samenwerken. Dat moet verder gaan dan alleen techniek aanleren. Onze expertise als kunsteducatoren is om betekenissen te onderzoeken en toe te kennen. Kunstdocenten kunnen de ‘change agents’ zijn, die de steeds dominantere rol van technologie en wetenschap in de samenleving bevragen. Door met leerlingen daarop te reflecteren, maar ook door samen te maken: in kunstlokalen, tijdens bèta-practica en in makerspaces.’