Liedjes en levensverhalen

Auteur: Suzan Overmeer | Beeld: ‘Theater van A tot Z’ Dag vreemde man Fotografie Ilse Fimmers  

‘Gelukkig zijn, gelukkig zijn, daarvoor wil ik alles geven’. Een zin uit het refrein van een lied van Raymond van het Groenewoud. Als de acteurs van het Vlaamse ‘Theater van A tot Z’ in de voorstelling Dag vreemde man hun versie van het lied zingen, krijgt de tekst diepere betekenis.

Het Vlaamse ‘Theater van A tot Z’ werkt met anderstaligen van over de hele wereld. Ieder met een eigen verhaal, samen maken ze muziektheater. Acteur en NT2-taaldocent Peter Schoenaerts is de oprichter van de theatergroep. Hij heeft inmiddels twee voorstellingen met anderstaligen gemaakt, de recentste is Dag vreemde man.
Zijn voorstellingen zijn een mix van verhalen, zang en de Nederlandse taal. Ze gaan over verbinding tussen culturen en het hebben van een fijne avond. Schoenaerts: ‘Veel nieuwkomers of vluchtelingen hebben al genoeg ellende meegemaakt, ik wil dat ze zich amuseren op een artistieke manier.’

Durven en spreken
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde aan de KU Leuven. Daarna volgde hij een dramaopleiding aan de American Academy of Dramatic Arts in New York. Hij werkt als taaldocent, uitgever, eindredacteur en acteur. Dat de combinatie van theater en taal veel oplevert, leerde hij in Indonesië. ‘Ik werd ooit gevraagd als gastdocent om aan de universiteit in Depok (West-Java) Nederlands te geven. Ik mocht de studenten ook drama geven. Al snel merkte ik hoeveel ze leerden.
Dat ging eerst over durven. Ik kon ze overtuigen om gedichten voor te dragen en dingen te spelen. Ter afsluiting gaven we een optreden. Pas toen merkte ik hoe iedereen was gegroeid in het spreken. Door de lessen hadden de studenten drempels in taal en acteren verwonnen. En ik had geleerd hoe ik ze zover kreeg.’

Sinds 2001 maakt hij theater voor anderstaligen die Nederlands leren. Eerst alleen voor hen. Schoenaerts: ‘In 2014 dacht ik: we doen dit nu al bijna vijftien jaar en we staan altijd met witte Vlamingen op het podium. Ik vond dat vreemd worden. Zo ontstond de eerste productie met anderstaligen: Gelukkig zijn.’

Linken aan liedjes
Samen met koordirigent en pianist Andy Dhondt maakte hij vervolgens een tweede productie, met bekende Vlaamse en Nederlandse liedjes als rode draad. Het was niet moeilijk om acteurs en zangers te vinden. Schoenaerts: ‘We organiseerden audities. Onze eisen waren niet hoog: je moest minstens achttien jaar zijn, je moest willen zingen en acteren en een beetje Nederlands kunnen.’
Er kwamen 160 mensen op af, uiteindelijk kozen Schoenaerts en Dhondt er twintig. ‘Er waren mensen die goed konden zingen, zoals een Oekraïense zanglerares. Maar ook mensen die nog nooit hadden gezongen maar wel toon konden houden.’ Het acteren hielden ze beperkt. ‘In de voorstelling spreken ze korte teksten over hun eigen leven. Wie ze missen, wat ze missen, hoe ze dingen ervaren. Dat linken we aan liedjes. Als iemand vertelt dat hij een ander mist, dan komt daarna bijvoorbeeld het lied Mag ik dan bij jou, van Claudia de Breij.’

Schoenaerts en Dhondt schreven de voorstelling samen met de groep. ‘Ik maakte een lijst met liedjes die ik leuk vond, samen met Andy stelde ik de criteria op. Er moesten ongeveer evenveel Vlaamse als Nederlandse liedjes in. Liedteksten moesten redelijk eenvoudig zijn en het genre afwisselend: ballads, uptempo, feestelijk, ontroerend. Uiteindelijk kwamen we tot een lijst van dertien liedjes.’

Toerist in eigen leven
Vervolgens gingen ze in gesprek met de deelnemers. Wat wilden die vertellen? Schoenaerts: ‘We wilden niet te veel ingaan op welke gruwelijke dingen sommigen hadden meegemaakt, dat voel je zo wel aan. We wilden vooral een warme, ontroerende voorstelling.’ Ideeën ontstonden ter plekke. ‘Iemand zei: ik voelde me altijd een toerist in mijn eigen leven.’
Ik zei: ‘die zin moet in de voorstelling!’. Af en toe vloeiden er ook tranen. Hij is even stil en vertelt dan: ‘Ooit moest iemand tijdens een repetitie heel hard huilen nadat hij zijn verhaal had verteld. Iedereen was stil. Ik vroeg of we uit medeleven mochten klappen en dat mocht. Toen begon iedereen keihard te klappen.’ Schoenaerts schiet weer vol: ‘Mensen ontdekken hoe sterk ze zijn in het oproepen van emoties.’
De eerste voorstelling met anderstaligen, tien jaar geleden, werd meteen een succes. ‘We speelden 53 voorstellingen in één seizoen, kwamen in het journaal, in kranten en op de radio.’

De opzet trekt mensen met diverse culturele achtergronden aan, maar ook Vlamingen die van Vlaamse of Nederlandse liedjes houden. Schoenaerts: ‘De ontmoeting tussen mensen in het publiek is waardevol. Ik zag eens een oud Vlaams dametje dat na afloop met een Syrische vluchteling stond te praten. Ze omhelsden elkaar, dat was zo betekenisvol. Ik denk niet dat die mensen elkaar in hun dagelijks leven makkelijk zouden ontmoeten.’

Leef!
‘Theater van A tot Z’ speelt ook op scholen. Schoenaerts: `We bieden lesmateriaal aan met liedjes en opdrachten. Bijvoorbeeld met elkaar praten over heimwee. Wie mis je en wat doe je dan? Veel scholieren die de voorstelling bezoeken zijn anderstalig. Dat zorgt voor herkenning, het gevoel: daar kom ik ook vandaan.’ Dan, kritisch: ‘Soms wordt er op ons neergekeken, omdat wat we doen iets educatiefs zou zijn. Maar ik leer de groep of het publiek geen Nederlands. Ik wil hen kennis laten maken met muziek die iedere Vlaming kent en hoop dat ze enthousiast worden voor theater en taal.’ Glimlachend nu: ‘Veel vluchtelingen staan te popelen om iets te doen. Ze hebben hier zoveel aan in hun leven. Daar gaat het over, je moet er iets van maken. Om het met Hazes jr. te zeggen: Leef!

KZ03/2024

Zingen in de taal van iedereen VerBindKist

Cover #3

 

Workshop Laura Vargas Red Starline Museum (Antwerpen) Foto Laura Vargas (fragment)