‘In het speciaal onderwijs is meer ruimte voor maatwerk, waardoor je een diepere impact kunt hebben op individuele leerlingen.’

 

Stefke de Wit, artistiek leider en directeur bij Circustheater Stoffel, ziet dat leerkrachten speciaal onderwijs goed kijken naar de individuele behoeften en mogelijkheden van de leerlingen en daar hun lesprogramma op baseren. Het is dus maatwerk en volgens Mirjam Roepman, dramadocent en theatermaker, gaan ze zo een relatie met de leerlingen aan. ‘Goed kunnen kijken en luisteren naar wat een kind nodig heeft, staat voorop. Door het kind centraal te zetten en oprecht contact met hem te maken kan er, binnen zijn of haar grenzen, vrijheid gezocht worden.’

Voorwaarden

Maatwerk wordt door de inspectie gewaarborgd. In het speciaal onderwijs wordt namelijk voor alle leerlingen een (wettelijk verplicht) ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) geschreven. In zo’n OPP beschrijft de school onder andere de verwachte uitstroombestemming van de leerling en de te bieden ondersteuning en begeleiding. Het biedt de leraar handvatten om zijn onderwijs af te stemmen op de behoeften van de leerling. Mede door het OPP worden de kleine stapjes naar succeservaringen van een leerling, bewust gezien en benoemd.
Die succeservaringen begeleiden, betekent volgens Stefke de Wit de voorwaarden scheppen om met leerlingen tot succeservaringen te kunnen komen. ‘Het is belangrijk dat je binnen strakke kaders veel ruimte geeft, dat je consequent bent in je handelen en dat je ook je eigen kwetsbaarheid durft in te zetten.’

 

Betekenisvol lesgeven

Kunstdocenten nemen het risico om betekenisvol les te geven aan leerlingen met speciale onderwijsbehoeften. Dirk Monsma schrijft daarover in zijn boek Fluisterzacht en haarzuiver (2017). Zij ‘tillen’ de leerling als het ware uit de structuur van de school en nemen ze mee naar de structuur van kunst. De diversiteit in de beperkingen van de kinderen is groot en vraagt veel differentiatie in de lessen.

 

“Het is belangrijk dat je binnen strakke kaders veel ruimte geeft”

 

Roepman: ‘In het reguliere onderwijs kun je je makkelijker houden aan wat je tevoren had bedacht. Hier, in het speciaal onderwijs, moet je er voor zorgen bij iedere individuele leerling aan te sluiten. Zodat ze je kunnen en willen volgen. Dat vraagt om buiten de lijntjes kleuren. Als een leerling jou niet volgt, komt er iets tussen je les en die leerling te staan. Een goede relatie met de leerling is de basis om samen iets te kunnen onderzoeken. Samen onderzoekend bezig zijn is de basis van creativiteit.’

Nieuwsgierig? Monsma, D. (2017). Fluisterzacht en haarzuiver. Lemniscaat, Rotterdam.

Meer Informatie