Hoe zou het zijn als je elk jaar met vakgenoten van andere scholen kon praten over praktijkdilemma’s, en jullie ook gezamenlijk verantwoordelijkheid namen voor de kwaliteit van het kunstonderwijs? Docenten van kunstvakdocentenopleidingen doen dit. Ze ontmoeten elkaar met vaste regelmaat. Om van elkaar te leren en hun onderwijs naar een hoger plan te tillen.

In de periode 2014-2016 was ik als projectleider betrokken bij de ontwikkeling en implementatie van een peer review systeem bij de 31 bachelor-kunstvakdocentenopleidingen. De kunstvakdocentenopleiders, verenigd in het landelijke overleg KVDO, bouwden tijdens dit project een verplicht, kwantitatief toetsingsmodel om naar een kwalitatieve methodiek. Alle opleidingen omarmden deze transformatie.

Succesfactoren

Door te vertrekken vanuit gezamenlijke waarden, zorgen en twijfels te erkennen en eigenaarschap te creëren bij de betrokkenen zijn de opleidingen er in geslaagd elkaars critical friends te worden. Doorslaggevend voor een duurzaam draagvlak voor deze specifieke vorm van samenwerking was de ontwikkeling van een passende methodiek waarin het inhoudelijke gesprek centraal staat.
Dit is – in een notendop – de verklaring van het succes van dit project. De vraag is of het proces en de resultaten ervan relevant kunnen zijn voor kunstvakdocenten in het po en vo.

 

Intensieve leerervaring

10voordeleraar, de regievoerder van de invoering van peer review, legde de opleidingen aanvankelijk – mede onder druk van de politiek – een aanpak op waarvan de focus lag op controle. Jaarlijks moest een docent van de ene opleiding bij een andere opleiding nagaan in hoeverre de kennisbasis verankerd was in het curriculum.
Het KVDO keerde echter terug naar de kernvraag: waaròm een peerreview invoeren? Daar had eigenlijk elke betrokkene, zowel aan de kant van het KVDO als bij 10voordeleraar, hetzelfde antwoord op: om het onderwijs (nog) beter te maken.

Aangezien de kwaliteit van onderwijs sterk afhangt van de professionaliteit van docenten, vond het KVDO het zinvol om de peer review op een andere wijze vorm te geven, namelijk als een intensieve leerervaring voor meerdere docenten. Drie à vier docenten van drie opleidingen ontmoeten elkaar nu één dag per jaar en bespreken casuïstiek die door elk van de deelnemende opleidingen wordt ingebracht. Het gaat dus om een instellings-overstijgende peer review, als een systeem van collegiale feedback.
De casussen zijn die elementen van het curriculum waar studenten kritische kanttekeningen bij maken, waar docenten al langere tijd mee worstelen, waar door de studieleiding of kwaliteitszorgafdeling incongruentie met de kennisbasis bij is geconstateerd, of die niet goed aansluiten op de praktijk van het werkveld. Hiermee sluit de peer review- cyclus aan op bestaande kwaliteitszorgsystemen in de opleidingen. De docenten vinden de ontmoetingen vooral inspirerend omdat er ruimte is om waarom-vragen uit te diepen met peers, die met een frisse blik naar de casus kijken. Vragen als: waarom deze inhoud, waarom dit type begeleiding, waarom deze manier van toetsen?

 

“Diepe leerprocessen zijn ook voor kunstvakdocenten in het po en vo noodzakelijk”

Duurzaam systeem

Het doel van het KVDO was destijds om in 2017 ‘een duurzaam systeem van peer review ontwikkeld te hebben waarmee de opleidingen laten zien dat ze zelf – collectief – de verantwoordelijkheid nemen voor de kwaliteit van de opleidingen. Een systeem dat bijdraagt aan de professionalisering van docenten en dat bovendien onderdeel is van heldere verantwoording naar de stakeholders.’ Wat dat laatste betreft: hoe mooi zou het zijn als deelname aan een vitale learning community inderdaad zoveel respect zou afdwingen dat traditionele verantwoordingseisen daardoor zouden kunnen worden bijgesteld? Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan eisen met betrekking tot bewijslast over inhoud en toetsing van het programma.

Het KVDO bracht in 2017 een advies uit over continuering en inbedding van peer review in de kwaliteitszorg. Het adviseert om peer review als kwaliteitsinstrument in een experiment verder door te trekken naar de accreditatie van 2022. Tijdens hbo-accreditaties wordt de kwaliteit van opleidingen beoordeeld door onafhankelijke commissies van deskundigen. Elke opleiding wordt eens in de zes jaar beoordeeld en bij een positief oordeel wordt de opleiding voor de volgende periode geaccrediteerd.
Het accreditatieorgaan, de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie (NVAO), dat op basis van de beoordelingen de accreditatiebesluiten neemt, heeft interesse opgevat voor het gedachtengoed van het KVDO. De negen bacheloropleidingen Docent Muziek denken al gezamenlijk na over een ontwerp voor dit proces, waar overigens nog veel haken en ogen aan zitten. Het KVDO-advies zegt daarover onder meer: ‘Om duurzaamheid en inbedding in het accreditatiekader te kunnen garanderen, is meer helderheid nodig vanuit de wetgeving betreffende de beoordelingsverantwoordelijkheid, zicht op de financiële implicaties en garanties voor voldoende kritische massa in een peer-reviewproces.’

 

Stimuleren, niet belasten

Waar het in de kern om gaat, is wat Wouter Hart schrijft in zijn publicatie Verdraaide organisaties, terug naar de bedoeling (2012): organisaties kunnen niet zonder systemen, maar geef die zó vorm dat ze de realisatie van de centrale opdracht van de organisatie versterken in plaats van dat ze de professionals nog meer belasten.
Het gaat bij peer review om eigenaarschap in leren, waarbij de inhoudelijke interesse van docenten als motor wordt gebruikt. Op deze manier worden de curricula van de kunstvakdocentopleidingen beter en dragen de learning communities bij aan professionalisering van de deelnemers en aan de kwaliteitscultuur binnen de opleidingen. Opleidingen wisselen tijdens de peer reviews best practices uit, het professionele netwerk van docenten wordt versterkt, de landelijke opleidingsoverleggen werken beter samen en pakken gezamenlijke belangen gerichter op (Van der Molen, 2017).

Samen leren en innoveren

Dat zou mij betreft ook moeten gelden voor po en vo. Als we willen dat leerlingen opgeleid worden voor de toekomst, zijn diepe leerprocessen waarin de inhoud centraal staat ook voor docenten noodzakelijk. Laten we werken aan manieren om dat samen leren optimaal te faciliteren en het vertrouwen in kwaliteitsontwikkeling bij stakeholders te vergroten.


Eva van der Molen
leidt en begeleidt samenwerkings- en innovatieprocessen in het onderwijs en is toezichthouder van Minkema College (Woerden). M.m.v. Elsbeth Veldpape, coördinator Master Kunsteducatie van ArtEZ


NIEUWSGIERIG GEWORDEN?
Hart, Wouter (2012). Verdraaide organisaties. Terug naar de bedoeling. Vakmedianet.

Meer Informatie