Mensen zijn gesitueerde wezens, we zijn onlosmakelijk verbonden met de wereld om ons heen. Maar de fundamentele misvatting om leren los te zien van de maatschappelijke context waarin dat plaatsvindt, is buitengewoon dominant én diep verankerd in het kunstonderwijs. Dat begint vaak al op een academie waar studenten wordt geleerd om in de afzondering van het atelier te werken en eindigt met het idee dat dat werk getoond moet worden in galeries en musea die ontworpen zijn om de status aparte van de kunsten te benadrukken. Kortom, het maken van kunst lijkt zo buiten het leven van alledag geplaatst.

Een observatie die Cynthia Hathaway, onderzoeker Interdisciplinary Learning Strategies bij Fontys hogeschool voor de Kunsten, als uitgangspunt neemt. Haar ‘kantoor’ in de hogeschool bevindt zich daar waar de meeste mensen informeel samenkomen: bij de ingang van het gebouw vlakbij de koffieautomaat en de receptie. Hier probeert ze verbindingen tussen de studenten, conciërges en docenten tot stand te brengen. Want een gemeenschappelijk raakvlak en doel is volgens haar de basis voor interdisciplinaire samenwerking.

Pedagoog John Dewey deed het ons eind 19e eeuw al voor in de The University of Chicago Laboratory School (1894) waar les werd gegeven in werkplaatsen, keukens, tuinen en bibliotheken. Leerlingen leerden er over de wereld en kregen praktische problemen voorgeschoteld die typische situaties uit het gemeenschapsleven reproduceerden. Jappe Groenendijk en Jan Staes, beiden studieleider van een master Kunsteducatie stellen dat de hedendaagse kunsten zich niet meer laten vangen binnen de grenzen van een discipline, en onder makers, spelers, dansers en musici zien we een toenemende hybridisering van de beroepspraktijk. Vandaar ook dat zij resoluut pleiten voor een interdisciplinair programma waarin studenten muziek, dans, theater en beeldende vorming gebruik maken van elkaars expertise.

Maar hoe zit dat in het voortgezet onderwijs? Daar wordt vooral over onderwijs gepraat tijdens pauzes, in de gang, de kantine of bij de fietsenstalling. Want wanneer de zoemer gaat, valt de gemeenschap rap uiteen in een trits lokalen, vakken, lessen en leraren. Het resultaat is dat kennis en vaardigheden worden geproduceerd die niet goed overeenkomen met de realiteit waarin ze worden gebruikt of toegepast. Als we, net als Dewey een eeuw geleden, stellen dat onderwijs zich afspeelt in het hart van de samenleving, dan kunnen we er niet aan voorbijgaan hoe leerlingen en studenten in elkaar zitten. Buiten de schoolmuren zijn zij namelijk gesitueerde wezens die hun identiteit ontlenen aan de dynamische relatie met hun omgeving. Het belang van interdisciplinair kunstonderwijs zit volgens mij dan niet meteen in de artistieke meerwaarde die het soms oplevert. Het gaat om het erkennen dat de wereld meervoudig is en zich aandient in veel facetten, die zelden passen in een – enkel – kennisgebied of vak.

Judith