Voor sommige makers is publieksparticipatie onlosmakelijk onderdeel van hun werk. Hoe kijken zij vanuit dit perspectief naar kunsteducatie? In het eerste deel van deze driedelige serie gaat het over Merlijn Twaalfhoven. Componist en ontwerper, die op ongewone locaties maatschappelijk vraagstukken en ontwikkelingen onderzoekt en de verhalen van betrokkenen mét hen verklankt en verbeeldt.

 

Welke rol vervult kunst voor jou?

‘Voor mij is kunst niet zozeer een prestatie of object, maar een mindset, een manier van kijken naar de wereld die niet gekoppeld is aan een bepaalde plek of opleiding. Dit vraagt om een open manier van waarnemen die zo min mogelijk is beïnvloed door bestaande oordelen. Het vraagt ook verbeeldingskracht: onlogische dingen verzinnen die nog niet bestaan. Bovendien is het spel van mislukken en experimenteren belangrijk, om zo tot nieuwe dingen te komen. Dat betekent ook dat het veilig moet zijn om opnieuw te beginnen. Juist in de kunst kun je het onbekende omarmen en hoeft er niet op zekerheid gespeeld te worden.

Ik denk dat jongeren die mindset nodig hebben. We moeten in contact komen met de geest en houding waarmee we de dingen doen.’

Wat inspireert je?

‘Ik laat me inspireren door allerlei kunstvormen. Om niet in muziek vast te komen zitten kijk ik graag naar theater of dans. Aanwezig zijn bij een theatervoorstelling of concert betekent voor mij een ruimte hebben om je gedachten de vrije loop te laten. Deze ruimte inspireert me. Die kan ik overigens ook vinden tijdens een wandeling of een lange treinreis. Schoonheid is dan vaak aanleiding om de benodigde ruimte te nemen, maar het kan ook zijn dat ik door een slecht kunstwerk of een scheve redenering op nieuwe ideeën kom.’

Waar zou kunsteducatie over moeten gaan?

‘Ik denk dat kunst gaat over vragen stellen over de wereld en dat is voor mij ook essentieel voor kunsteducatie. Je moet daarnaast ‘voertuigen’ ontwikkelen, je moet immers dingen kunnen maken, maar uiteindelijk moet je met die voertuigen ergens naartoe. Het onderscheid tussen doelen en voertuigen zou voor leerlingen duidelijk moeten worden.’

‘Vaak ligt de nadruk op de voertuigen, maar waar zie je perspectief voor de dingen die je kunt? Er zijn in de samenleving heel veel plaatsen waar de kunstenaarsmindset hard nodig is. Plekken die in verandering zijn of waar problemen zijn die je niet met louter winstoogmerk kunt oplossen. Klimaat, eenzaamheid, armoede – daar zijn kunstenaars ongelofelijk hard nodig, om met hun manier van kijken en spelen die problemen aan te pakken. Voor mij gaat kunsteducatie daarover: goede vragen stellen over urgente vraagstukken in de maatschappij.’

“Kunsteducatie zou moeten gaan over goede vragen stellen en urgente maatschappelijke kwesties”

 

Hoe zou jouw werkwijze in te zetten zijn in kunsteducatie?

‘Het proces staat voor mij centraal en ik wil graag andere makers aanmoedigen – hoe jong ze ook zijn – om processen te delen, in plaats van resultaten. Vaak zijn we erop gericht het eindresultaat op een bijzondere manier te presenteren, maar ik denk dat juist het delen van het idee of de droom noodzakelijk is. Het is bovendien zinvol om te leren denken in samenwerkingsverbanden en om grote processen op te kunnen delen in kleine stapjes. Hoe kun je anderen bij je droom betrekken?’

Op welke wijze kunnen docenten hun leerlingen voorbereiden op je werk?

‘Er zijn korte documentaires beschikbaar over de processen die ik doorloop, over verschillende projecten. Die zijn heel bruikbaar om het verhaal te vertellen over mijn werkwijze. In plaats van eerst een compositie te maken en die vervolgens uit te voeren in een concert, bezoek ik eerst de plek en de mensen die ik bij het project betrek en vorm dan een beeld van hoe het concert eruit zou kunnen zien. Pas daarna begin ik met componeren.

Daarnaast kunnen docenten vertellen over The Turn Club, waarin niet de kunstenaar, maar het effect dat kunst heeft, centraal staat. Alleen wanneer kunstenaars daadwerkelijk actief zijn op de plekken waar problematieken spelen, kunnen zij impact hebben. Een liedje over armoede of eenzaamheid kan troost bieden, maar ik wil een stap verder gaan.’

‘Het liefst zou ik zoveel mogelijk leerlingen willen laten meelopen tijdens de ontwikkeling van mijn projecten, maar nu ik met The Turn Club aan de slag ben organiseer ik minder concerten. Gelukkig zijn er heel veel makers die kunst mét de samenleving maken. Benader deze makers en kijk of ze met hen kunnen meelopen!’