Laatst schreef ik u een korte brief.
Ik heb oprecht spijt van mijn woorden.
De brief voeg ik ter herinnering in.

De brief herlezend, valt me op dat ik nog altijd niet ontkomen ben aan een waarschijnlijk genetisch bepaalde, socioculturele humane arrogantie ten opzichte van andere organismen. Terwijl ik me tegelijkertijd zo verwonder over uw soort. Vousvoyeert uw soort? Deze vraag is natuurlijk ook alweer sapiens sapiens van aard. Ik lijk geen toegang te hebben tot andere organismen. Waarschijnlijk neem ik voor mensen toegankelijke plantachtige impressies van u tot me.

Dat wat we van elkaar weten en voelen is zeer betekenisvol voor me en ik hoop ook voor u. Het is al zo moeilijk, beste Begonia Maculata, om mijzelf te kennen. Ik besta denk ik uit een contingente en tijdelijke, maar unieke constructie die bij elkaar gehouden wordt door een narratief dat continu interacteert met zijn omgeving. Mijn zelf heeft plantaardige eigenschappen door over planten te denken, door micro-organismen te delen, of omdat mijn voorouders ook planten aten. Ik vermoed dat u ook mij-achtige aspecten kent, zoals mijn adem en de schaduw die door mij op u valt.

Zo vrijuit schrijvend, beste vriend, kom ik tot de conclusie dat je een leraar voor me bent. Het pure bestaat niet. Niet ontologisch en ook niet ethisch. Er is geen één. We zijn gedeeld. Dank voor dit inzicht.

Wouter Engelbart is werkzaam voor ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten
en oprichter van nomadisch platform D I S.