Glimlachend loop ik met mijn kaplaarzen aan over de twintig hectare grond van het Suikerterrein (www. suikerterrein.nl). Een donkere lucht nadert, straks gaat het regenen. Het is vrij koud in het open veld waar enkele docenten en studenten grond aan het verplaatsen zijn. Anderen zijn er bezig met land art projecten of maken een boomhut, weer een andere groep legt een straatje.

Boven het kampvuur hangt een pan met soep, in de zelfgemaakte leemoven garen broodjes. Dit is rijkdom. Nooit had ik kunnen dromen dat dit mijn onderwijspraktijk zou worden. Pionierend met collega’s van verschillende mbo-scholen, studenten, hoveniers en kunstenaars. Soms in de kou, soms in de hitte, vaak precies goed. Hybride leeromgevingen, cross-overs en leergemeenschappen zijn hier geen kunstmatig ontwikkelde situaties.

Industriegrond naar onderwijsgrond
Toen ik een jaar geleden voor het eerst over dit terrein wandelde, raakte ik tomeloos enthousiast. Dit was de plek waar we daadwerkelijk in navolging van filosoof John Dewey het ervaringsleren konden uitproberen. Met elkaar leren door te doen, te maken, te onderzoeken en op grond daarvan te reflecteren (Berding, 2011). Een plek waar nieuwsgierigheid en creativiteit nodig is en waar een leergemeenschap vanzelfsprekend kan groeien.

Er waren destijds nog niet veel docenten, minder dan een handvol. Maar de toon was gezet, al hadden we er weinig woorden voor. In de kern ging het om collectief, duurzaam, inclusief, creatief, gelijkwaardig en plezier. Sjoerd Pool, programmaleider van Terra, een opleidingscentrum dat onder andere praktijkonderwijs, vmbo-groen, het Groene Lyceum en mbo aanbiedt in de provincies Drenthe, Groningen en Friesland, toverde in een paar jaar de oorspronkelijke industriegrond om naar onderwijsgrond. Hij verbond landbouw, duurzaamheid en kunst al direct met elkaar.
Mijn kunstenaarshart juichte. Dit was waar ik met mijn lessen, opleiding en organisatie bij aan wilde sluiten. Fysiek, veel in beweging, aan de bak, en vooral niet binnen de muren van een gebouw.

Blijvend buitenlokaal
Werken in de natuur is onvoorspelbaar, het heeft een heel eigen ritme.
De setting is zo verschillend van een lokaal dat er een grote portie lef en toewijding nodig is om er te werken. We zwoegen en zweten, juichen als er stromend water is en een spoelend toilet.

Van de klas naar het terrein gingen we, zonder spullen en budget. Struinend op Marktplaats vonden we – voor een habbekrats – een oude lijnbus. Dit zou ons Fabric Lab worden. Studenten Akkerbouw vonden het geweldig om even achter het stuur te kruipen. Studenten Interieur Design richtten de bus in en de Mediavormgevers ontwierpen de belettering.
De bus werd hun bus. Wat een geweldig vooruitzicht om op deze plek geuren en kleuren te onttrekken aan de planten en bloemen die op het terrein gekweekt worden, in samenwerking met kunstenares Claudy Jongstra.

We bouwen aan ons dorp van de toekomst met cabins, bussen, objecten, akkers en moestuintjes en al werkend ontstaat een groot gevoel van samenhorigheid. Een plek als deze, zo veelzijdig, is een plek om voor te vechten.

Inmiddels zijn we een krachtige leergemeenschap met collega’s van twaalf verschillende opleidingen van het Alfa-college en Terra. We bedenken steeds nieuwe plannen, geven ruchtbaarheid aan onze activiteiten. Zo kunnen geïnteresseerde collega’s ons vinden. We verweven onze projecten in het curriculum zodat het Suikerterrein ook een blijvend buitenlokaal wordt. Het is zaak om vast te houden aan onze waarden en hier te blijven pionieren, zoals de Verbeke Foundation in Kemzeke, onder de rook van Antwerpen, dat doet in het ‘white cube’ landschap.

Lave & Wenger
Ik dacht dat ik weinig vrijheid had om mijn onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Toen ik over de cirkel van invloed (Covey, 2011) las, werd me duidelijk dat je meer invloed kan hebben dan je denkt. De cirkel beschrijft hoe je, door proactief te handelen, je invloed kan vergroten. Welke invloed heb je op een bepaalde situatie en hoe ga je ermee om?

In de loop van de jaren verdween mijn kunstenaarschap naar de achtergrond. Daarom startte ik met gelijkgestemden een open atelier dat gaandeweg een kleine leergemeenschap van studenten, kunstvakdocenten en leermeesters werd. Gelijkwaardig, vrijwillig, in de marges van het onderwijs. Om onze leergemeenschap meer diepgang te geven zochten we theorie om onze intuïtie te scherpen. De sociale leertheorie van Lave & Wenger (1991) gaf die verdieping. Een leergemeenschap is ondermeer succesvol als er gestreefd wordt naar gelijkwaardigheid, mogelijkheid tot groei; van beginner tot expert, als deelnemers actief betrokken zijn bij kennisdeling en dezelfde doelen nastreven.

Op het Suikerterrein werken we op die manier. We onderzoeken hoe we ons onderwijs, vanuit het collectief denkend, holistisch kunnen maken. De drijfveer is om zorg te dragen voor elkaar, voor land en dier. Ieder vanuit zijn eigen discipline. Luisterend, delend, doend.

 

Tessie van den Brink is docent beeldende kunst, projectleider en onderzoeker bij het Alfa-college te Groningen (mbo).

 

MEER LEZEN?
• Covey, S. (2011). De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Amsterdam: Uitgeverij Business Contact.
• Lave, J., & Wenger, E. (1991). Situated learning: Legitimate peripheral participation. Cambridge: University Press.
• Berding, J. (2011). John Dewey over opvoeding, onderwijs en burgerschap. Een keuze uit zijn werk. Amsterdam: Uitgeverij SWP