Taal is een instrument dat we vrijwel dagelijks gebruiken. Door de ogenschijnlijke toegankelijkheid gaan we er misschien zelfs wat achteloos mee om. Het gebruik van taal laat zich echter goed vergelijken met het bespelen van een muziekinstrument. Vrijwel iedereen kan er geluid uit krijgen, maar het vraagt oefening en talent om er echt goed in te worden. Taal, wanneer juist bespeeld, kan mensen in beweging brengen. Het vraagt een bepaalde gevoeligheid voor doelgroep en context.

Soms zit de crux juist in het weglaten van bepaalde woorden. Om mensen bij kunst te betrekken, kun je soms (paradoxaal genoeg) het woord ‘kunst’ beter maar niet laten vallen. In het artikel van Rina Visser over de werkwijze van gemeenschapskunstenaars lezen we dat een maker het woord doelbewust vermijdt om mensen bij een project te betrekken. Het woord alleen al werpt bij hen een barrière op.

Omgekeerd blijkt Lennie Steenbeek terughoudend te zijn om pop- of hiphopmuziek als literatuur aan te merken. Door dat te doen wordt deze muziek, die vaak is ontstaan uit rebellie en straatcultuur, verheven tot een context waarmee het volgens hem weinig van doen heeft. Het verheffen van een werk door het te labelen als kunst of literatuur appelleert aan het bekende onderscheid tussen hoge en lage kunst, en maakt daarmee het werk voor een ander publiek toegankelijk.

Taalgevoeligheid speelt vanzelfsprekend ook een rol in het klaslokaal. De juiste woorden vinden en vragen formuleren, het helpt leerlingen toegang te krijgen tot werk dat zonder ‘gids’ ontoegankelijk is voor ongeoefende beschouwers. Kila van der Starre geeft in haar artikel tips voor een aanpak waarin ruimte is voor de subjectieve ervaring van leerlingen, wat betekent een woord, een zin in een gedicht voor hen? Samen met leerlingen onderzoekt ze de invloed van de context waarin een tekst en beeld, of een combinatie daarvan, wordt aangetroffen.
Taalt taal eigenlijk naar beeld?

Ook in het dagelijks taalgebruik tijdens de les kan eenzelfde woord op verschillende leerlingen een andere uitwerking hebben. Docenten spelen met taal en zoeken naar het juiste timbre. Woorden worden gebruikt zoals een instrument in een klas vol muzikanten, soms gevoelig en met nuance, andere keren achteloos of geïmproviseerd. Hoe zit het met het taalgebruik in uw les? Dirigeert u een symfonieorkest of laat u met de taal spelen zoals in een jazzband?

Pien