Het impulsbeleid voor het muziekonderwijs in de basisschool kent een lange geschiedenis. Al vanaf de Wet op het basisonderwijs (WBO, 1985) stimuleert de overheid het muziekonderwijs in de basisschool via diverse aanvullende beleidsprogramma’s en subsidieregelingen. Helaas, keer op keer bleken ze op de lange termijn weinig resultaat op te leveren.

Het zou mooi geweest zijn een rooskleurig verhaal te kunnen vertellen over hoe het muziekonderwijs in de basisschool in de afgelopen zestig jaar is verbeterd. Maar het tegendeel is waar. Het is eerder een verhaal vol tegenvallers en een onzeker perspectief. Of gaat er toch iets structureel veranderen?

 

Terug in de tijd

In de jaren ’50 brengt de commissie Vroom voor het eerst de stand van de kunstzinnige vorming in beeld. Ze concludeert in 1961 dat de situatie van het muziekonderwijs bedroevend is. Een kleine twintig jaar later wordt in de Beleidsnotitie Muziek en Primair Onderwijs (1980) opnieuw de gebrekkige kwaliteit van de muzikale vorming in de lagere school aangekaart, gevolgd door de periodieke peilingen van het onderwijsniveau en de monitoren van onderzoeksbureaus Sardes en Oberon, die steeds ook dit beeld laten zien.
In 2001 start het eerste overheidsprogramma, Proposo (Projecten Primair Onderwijs en Speciaal Onderwijs, 2001). Verschillende rapportages daarna leiden tot het besef dat er opnieuw een kwaliteitsimpuls nodig is. Vanaf 2009 komt er extra geld voor scholen, start de campagne Muziek telt! en loopt de regeling Muziek in Ieder Kind (MIK). Het blijkt niet genoeg, want in 2013 worden er (weer) Kamervragen gesteld over de kwaliteit van het muziekonderwijs. Als antwoord reserveert het Rijk voor de periode 2014 tot 2020 25 miljoen euro, private partijen beloven hier eenzelfde bedrag aan toe te voegen voor promotie en communicatie.

 

Ander geluid

De Rijksoverheid heeft met enige regelmaat geprobeerd de kwaliteit van het muziekonderwijs te verbeteren. Deze pogingen waren vaak gericht op de korte termijn, top-down en met betrokkenheid van slechts een of enkele partijen.
De stichting Méér Muziek in de Klas is op dit moment een belangrijke speler die alle basisschoolleerlingen structureel, kwalitatief goed muziekonderwijs moet bieden. Er is geleerd van het verleden.
Men legt bij de uitvoering de nadruk op bereik van alle betrokken partijen en structureel, verankerd muziekonderwijs. Regionale convenanten, een manifest over goed muziekonderwijs en een groot symposium (november 2018) helpen hierbij. De komende jaren gaat het erom dat de richting en de resultaten tijdens de uitvoering scherp in de gaten worden gehouden, geëvalueerd en eventueel bijgesteld. Op weg naar een structurele kwaliteitsverbetering van muziekonderwijs in de basisschool.