Toekomstige veranderingen in vmbo

Auteur: Thea Vuik | Illustratie: Pak Producties (2021)

Vanaf het schooljaar 2024/25 worden de gemengde leerweg (gl) en de theoretische leerweg (tl) van het vmbo samengevoegd tot één nieuwe. Leerlingen volgen daarin dan, naast avo-vakken, een praktijkgericht programma.

De invoering van de nieuwe leerweg wordt voorbereid onder andere op basis van praktijkgerichte programma’s die ontwikkeld worden met 140 pilotscholen (gemengde leerweg/gl, theoretische leerweg/tl en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs/vavo). Kunstzone sprak over deze veranderingen met Susan van den Heuvel (SvdH), projectleider nieuwe leerweg OCW, Susan Timmermans (ST), directeur bovenbouw SG de Overlaat in Waalwijk met een pilot voor Economie en Ondernemen en Willie Stevens (WS), lid directie Fioretti College in Veghel met een pilot voor Technologie en Toepassing.

De nieuwe leerweg wil jongeren beter voorbereiden op zowel de keuze voor, als op de daadwerkelijke overstap naar het vervolgonderwijs. Bovendien is het de bedoeling dat alle jongeren in het vmbo praktische ervaring opdoen aan de hand van realistische opdrachten in en buiten de school. Tenslotte gaat het om een verbetering van de herkenbaarheid van het vmbo, dat wil zeggen minder leerwegen en duidelijke diploma’s.

SvdH: ‘Om deze doelen te kunnen bereiken is betrokkenheid vanuit gl, tl en vervolgonderwijs noodzakelijk. Docenten gl, tl, mb4 en havo zijn dan ook structureel verbonden met de ontwikkelgroepen van de praktijkgerichte programma’s. Deze ontwikkelgroepen maken – onder leiding van SLO – de conceptexamenprogramma’s en 140 pilotscholen gaan deze programma’s in een pilot testen. Op basis van ervaringen van de scholen en leerlingen worden de programma’s de komende jaren aangescherpt.’
WS: ‘Ik merk bij collega’s dat het lastig is om uit te leggen wat het verschil is tussen een praktijkgericht programma en een beroepsgericht programma. In een praktijkgericht programma komt het woordje beroep niet voor. Praktijkgericht is projectmatig, oriënterend, kennismaken met. Dan leer je geen bepaalde beroepsvaardigheden, is het idee.’
SvdH: ‘Het praktijkgerichte programma is een combinatie van denken én doen, passend bij leerlingen die naar mbo4 en havo gaan. Er zit kennis in het praktijkgerichte programma en dat is gekoppeld aan de praktijk. Zodat leerlingen ervaren waar ze het voor doen. Wat winst is voor de motivatie van leerlingen, zo blijkt uit het onderzoek van Young Works. De havo kan komend schooljaar ook starten met een praktijkgericht programma. Veel havoscholen willen dat, want ook zij willen de oriëntatie en voorbereiding op vervolgonderwijs verbeteren, evenals de motivatie van de leerlingen.’
ST: ‘Wij hoorden van het bedrijfsleven dat onze leerlingen vakinhoudelijk heel goed zijn, maar een project ontwikkelen of een goed gesprek voeren zit er bij hen niet zo in. Juist die ‘zachtere’ kant moet beter ontwikkeld worden.

Zal de invoering van de nieuwe leerweg niet tot gevolg hebben dat vakken als maatschappijleer of de kunstvakken als eerste geschrapt worden?

WS: ‘Daar schuilt inderdaad een gevaar in. Uiteindelijk is het een kwestie van keuzes maken. Maar je moet niet denken vanuit je vak en je uren. Je moet denken: ‘Dit is voor mij als docent kunst en cultuur misschien wel een nieuwe kans.’
SvdH: ‘De gl bestaat nu uit tien profielen en de tl uit vier. Bij de samenvoeging moeten we dus goed kijken naar de inrichting van de nieuwe leerweg. Welke profielen komen er in de nieuwe leerweg, en met welke vakkenpakketten? We nemen dan de aansluiting met vervolgonderwijs nadrukkelijk mee. Daarnaast moet het besluit over het aantal vakken in de nieuwe leerweg nog genomen worden en hier wordt verschillend over gedacht. De voorkeur van OCW gaat op dit moment uit naar een inrichting van minimaal zes examenvakken voor alle leerlingen, net als nu. Leerlingen die dat aankunnen en meer nodig hebben kunnen een zevende vak volgen. Net als nu.’
ST: ‘Wij willen niet per se met een 7e vak werken, maar willen wel een aanbod maken van projecten en keuzevakken over al die profielen heen. Zoiets als: ‘dit zijn allemaal keuzevakken die voor jullie in de toekomst misschien interessant zijn. Kijk eens of je er daarvan één of twee extra wil doen.’ Vervolgens zet je die bovenop het reguliere programma. Zo geef je het projectmatige meer vorm.’
WS: ‘In het kader van het gelijkheidsideaal kun je zeggen: allemaal 7 eindexamenvakken. Dat klinkt goed, maar dan accepteer je dat een aantal leerlingen het niet gaat halen. Een leerling die het kan, pakt het 7e vak wel en de school zou wel gek zijn om het 7e vak niet aan te bieden voor die 10 of 15 leerlingen. Door het ene niet te doen, is er nog steeds de ruimte om het andere wel te doen. Andersom is dat niet mogelijk.’
ST: ‘Ik zou dat ook doen; 6 vakken als minimum en 7 aan de scholen laten. Heel fijn voor diegene die het net op het eind niet redt. Dan is het toch wel prettig dat je die uitzondering kan maken.’
SvdH: ‘In een enquête die is uitgezet onder alle pilotscholen zie je ook docenten met een creatieve achtergrond terug. Het creatieve aspect is belangrijk in de verschillende programma’s. In de pilot kunnen we kijken wat docenten nodig hebben aan ondersteuning en scholing.’
WS:Wat betreft de bevoegdheden, die vragen komen allemaal terug. Dat zijn lastige dingen. Maar soms is het gewoon maar beginnen.’
SvdH: ‘Dat is ook de boodschap. Maak gerust fouten, het is een pilot voor een paar jaar. Ga het proberen! Lukt een opdracht niet, verzin dan iets anders maar geef het terug aan ons. Het is een zoektocht voor ons allemaal, maar gelukkig met elkaar.’

Dit artikel is een vervolg op Veranderingen in vmbo op til, dat verscheen in Kunstzone 6, 2021.

54. Column | Van Gerwen denkt door 55. Professionele identiteitsdilemma’s 52. Muziek die de moeite waard is (3) 33. Influencers en jongeren

Cover #1

Illustratie Elvira Vroomen uit: Welke ruimte delen we? Deel 2 - Reflectie © Cultuur Oost