‘Een dode tweelingzus die misschien nog leeft.’ Dramatisch. Wie ter adoptie wordt afgegeven ‘omdat je tweelingzus al overleden is’ en ontdekt dat het anders zat, raakt in de war over haar leven en over iedereen met wie ze dat deelde.

Illustratie: Lennie Steenbeek

Ik begrijp het en ik zou niet in haar schoenen willen staan.
Maar het interesseert me niet echt… en ik voel me niet slecht bij mijn gebrek aan medelijden. Ik denk omdat dit verhaal niet verder reikt dan dit ene geval. Het heeft geen universele betekenis — hoogstens een statistische. Ik kwam tot dit besef door een droom die ik had:

Na een conferentie in Engeland wil ik mijn logies afrekenen. Het blijkt dat ik het huisje waar ik gelogeerd heb ook kan kopen voor dat geld. ‘Doe eens gek’, denk ik en koop het huisje. En ik vlieg nog niet terug naar huis, maar neem mijn intrek in mijn recente aankoop. Na een uurtje loop ik bij de buren naar binnen, Polen die het Engels volledig machtig zijn. Hun zoon ken ik al. We klooien wat met zijn skateboard.

Dat duurt blijkbaar nogal, want als ik naar mijn huisje terugkeer is het al donker. Er zijn vrouwen in mijn huis. Schoonmaaksters? Ze kijken me raar aan. Ik vraag wat ze hier doen en wijs hen op de koelkast waar mijn snijworst ligt, naast hun etenswaren. Ze zijn niet overtuigd. Overal liggen hun spullen. De mijne zijn weg. Een man zegt nog dat er over in de kranten geschreven staat, maar ik luister niet. Ik ben in paniek. Wat is er aan de hand? Mijn laptop, reispapieren, geld, sleutels, kleren, boeken …

De droom interesseert me, omdat hij me nog eens laat voelen hoe ontheemd ik altijd ben op grote conferenties in de VS; hoe iedereen er voor zichzelf bezig is en ook dat ‘vreemde’ Engels. Hoe een collega daar eens zei dat ik me zo helder kon uitdrukken terwijl hij na mijn voordracht te kennen gaf dat hij wel 99 vragen had maar er toch maar eentje ging stellen. Zijn moedertaal gaf hem een voorsprong bij zijn vriendschappelijk sarcasme.

Nu valt alles op zijn plek: je staat op achterstand als je niet in je moedertaal uit de voeten kan, als je niet ‘thuis’ bent in een land, een cultuur — als je een ‘vreemde’ bent.

Die droom, de uitleg, het is niet louter mijn verhaal. Hij laat een universeel probleem zien, geen eenmalige gebeurtenis.
Zo bedoelde Aristoteles het toen hij schreef poëzie hoger te achten dan de geschiedschrijving; vanwege haar universele waarheden en niet vanwege wat Alkibiades toevallig meemaakte.

 

Dr. Rob van Gerwen is docent en onderzoeker aan het departement Wijsbegeerte van de Universiteit Utrecht. Hij is ook verbonden aan het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.
Zijn recentste boek: Zullen we contact houden (2018) verscheen bij uitgeverij Klement.

Eén plus één is meer Achter de schermen #5 Interdisciplinair kunstonderwijs Jeroen Nissen