Vernieuwingsdrang of museumvariant

Auteur: Suzan Overmeer | Foto’s: Alex Schröder, via Koninklijk Conservatorium Den Haag

Jazzmuziek is onlosmakelijk verbonden met improvisatie: muziek die je als musicus ter plekke creëert. Tegelijkertijd bouwt jazz graag verder op bestaande muziek. Denk aan jazzstandards, van oorsprong liedjes uit Broadway-musicals die nog steeds een belangrijk onderdeel zijn van het repertoire van een jazzmusicus. Hoe verhouden creatie en imitatie zich tot elkaar in jazzmuziek en in de opleiding tot jazzmuzikant?

‘Jazz is makersmuziek’, zegt Bart Suèr. Suèr is hoofd van de jazzafdeling van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, saxofonist en eigenaar van Dox, een Nederlands muziekplatform dat gespecialiseerd is in jazz en aanverwante muzikale experimenten. ‘Maar jazzmuzikanten verhouden zich ook tot hun voorgangers, gaat hij verder. ‘Voorgangers worden gezien als inspiratie en als bron van muzikaliteit, techniek en zelfs van lifestyle.’

Bebop
Een mooi voorbeeld is bebop, een jazzstijl die ontstond in de jaren ’40 van de vorige eeuw, als een reactie op het idee van jazz als entertainment. ‘Zwarte muzikanten wilden serieus genomen worden. Bebop ageerde tegen jazzmuziek die gemaakt was om de witte mensen te pleasen. Het was complexe harmonische, ritmische en virtuoze muziek, niet bedoeld om op te dansen, maar om naar te luisteren. Voor het eerst werd jazz als kunstvorm gezien.’

Bebop werd vervolgens omarmd door de hele kunstenaarswereld; luisteren naar bebop werd geassocieerd met een intellectuele levensstijl.
Veel bekende bebop-artiesten werden iconen en voorbeelden voor jazzmuzikanten zoals Charlie Parker en John Coltrane. Generaties saxofonisten waren bezig hun solo’s uit te zoeken en na te spelen.
Suèr: ‘In mijn tijd was het Michael Brecker. Iedereen wilde zijn sound kopiëren. Eigenlijk heeft elke generatie zijn eigen helden, al is het nu diffuser en diverser. Dat heeft ook te maken met internet, alles is overal aanwezig en beschikbaar voor iedereen.’

Dynamisch proces
Kopiëren van andermans materiaal is essentieel voor een jazzmuzikant.
‘Solo’s naspelen geeft wat betreft techniek en muzikaliteit veel richting en diepgang. Imiteren moet je trouwens niet los zien van inspireren. Jonge muzikanten beginnen, heel intuïtief en vloeiend, met het zoeken en bepalen van wat ze mooi vinden. Ze imiteren niet als een computer waar je info invoert, er ontstaat een dynamisch proces van inspiratie en imitatie. Juist de inspiratie is cruciaal, die zegt iets over de drang van het individu om iets te laten horen. Daarom moet een student die jazz studeert telkens worden gevraagd wat zij/hij voor ogen heeft, zodat er ruimte komt voor groei. Vroeger moest je eerst alles van anderen leren om daarna te kijken wat je er zelf mee kon. Nu beginnen we met de vraag ‘wat houdt jou bezig, wat is jouw verhaal’?’

Museumvariant
Suèr: ‘Waar nieuwe kunstvormen ontstaan, is popmuziek aanwezig. Popmuziek is verbonden met sociale groeperingen en maatschappelijke ontwikkelingen. Jazzmuziek volgt als een soort artistieke echo. Popmuziek levert het basismateriaal op om op te improviseren. De liedjes uit de Broadway-musicals waren in die tijd ‘de popmuziek’, Miles Davis improviseerde bijvoorbeeld over liedjes uit de jaren ’80, denk aan Human Nature van Michael Jackson.’

Er is echter ook een soort ‘museumvariant’ ontstaan, een die terugvalt op de standards en het repertoire van de jazz-iconen uit de vorige eeuw. Conservatoria zitten daar soms een beetje in gevangen. Standards blijven op het repertoire staan, bij de toelating en in de opleiding zelf. Dat heeft mede te maken met een bepaalde opvatting over jazzmuziek, namelijk de focus op harmonie. Suèr: ‘Veel liedjes uit Real Books (boeken waarin de jazzstandards staan genoteerd, red.) hebben uitdagende akkoordprogressies, waar jazzmusici over soleren. In de popmuziek van nu is de nadruk op akkoorden zo langzamerhand uitgegumd, en daarom wordt die muziek door conservatoria soms gezien als ‘niet interessante muziek’. Dat is zonde, want in wezen zou je eigenlijk telkens nieuwe Real Books kunnen samenstellen met actuele hits. In die van nu zouden dan bijvoorbeeld de songs van Adele, van Amy Winehouse of Billie Eilish kunnen staan.’

Hiphop en studio’s
Suèr meent dat hiphop nu de belangrijkste muziekcultuur is. ‘Hiphop is meer dan muziek, het is cultuur, het is sport, het is urban. Hiphop is bepalend geweest voor de kunstwereld van de afgelopen jaren. Er zijn directe lijnen tussen jazzmuziek en hiphop; ze zijn beide uit de zwarte muziektraditie ontstaan.’ Hij wordt steeds enthousiaster: ‘Het is kenmerkend én van een grote schoonheid dat men in de zwarte muziektraditie aan de haal gaat met wat er voorhanden is. Denk aan de wasborden, die vroeger in jazz werden gebruikt als ritme-instrument. Later gebruikten dj’s hun draaitafel als percussie-instrument. Hiphoppers werken met samples en muzieksoftware, hun instrument is de laptop en de studio. De creatieve plekken van nu zijn studio’s en daar moet in het curriculum van de jazzopleiding aandacht aan worden geschonken.’

Niet als standaardrepertoire
Jazz is niet veel meer te horen en jazzpodia zijn schaars geworden in Nederland. ‘Jazz is op dit moment een ware subcultuur, weinig aanwezig in de reguliere media en in de programmering van concerten’, beaamt Suèr. ‘Jazz moet via vrienden of docenten op je pad komen, het wordt je niet als vanzelfsprekend aangereikt. Studenten die jazz studeren hebben een nieuwsgierige houding en gaan voor hun droom. We benadrukken in de opleiding dan ook telkens dat wat zij met hun muziek willen vertellen, telt. Imiteren kan daar een deel vanuit maken, maar moet niet als standaardrepertoire worden opgedrongen.’

Cover #1

 

Esther Bruggink Viola in Quarantaine (2020), o.a. polyesterfilm, borduurzijde, messingdraad, 45 cm x 20 cm x 20 cm, Foto: Simon Van Boxtel