Met pakweg vijftig leerlingen, een dozijn vrijwilligers en drie kunstdisciplines (muziek, dans en theater) maken mijn collega’s en ik de voorstelling Stranger Things, gebaseerd op de gelijknamige serie. Het stuk gaat over een doodsaai dorp, waar plotseling een jongen vermist raakt. Hij is, zonder dat iemand het weet, terechtgekomen in een andere dimensie en kan niet meer terug naar de werkelijkheid. Het is een ‘bottom-up’ proces: we werken zonder bestaand script, schrijven zelf het concept en begeleiden onze leerlingen in het maken van materiaal. Onze focus ligt op interdisciplinariteit.

De eerste hindernis is het verzinnen van een interdisciplinaire opdracht voor alle leerlingen van de drie deelnemende disciplines. Ik struikel over mijn woorden. Woorden als scène, choreografie of soundscape zijn te bepalend. Welke woorden kan ik wél gebruiken die alle leerlingen richting geeft maar niet een bepaalde discipline afdwingen? Ik kies ervoor een sfeer en moment in de voorstelling te omschrijving waarvoor het materiaal gebruikt zou kunnen worden, samen met een aantal technische richtlijnen: Ze moeten drie keer een verbeelding of verklanking maken voor het moment waarin ons hoofdpersonage verzeild raakt in de andere dimensie. Deze dimensie werkt vervreemdend en heeft een onaangename, creepy, sfeer. Ze moeten in dit materiaal gebruikmaken van hun lichaam, gezicht en verplaatsing door de ruimte.

Verrassing

Dat was mijn volledige instructie en de uitkomst is verrassend: de leerlingen staren apathisch voor zich uit, maken gebruik van licht- en schaduweffecten, gefluister, ritmisch tellen, plotseling duivels geschreeuw, vervreemdende lichaamshoudingen, een gitaarsnaar wordt geaaid, een piano bespeeld met een torso en er wordt iemand gevierendeeld. Ik kan het niet theater, dans of muziek noemen. Het is materiaal waarin onze leerlingen niet binnen de kaders van één discipline zijn gebleven maar elementen van verschillende kunstdisciplines hebben gecombineerd. Is dit het resultaat van mijn zorgvuldig gekozen woorden, of hebben andere zaken meegespeeld?

Ik probeer het nog keer en formuleer een nieuwe opdracht. De uitkomst is minder verrassend. De discipline theater komt in al het gemaakte materiaal sterk naar voren. Mijn leerlingen geven aan dat ze niet anders kunnen, het gekozen moment in de voorstelling dwingt deze discipline af. Inhoud bepaalt de vorm. En de inhoud hebben we in het begin van het proces samen vastgelegd, als fundament om op verder te bouwen. Niet alleen de door mij gekozen woorden, maar ook de gekozen sfeer en vooral de gekozen inhoud is bepalend voor de vorm. Verplicht gebruik maken van één vorm  -theater, dans, muziek of (verplicht) interdisciplinair- werkt dus niet. Alle opties moeten open staan.

Oneindig veel mogelijkheden

Merken we het de volgende keer dan op wanneer de inhoud een bepaalde interdisciplinaire vorm afdwingt? Het gebruik van meerdere disciplines door elkaar heen, in interactie met elkaar, kent oneindig veel mogelijkheden. Er valt dus niet met zekerheid te zeggen dat we het zullen herkennen, omdat het de volgende keer weer in een volledig andere interdisciplinaire vorm zal zijn. Ik denk wel dat we kunnen oefenen met bepaalde manier van associatief kijken en denken, waarin meerdere disciplines gebruikt worden. Die manier van associëren waarvan je voelt dat je hersenen nieuwe paadjes aanleggen, nieuwe verbindingen maken. Waardoor we misschien interdisciplinariteit voorgoed kunnen toevoegen aan ons makerspalet. Niet als verplicht nummer, maar als optie. Om onze inhoud van de juiste vorm te voorzien.

Felice van Leth is student aan de Master Kunsteducatie van Fontys Hogeschool voor de Kunsten en doet in dit kader onderzoek naar het maken van een interdisciplinaire voorstelling met leerlingen van het Jacob Roelandslyceum in Boxtel, waar ze tevens werkzaam is als dramadocent.